Archive for september, 2009

Het venijn van de suppletie-aangifte

vrijdag, september 25th, 2009


De suppletie-aangifte voor de btw komt niet in de wet voor en dat zorgt al jaren voor confrontaties tussen ondernemers en fiscus. Wat gebeurt er als u nalaat suppletie te doen, mag er zomaar een boete worden gegeven? 

De Btw-aangifte
De btw-aangifte is een periodiek terugkerend fenomeen. Eens per maand, kwartaal of per jaar moet een overzicht worden gemaakt van geleverde diensten en in rekening gebrachte btw. De door een ondernemer betaalde btw over aangeschafte goederen en diensten mag daarvan worden afgetrokken. Het verschil moet worden afgedragen of wordt terug ontvangen.

Suppletie aan einde van het jaar
Het lijkt eenvoudig, maar een vergissing is zo gemaakt. Veel adviseurs lossen dat praktisch op: na afloop van het jaar wordt een zogenoemde suppletie-aangifte ingediend. Daarin worden alle correcties opgenomen op de ingediende aangiften, min of meer een soort naberekening. De fiscus legt dan een naheffingsaanslag op en de te weinig afgedragen btw wordt alsnog betaald.

Niet in de wet
Jarenlang is er geharrewar geweest met de fiscus over de status van de suppletie-aangifte. In de wet kwam deze immers niet voor. Ook in procedures kwam de vraag naar voren hoe met een suppletie moest worden omgegaan in het bijzonder als de fiscus geld terug moest geven.

Op tijd indienen
Het moment van indienen bleek dan ineens een rol te spelen. Want, zo was de redenering, om de suppletie als bezwaar te kunnen aanmerken, moet hij wel tijdig worden ingediend. Ofwel: binnen zes weken na afloop van de betalingstermijn.

Adviseurs hebben echter tot en met eind januari met de btw-afdracht over het vierde kwartaal te maken en doen de suppletie vaak pas daarna. Dat betekent in de praktijk dat veel suppleties eind februari of begin maart worden ingediend. Met als gevolg dat de bezwaartermijn ruimschoots is overschreden en er een niet-ontvankelijkverklaring volgt.

Geen suppletie ingediend?
Minder bekend was wat er moest gebeuren als er geen suppletie was ingediend. Nergens in de wet staat immers dat dat moet.

Onlangs moest de Rechtbank Arnhem hierover oordelen. Het betrof een situatie waarin de belastingplichtige een suppletie-aangifte deed, die zoek raakte en een naheffingsaanslag met boete kreeg opgelegd na controle van de jaarstukken. Er was volgens de inspecteur onjuist aangifte gedaan.

Dat vond de rechter wel heel kort door de bocht. De boete werd geschrapt, want om deze op te kunnen leggen moet er sprake zijn van opzet of grove schuld. Maar dan wordt van belang waarom de btw niet correct is afgedragen. Immers, doet een belastingplichtige opzettelijk geen afdracht, dan is er op z’n minst sprake van opzet.

Boete mag niet zomaar
Duidelijk is wel dat een ondernemer die te goeder trouw een fout maakt bij het indienen van de btw-aangifte niet zomaar automatisch een boete kan krijgen. Krijgt u die toch? Ga dan in bezwaar en beroep, het kan de moeite waard zijn!

Vanaf 1 januari 2010 in andere lidstaten geheven btw terugvragen via Nederlandse fiscus

vrijdag, september 25th, 2009


In Nederland gevestigde ondernemers die in andere EU-lidstaten btw hebben voldaan, kunnen deze btw vanaf 1 januari 2010 terugvragen via de elektronische portalsite van de Nederlandse fiscus. Administratief bewerkelijke teruggaafverzoeken aan 26 andere belastingadministraties behoren daarmee tot de verleden tijd. Op de nieuwe elektronische portalsite van de belastingdienst kunnen ondernemers straks hun verzoek om teruggaaf van deze btw indienen. Ook in alle andere lidstaten komt eenzelfde teruggaafregeling. Momenteel zijn er geen signalen dat een of meer lidstaten achter op schema lopen om te kunnen voldoen aan de nieuwe teruggaafprocedure per 1 januari 2010. Dit antwoordt staatssecretaris De Jager van Financiën in een brief op vragen van de vaste commissie voor Financiën in de Tweede Kamer. De staatssecretaris gaat in zijn brief ook in op diverse andere vragen van het VNO-NCW en NOB.

