Archive for the ‘loonadministratie’ Category

Bijtelling alleen bij terbeschikkingstelling auto

vrijdag, februari 22nd, 2013


Voor de toepassing van de bijtelling voor het privégebruik van de bedrijfsauto moet de auto ter beschikking zijn gesteld aan de werknemer voor privégebruik. Is de auto niet ter beschikking gesteld, dan kan die auto ook niet voor privédoeleinden worden gebruikt en hoeft men de bijtelling ook niet toe te passen.

 Als een bedrijf aannemelijk kan maken dat het personeel de bedrijfsauto alleen voor de uitoefening van hun werkzaamheden mag gebruiken is er geen sprake van terbeschikkingstelling van de auto. Dit kan bijvoorbeeld door een rittenadministratie te overleggen. Maar ook geloofwaardige verklaringen kunnen soms voldoende zijn. Zo vond Rechtbank Breda dat de directeur en de (ex-)werknemers van een bedrijf overtuigend hadden verklaard dat zij de bedrijfsauto’s uitsluitend voor hun werk mochten gebruiken. Deze verklaringen waren bovendien in lijn met de verklaringen van het bedrijf. Volgens het hof had het bedrijf de auto’s dus niet ter beschikking gesteld aan het personeel, laat staan voor privégebruik. Nu de fiscus het tegendeel niet kon bewijzen, was de naheffingsaanslag en boete voor het privégebruik van de auto’s ten onrechte opgelegd.

Wet: artikel 13bis Wet LB 1964

Meer informatie: Rechtbank Breda, 19 december 2012 (gepubliceerd 20 februari 2013), LJN: BZ1610

Verbod privégebruik auto alleen is niet voldoende

vrijdag, februari 8th, 2013


De bestuurders van een bv moeten controle uitoefenen op het privégebruik dat werknemers van de auto van de zaak maken. Doe zij dat niet (voldoende) dan volgt een naheffingsaanslag.

Een echtpaar bestuurt samen een bv. Deze bv heeft 25% van de aandelen in een werk-bv. Van 14 januari 2005 tot en met 24 januari 2007 was het echtpaar ook bestuurder van die werk-bv. Op 24 januari 2007 hebben zij hun aandelen in de werk-bv verkocht aan de medeaandeelhouders.

In 2006 heeft de bv aan diverse werknemers een auto van de zaak ter beschikking gesteld. Voor de meeste auto’s is geen bijtelling voor privégebruik in het loon opgenomen. Naar aanleiding van een boekenonderzoek constateert de inspecteur dat het niet aannemelijk is dat de medewerkers niet privé met de auto’s hebben gereden. Er volgen naheffingsaanslagen LB en OB voor de werk-bv over de jaren 2006 tot en met 2009. De werk-bv wordt op 5 oktober 2010 failliet verklaard en heeft geen melding van betalingsonmacht gedaan. Op grond van de invorderingswet stelt de inspecteur vervolgens de voormalige bestuurders van de werk-bv voor een deel van de naheffingsaanslagen aansprakelijk.

In beroep bij de rechtbank is het de vraag of de bestuurders terecht hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld en of zij voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er geen privégebruik van de auto’s is gemaakt. Vaststaat dat er geen kilometeradministratie is bijgehouden. Volgens de bestuurders was in de arbeidsovereenkomst met de werknemers een verbod op privégebruik opgenomen. Uit de gegevens van de inspecteur blijkt echter dat de werknemers zich daar niet aan hebben gehouden, omdat er op zaterdagen en verlofdagen van een werknemer verkeersovertredingen zijn begaan. Vraag is dan ook of de bestuurders voldoende toezicht op de nalevering van het verbod hebben gehouden en of passende sancties zijn opgelegd. Bij de controle zijn geen schriftelijke stukken aangetroffen waaruit blijkt dat er controles zijn uitgevoerd op de naleving van het verbod. Het argument dat de sociale controle groot was, dat periodiek kilometerstanden en de gegevens van verkeersboetes werden gecontroleerd en dat de garage de opdracht had extreme kilometerstanden te melden, kunnen de bestuurders echter niet onderbouwen. Daar er geen privégebruik was, was het ook niet nodig om sancties op te leggen aan de werknemers, zo stelt hij.

Volgens de rechtbank blijkt uit het voorgaande dat de bestuurders niet voldoende controle hebben uitgeoefend. De bijtelling privégebruik is daarom van toepassing, zodat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. De omzetbelasting volgt de vaststellingen in de loonbelasting.

 

In 2013 is het gebruikelijk loon DGA € 43.000

vrijdag, december 14th, 2012


Het gebruikelijk loon voor een directeur-grootaandeelhouder (dga) stijgt volgend jaar van € 42.000 naar € 43.000. U moet over dit gebruikelijk loon van de dga loonheffingen berekenen en afdragen.

De Belastingdienst maakte onlangs in de Nieuwsbrief Loonheffingen bekend dat het minimumbedrag voor het gebruikelijk loon voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang op € 43.000 komt te liggen. De dga van een bv moet in ieder geval dit gebruikelijk loon genieten. Geniet de dga in werkelijkheid minder salaris dan moet toch over dit gebruikelijk loon loonheffingen worden berekend en afgedragen.

