Posts Tagged ‘dga’

In 2013 is het gebruikelijk loon DGA € 43.000

vrijdag, december 14th, 2012


Het gebruikelijk loon voor een directeur-grootaandeelhouder (dga) stijgt volgend jaar van € 42.000 naar € 43.000. U moet over dit gebruikelijk loon van de dga loonheffingen berekenen en afdragen.

De Belastingdienst maakte onlangs in de Nieuwsbrief Loonheffingen bekend dat het minimumbedrag voor het gebruikelijk loon voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang op € 43.000 komt te liggen. De dga van een bv moet in ieder geval dit gebruikelijk loon genieten. Geniet de dga in werkelijkheid minder salaris dan moet toch over dit gebruikelijk loon loonheffingen worden berekend en afgedragen.

Hoger of lager gebruikelijk loon

Wil een dga een lager loon toepassen voor zijn werkzaamheden, dan moet hij aannemelijk maken dat dit gebruikelijk is bij soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Blijkt nu dat juist een hoger loon gebruikelijk is bij soortgelijke dienstbetrekkingen, dan is het gebruikelijk loon het hoogst van de volgende bedragen: 70% van het hogere gebruikelijke loon of het loon van uw meestverdienende werknemer of die van een aan u verbonden vennootschap. Dit loon moet dan wel minstens € 43.000 bedragen.

Bijtelling auto van de zaak: fiscus wint twee zaken

donderdag, januari 12th, 2012


In hoger beroep over het autokostenforfait geeft de fiscus een werknemer en een dga het nakijken. Beiden moeten alsnog de bijtelling betalen voor het privégebruik van een auto van de zaak. De een vanwege een achteraf gereconstrueerde rittenregistratie, de andere vanwege het feit dat de auto privé op naam staat, maar de bv alle kosten en lasten draagt.

De zaak van de werknemer gaat als volgt. Aan hem is door zijn werkgever een auto ter beschikking gesteld. Voor de auto is een Verklaring geen privégebruik auto afgegeven.

In 2008 verzoekt de inspecteur aan de werknemer om een rittenregistratie te overleggen. Als dat gebeurd is, verzoekt de inspecteur de werknemer om enkele discrepanties tussen de rittenregistratie en gegevens van het CJIB te verklaren. Ondanks de verklaringen van de werknemer legt de inspecteur een naheffingsaanslag LB aan hem op voor het privégebruik van de auto, omdat hij niet heeft kunnen aantonen dat de auto voor minder dan 500 kiklometer voor privédoeleinden is gebruikt.

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur terecht het autokostenforfait heeft toegepast. Het hof baseert dit oordeel op de verklaring van de werknemer dat de uitgewerkte rittenregistratie is gereconstrueerd op basis van een eerder verstrekte rittenregistratie. Verder heeft de werknemer verklaard dat de rittenregistratie geen doorlopende correcte weergave van de werkelijkheid is. Volgens het hof heeft de werknemer  daardoor niet kunnen aantonen dat hij de auto voor minder dan 500 km voor privédoeleinden heeft gebruikt.

Het Hof neemt deze beslissing ondanks het feit dat de werknemer nog over een andere privéauto beschikt en dat hij de auto van de zaak meestal op zijn werk achterlaat, omdat hij bij zijn woning niet over een parkeerplaats voor de auto van de zaak beschikt. Het hof handhaaft de naheffingsaanslag.

Autodemontagebedrijf

Bij de dga verloopt de zaak als volgt. De dga houdt de aandelen in een bv, die een autodemontagebedrijf exploiteert en auto’s en motoren in- en verkoopt. De bv is een onderneming met een onroerende zaak in eigendom. Tevens stelt de dga een deel van een terrein dat tot zijn perceel behoort ter beschikking aan de bv.

Uit een boekenonderzoek blijkt dat de dga de voor de terbeschikkingstelling van het terrein ontvangen huur niet juist heeft aangegeven. De inspecteur legt daarom een navorderingsaanslag op aan de dga. Hierbij past de inspecteur ook een bijtelling toe voor het privégebruik van een Mercedes die op naam van hem staat, maar waarvan de bv alle kosten en lasten draagt.

Hof Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur terecht een bijtelling voor het privégebruik van de auto heeft toegepast. Het hof stelt daarbij vast dat de auto tot de handelsvoorraad van de bv behoort en dat alle kosten en lasten ten laste van de bv komen.

Het hof vindt verder dat de dga niet aannemelijk maakt dat de auto voor minder dan 500 km voor privédoeleinden is gebruikt, ook al zegt de hij dat de bv een VW Golf aan hem ter beschikking had gesteld en dat hij in privé ook over een Mercedes beschikt.