 

Volledig bericht

In Nederland gevestigde ondernemers die in andere EU-lidstaten btw hebben voldaan, kunnen deze btw vanaf 1 januari 2010 terugvragen via de elektronische portalsite van de Nederlandse fiscus. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de btw die een Nederlandse vervoersondernemer (zonder vaste inrichting in een andere EU-lidstaat) na 1 januari 2010 heeft betaald voor brandstofaankopen in een andere lidstaat. Administratief bewerkelijke teruggaafverzoeken aan 26 andere belastingadministraties behoren daarmee tot de verleden tijd.
 
Op de nieuwe elektronische portalsite van de belastingdienst kunnen ondernemers straks hun verzoek om teruggaaf van deze btw indienen. Ook in alle andere lidstaten komt eenzelfde teruggaafregeling. Momenteel zijn er geen signalen dat een of meer lidstaten achter op schema lopen om te kunnen voldoen aan de nieuwe teruggaafprocedure per 1 januari 2010. Dit antwoordt staatssecretaris De Jager van Financiën in een brief op vragen van de vaste commissie voor Financiën in de Tweede Kamer bij het wetsvoorstel Implementatie richtlijnen btw-pakket. Op 2 april 2009 hebben we over dit wetsvoorstel eerder bericht. De staatssecretaris gaat in zijn brief ook in op diverse andere vragen van het VNO-NCW en het NOB.
 
Een teruggaafverzoek van btw over het vierde kwartaal van 2009 kan een ondernemer nog op de bestaande wijze indienen als het verzoek vóór 1 januari 2010 is ingediend. Alle verzoeken na 1 januari 2010 moeten op de nieuwe manier worden ingediend.
 
Vanaf 1 januari 2010 treedt voor Nederlandse ondernemers een andere belangwekkende wijziging in werking. Het betreft het tijdstip van verschuldigd worden van btw van grensoverschrijdende dienstverrichting tussen ondernemers welke betrekking hebben op diensten die onder de nieuwe hoofdregel vallen. De nieuwe hoofdregel houdt in dat als deze diensten worden verricht aan een btw-ondernemer die in een ander EU-land is gevestigd, deze diensten zijn belast in het land van de afnemer. Voorheen waren deze diensten belast in het land waar de dienstverrichter was gevestigd. Vanaf 1 januari 2010 is de dienstverrichter btw verschuldigd op het tijdstip dat de dienst is verricht. Op dit moment maakt Nederland ruimhartig gebruik van een uitzonderingspositie waarbij de dienstverrichter btw is verschuldigd op het moment dat hij een factuur uitreikt (factuurstelsel). Bij grensoverschrijdende dienstverrichting tussen ondernemers waarbij de btw is verlegd naar de afnemer, moet de verschuldigdheid van btw zowel in het land van de dienstverrichter als in het land van de afnemer op één tijdstip in aanmerking worden genomen. De staatssecretaris geeft aan dat het niet te verwachten is dat Nederland zijn uitzonderingspositie op dit punt kan handhaven.
 
De staatssecretaris geeft aan dat de Nederlandse belastingdienst vooralsnog terughoudend zal zijn met het opleggen van boeten bij de nieuwe opgaaf intracommunautaire diensten (IC-diensten). De nieuwe regels moeten ‘inslijten’. Als er boetes worden opgelegd dan zullen deze met name worden opgelegd aan degenen die volharden in het niet of niet-volledig doen van een opgaaf IC-diensten.
 
Bron: Ministerie van Financiën, 22-9-2009, nr. DV/2009/568M.