Hoger of lager gebruikelijk loon

Wil een dga een lager loon toepassen voor zijn werkzaamheden, dan moet hij aannemelijk maken dat dit gebruikelijk is bij soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Blijkt nu dat juist een hoger loon gebruikelijk is bij soortgelijke dienstbetrekkingen, dan is het gebruikelijk loon het hoogst van de volgende bedragen: 70% van het hogere gebruikelijke loon of het loon van uw meestverdienende werknemer of die van een aan u verbonden vennootschap. Dit loon moet dan wel minstens € 43.000 bedragen.

150 km norm 30%-regeling niet in strijd met EU-recht en mensenrechtenverdragen

maandag, december 3rd, 2012


De sinds 1 januari 2012 geldende 150 km-norm voor ingekomen werknemers (hierna: expats) die opteren voor de 30%-regeling, vormt geen inbreuk op EU-recht en is evenmin in strijd met het gelijkheidsbeginsel onder de mensenrechtenverdragen EVRM en IVBPR. De 150 km-norm houdt dat de 30%-regeling slechts geldt voor expats die gedurende ten minste 16 van de 24 maanden vóór hun uitzending naar Nederland op meer dan 150 km hemelsbreed van de grens van Nederland hebben gewoond. Tot dit oordeel kwam onlangs Rechtbank Breda.

Een expat afkomstig uit Duitsland, stelde dat de 150 km-norm een indirecte discriminatie naar nationaliteit onder het EU-recht is en in strijd is met het gelijkheidsbeginsel onder het EVRM en het IVBPR omdat deze norm voornamelijk inwoners van noordelijk België en westelijk Duitsland treft.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat voor de aanscherping van de 30%-regeling een toereikende objectieve rechtvaardiging, te weten het tegengaan van onbedoeld ruim gebruik. Expats die vlak over de grens wonen, hoeven niet noodzakelijkerwijze te verhuizen; zij zouden ook kunnen reizen tussen woon- en werkplaats. Het indammen van onbedoeld gebruik is naar het oordeel van de rechtbank een legitieme doelstelling van algemeen belang. Bovendien gaat de 150 km-norm als inperkingsmaatregel naar het oordeel van de rechtbank niet verder dan voor het bereiken van de doelstelling noodzakelijk is.

Opmerking

De 30%-regeling is een belastingfaciliteit voor werknemers die zijn aangeworven uit het buitenland en die beschikken over schaarse, specifieke deskundigheid (ingekomen werknemers) en op werknemers die naar het buitenland zijn uitgezonden (uitgezonden werknemers). Met het oog op de extra kosten (o.a. huisvesting) kan aan die werknemers een belastingvrije vergoeding van maximaal 30% van het loon worden uitbetaald.

Bron: Rechtbank Breda, 8-11-2012, nr. 12/2829 (gepubliceerd 23-11-2012).

Reiskostenvergoeding woon-werk met ingang van 1 januari 2013 belast

vrijdag, mei 25th, 2012


Met ingang van 1 januari 2013 kunnen de reiskostenvergoedingen voor het woon-werkverkeer niet meer onbelast worden verstrekt. Dit geldt voor alle vervoerswijzen zoals auto, openbaar vervoer en fiets. Dit blijkt uit het Lenteakkoord dat vandaag is gepresenteerd.

Werkkostenregeling

De fiscaal gunstige behandeling van de fiets in de werkkostenregeling blijft gehandhaafd. Het percentage van de werkkostenregeling gaat van 1,4% in 2012 naar 1,6% in 2013 en loopt op naar 2,1% vanaf 2014. Hierdoor is er meer ruimte voor werkgevers om maatwerk te bieden bij het vergoeden van kosten.

Zakelijke reizen

De vergoeding voor de zakelijke reizen, eveneens voor alle vervoerswijzen, kan in 2013 nog wel onbelast worden vergoed, de huidige regeling blijft voor die maatregelen gehandhaafd. Met ingang van 1 januari 2014 wordt het budgettaire beslag (600 mln.) van de onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke reizen toegevoegd aan de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Vanaf deze datum vervalt dan de gerichte vrijstelling voor deze kosten. De vergoeding van de zakelijke reizen dient dan plaats te vinden vanuit de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Overigens zullen de verstrekkingen vanwege de werkgever voor zakelijke reizen, bijvoorbeeld het treinkaartje dat door de werkgever is aangeschaft en wordt verstrekt aan de werknemer ten behoeve van een dienstreis, op nihil worden gewaardeerd waardoor deze onbelast blijven. Deze komen dus niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De afschaffing van de vrijstelling zal bijdragen aan minder filedruk en minder CO2-uitstoot.

Auto van de zaak

Met ingang van 1 januari 2013 worden de woon-werkkilometers die worden gemaakt met de door de werkgever ter beschikking gestelde auto (de auto van de zaak of de leaseauto) aangemerkt als privékilometers en tellen daarom mee voor de vraag of er aanleiding is tot bijtelling. Bestaande gevallen worden geëerbiedigd. Dit overgangsrecht wordt momenteel uitgewerkt.

Heeft u vragen over deze nieuwe regeling, neem dan contact op met VRS Consultancy.