Ook heeft de inspecteur, zo vindt het Hof, de tbs-regeling terecht toegepast. Het is namelijk niet van belang dat het gebruik door de bv is ingegeven ter voorkoming van ingebruikneming door krakers. De aanslag blijft in stand.

Heeft u vragen over het al of niet terecht achterwege laten van een bijtelling van een auto van de zaak, neem dan contact op met VRS Consultancy.

 

Let op uw vordering/schuld in rekening-courant

maandag, december 19th, 2011


De dga die een vordering in rekening-courant op zijn bv heeft, moet die vordering in box 1 onder de terbeschikkingstellingregeling tbs-regeling verantwoorden. De rente op die vordering behoort tot zijn inkomen in box 1. Heeft hij een schuld in rekening-courant, dan moet die schuld vrijwel altijd in box 3 worden verantwoord. Dat verschil in fiscale behandeling tussen een vordering en een schuld in rekening-courant leidt tot ongerijmde resultaten. Doordat de dga een creditstand in rekening-courant onder de tbs-regeling moet aangeven, moet hij voor de perioden van het jaar waarin hij een vordering op de bv heeft, een tbs-jaarrekening opmaken. Ontstaat vervolgens een schuld in rekening-courant, dan moet de ‘tbs-onderneming’ met een slotbalans worden afgesloten: de rekening-courant positie gaat dan van box 1 over naar box 3. De dga die in één kalenderjaar meerdere keren door de debet-creditgrens in rekening-courant gaat, moet evenzo veel jaarrekeningen laten opmaken! Dat maakt het wenselijk om te voorkomen dat er een vordering in rekening-courant ontstaat. Financiën heeft op praktische gronden – ter vermindering van administratieve lasten – goedgekeurd dat de dga geen rente als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking hoeft te nemen als zijn rekening-courantvordering gedurende het gehele kalenderjaar niet uitkomt boven de € 17.500. Uiteraard mag de bv dan geen rentekosten in aftrek brengen. Voor vragen over bovenstaande kunt u terecht bij VRS Consultancy.

 

Gebruikelijk loonregeling ook van toepassing op in Nederland werkzame dga met Belgische houdstervennootschap

zaterdag, april 9th, 2011


Samenvatting

Hof Den Haag heeft onlangs beslist dat de gebruikelijkloonregeling ook van toepassing was in een situatie van een in België wonende orthodontist die in 2003 een praktijk had in Nederland. Zij hield tezamen met haar echtgenoot via een in België gevestigde rechtspersoon alle aandelen in de bv waarin de orthodontistenpraktijk werd uitgeoefend. Het hof was met de rechtbank van oordeel dat uit de artikelsgewijze toelichting op het nieuwe belastingverdrag met België uit 2001 bleek dat bij de totstandkoming van het nieuwe verdrag de gebruikelijkloonregeling aan de orde was geweest. Daaruit volgt de conclusie dat de gebruikelijkloonregeling in de relatie met België wel van toepassing kan zijn. Het hof volgde de inspecteur in zijn benaderingswijze voor het vaststellen van de hoogte van het gebruikelijke loon. De inspecteur had gewezen op de schaarste aan orthodontisten en hun verdiencapaciteit en dat een gekwalificeerde vervanger geen genoegen zou nemen met de bedragen zoals genoemd in de ‘richtlijn van de NMT’. Het hof vond het aannemelijk dat een vergelijkbare orthodontist een vergelijkbaar loon zou hebben ontvangen van de bv als het gebruikelijke loon zoals de inspecteur voorstond.

Volledig artikel

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) wordt voor de loon- en inkomstenbelasting geacht ten minste een bepaald bedrag aan salaris -fictief loon- te ontvangen van zijn eigen bv. Voor het jaar 2011 is dit € 41.000. Voor bepaalde situaties mag hij van een lager bedrag aan fictief loon uitgaan en in andere situaties moet hij juist een hoger bedrag in aanmerking nemen. Deze regeling staat ook bekend als de gebruikelijkloonregeling.

Hof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan in een feitelijke procedure over de hoogte van het gebruikelijke loon van een in België wonende orthodontist met een praktijk in Nederland. De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt.