Eigenrisicodragerschap WGA vóór 2 oktober aanvragen

vrijdag, september 25th, 2009


Werkgevers die met ingang van 1 januari 2010 eigenrisicodrager voor de Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) willen worden, moeten hun aanvraag voor 2 oktober sturen naar de Belastingdienst.
Als eigenrisicodrager voor de WGA is de ondernemer voor een periode van maximaal 10 jaar zelf verantwoordelijk voor de WGA-lasten van (ex-)werknemers. In ruil daarvoor hoeft hij geen gedifferentieerde WGA-premie meer te betalen. Het premiepercentage voor deze premie stelt Belastingdienst per werkgever vast(zie ook: WGA minimumpremie voor kleine bedrijven stijgt fors in 2010). Voor 2010 gelden de volgende percentages:

  • landelijk gemiddeld percentage: 0,53%
  • rekenpercentage: 0,59%
  • minimumpercentage voor grote werkgevers: 0,06%
  • maximumpercentage voor grote werkgevers: 2,12%
  • minimumpercentage voor kleine werkgevers: 0,59%
  • maximumpercentage voor kleine werkgevers: 1,59%

Een ondernemer is in 2010 een grote werkgever als zijn premieloon in 2008 meer was dan € 730.000. Was het premieloon in 2008 niet meer dan € 730.000, dan is de ondernemer een kleine werkgever.

Aanvraag

Het eigenrisicodragerschap vraagt de werkgever aan met het formulier ‘Aanvraag of beëindiging eigenrisicodragerschap voor de WGA’. Daarnaast moet de werkgever een garantieverklaring van een erkende kredietinstelling of verzekeraar meesturen. Dit gebeurt via het formulier ‘Garantieverklaring eigenrisicodragerschap WGA’. Beide formulieren zijn te downloaden op de website van de Belastingdienst.

[ Bron: Belastingdienst ]

WGA-premies voor kleine werkgevers fors omhoog in 2010

vrijdag, september 25th, 2009


Het UWV heeft de premie voor de WGA in 2010 bekendgemaakt. De minimumpremie voor kleine werkgevers stijgt met 0,32%. UWV berekent de premie voor de WGA jaarlijks voor elke werkgever, op basis van de toegekende uitkeringen aan hun werknemers. In het najaar ontvangen werkgevers van de Belastingdienst een beslissing met de berekening van hun nieuwe premie.

De Werkhervattingskas-premie (Whk) stijgt in 2010 voor de meeste werkgevers. Deze premiestijging wordt enerzijds veroorzaakt door de toename van het aantal uitkeringen en anderzijds door een te laag gehanteerd premieniveau in 2009.

 

Voor 2010 is de stijging van de minimumpremie voor kleine werkgevers het hoogst. De minimumpremie voor deze groep stijgt van 0,27% naar 0,59%. Dit betekent voor het merendeel van de kleine werkgevers (maximaal 25 werknemers) dat zij per werknemer ongeveer € 90 per werknemer meer betalen in vergelijking met 2009. 
 
Meer uitleg over de gedifferentieerde WGA-premies staat in de nota Premies en parameters Werkhervattingskas 2010. Met de gegevens uit deze nota kunnen werkgevers zelf de premies berekenen. Nota downloaden: klik hier.>>

Deeltijdondernemer voortaan ook MKB-winstvrijstelling

vrijdag, september 25th, 2009


Voortaan bestaat er recht op de MKB-winstvrijstelling ongeacht het aantal uren dat aan een onderneming wordt besteed. De MKB-winstvrijstelling stelt een vast percentage van de winst vrij van belasting. Hiervoor geldt nu nog de voorwaarde dat wordt voldaan aan het urencriterium, een ondernemer moet minimaal 1225 uur ondernemen om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. Deze voorwaarde vervalt.

Hybride ondernemers (mensen die naast een baan een onderneming hebben) en deeltijdondernemers (zonder baan ernaast) kunnen daardoor ook gebruik maken van de winstvrijstelling. Door het afschaffen van het urencriterium wordt het aantrekkelijker om een onderneming te starten in deeltijd of naast een baan. De maatregel past daarmee in het kabinetsbeleid om de overgang van een uitkering of van een baan naar ondernemerschap makkelijker te maken.

 

Staatssecretaris De Jager verhoogt de MKB-winstvrijstelling van 10,5 procent naar 12 procent.  Het verhogen van deze vrijstelling verlaagt de marginale belastingdruk op behaalde winst. Bij een winst na toepassing van de ondernemersaftrek van bijvoorbeeld 50.000 euro is vanaf 1 januari 2010 de eerste 6.000 euro vrijgesteld (was 5.250 euro).