Een vrouw was bestuurder van een in Nederland gevestigde bv waarin een orthodontistenpraktijk werd uitgeoefend. Van deze bv hield zij tezamen met haar echtgenoot middellijk alle aandelen via een Belgische houdstervennootschap. In de orthodontistenpraktijk werkten in 2003 negen werknemers inclusief de vrouw zelf. De winst van de bv bedroeg over 2003 € 331.074. Het hoogste salaris van de werknemers (exclusief de orthodontiste) bedroeg € 35.935 uitgaande van drie dagen per week. Naar aanleiding van een in 2004 ingesteld boekenonderzoek bij de bv legde de inspecteur de bv over de periode 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003 een naheffingsaanslag in de loonbelasting en premie volksverzekeringen op tot een te betalen bedrag van € 76.729. Reden hiervoor was dat de inspecteur het voor het jaar 2003 aangegeven loon van de orthodontiste met toepassing van de zogeheten

 

afroommethode met € 77.017  had verhoogd in verband met de gebruikelijkloonregeling.De bv was het daarmee niet eens en ging in beroep bij Rechtbank Den Haag. Zo stelde de bv onder meer dat de gebruikelijkloonregeling in de verdragstoepassing met België niet van toepassing kon zijn. Op basis van de artikelsgewijze toelichting op het nieuwe belastingverdrag met België uit 2001 stelde de rechtbank vast dat bij de totstandkoming van het nieuwe verdrag de gebruikelijkloonregeling aan de orde was geweest. Daaruit trok de rechtbank de conclusie dat de gebruikelijkloonregeling in de relatie met België wel van toepassing kan zijn. Verder was de rechtbank van oordeel dat de opbrengsten van de bv nagenoeg geheel voortvloeiden uit de arbeid van de orthodontiste binnen de bv en dat de inspecteur daardoor het gebruikelijk loon met toepassing van de afroommethode had kunnen vaststellen. De bv ging in hoger beroep bij Hof Den Haag.

Voor het hof stelde de bv onder meer dat het gebruikelijke loon van de orthodontiste niet aan de hand van de afroommethode kon worden vastgesteld. Voor zover dat toch het geval zou zijn, zou dat niet tot een correctie van het in aanmerking genomen loon kunnen leiden. De inspecteur was van mening dat het in aanmerking genomen gebruikelijk loon niet te hoog was. Hij wees op de onmisbaarheid van de orthodontiste voor de praktijkvoering van de bv. Bij uitval van de orthodontiste als gevolg van ziekte, overlijden of anderszins zou de bv moeten voorzien in een gekwalificeerde vervanger, omdat anders de inkomstenstroom van de bv vrijwel direct zou wegvallen. De vervanger zou op marktconforme voorwaarden moeten worden aangetrokken en gezien de schaarste aan orthodontisten gekoppeld aan de hoge verdiencapaciteit van orthodontisten, zal een orthodontist geen genoegen nemen met de bedragen zoals genoemd in de ‘richtlijn van de NMT’. 

Het hof volgde de inspecteur in zijn benaderingswijze voor het vaststellen van de hoogte van het gebruikelijke loon. Het was aannemelijk dat een vergelijkbare orthodontist een vergelijkbaar loon zou hebben ontvangen van de bv als het gebruikelijke loon zoals de inspecteur voorstond.  Het hof zag geen aanleiding voor een correctie op het door de inspecteur vastgestelde gebruikelijke loon.

Opmerkingen


Voor het jaar 2011 bedraagt het bedrag aan fictief loon ten minste € 41.000. Op dit bedrag bestaan enkele correctiemogelijkheden. (Houdt u vast voor de ingewikkelde regeling.)
- Als het gebruikelijke salaris van directeuren met dezelfde of soortgelijke functie maar die geen aanmerkelijk belang in een BV hebben, lager is, mag u het fictieve loon verlagen naar dat lagere gebruikelijke salaris. 
- Als het gebruikelijke salaris van werknemers (directeuren) met dezelfde of soortgelijke functie maar die geen aanmerkelijk belang in een BV hebben, hoger is, mag het salaris niet in belangrijke mate (30%) afwijken van dat gebruikelijke hogere salaris. In deze situatie geldt nog de aanvullende voorwaarde dat het salaris niet lager mag zijn dan dat van de meestverdienende werknemer (zonder aanmerkelijkbelangaandelen) in de BV of daarmee verbonden vennootschappen;
- Als het gebruikelijke loon van directeuren zonder aanmerkelijk belang lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer in de BV (of verbonden vennootschappen) mag u uw salaris verminderen totdat het niet meer in belangrijke mate (30%) afwijkt van dat gebruikelijke loon.
 
Bron: Hof Den Haag, 25-3-2011, nr. 09/00475 (gepubliceerd 1-4-2011).

 

 

 

 

Gebruikelijkloonregeling versoepeld

vrijdag, september 25th, 2009


Staatssecretaris De Jager van Financiën versoepelt de gebruikelijkloonregeling voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) van vennootschappen.

 

Bedrijven mogen het gebruikelijk loon van de dga in 2009 en 2010 verlagen als de bedrijfsresultaten door de economische crisis zijn verslechterd.

Het besluit waarin de staatssecretaris deze maatregel goedkeurt, kwam tot stand na overleg met vertegenwoordigers van VNO-NCW, de NOAB en SRA. Het besluit is te downloaden van de website van het ministerie van Financiën.

 

Bron: De Belastingdienst >>