Waardering van verpachte gronden in box 3 voor 2010

Uit doelmatigheidsoogpunt publiceert de Belastingdienst jaarlijks cijfers voor de waardering van verpachte gronden in box 3. Met deze publicatie van het Platform Landbouw worden per landbouwgebied de cijfers voor het belastingjaar 2010 kenbaar gemaakt.

Uit doelmatigheidsoogpunt publiceert de Belastingdienst jaarlijks cijfers voor de waardering van verpachte gronden in box 3. Met deze publicatie van het Platform Landbouw worden per landbouwgebied de cijfers voor het belastingjaar 2010 kenbaar gemaakt.

 Verpachte gronden Met behulp van twee tabellen kunnen op een praktische manier de waarde van verpachte gronden worden berekend. Als een belastingplichtige het met de uitkomst van de berekening niet eens is, stelt de Belastingdienst de waarde vast op basis van de werkelijke feiten en omstandigheden.

 WOZ-waarde

 Met ingang van 2010 geldt de WOZ-waarde voor alle woningen die in box 3 vallen. Voor woningen in duurzaam verhuurde staat wordt de WOZ-waarde gecorrigeerd door rekening te houden met de waardedrukkende werking van de verhuur. Voor de waarde in het economisch verkeer van verpachte woningen moet dus volgens de wettelijke bepalingen worden uitgegaan van de WOZ-waarde, hoewel ook hier sprake kan zijn van een waardedrukkende werking als gevolg van ‘niet-eindige pacht’. Het Ministerie van Financiën werkt aan een oplossing hiervoor (voor 2010 en structureel).

 

 

 

 

 

 

Voorkom heffingsrente bij correctie btw-aangifte

Ondernemers die hun btw-aangifte 2010 willen corrigeren, moeten dit voor 1 april indienen om heffingsrente te voorkomen, waarschuwt de Belastingdienst. De fiscus heeft hiervoor het formulier ‘Suppletie omzetbelasting vanaf 2010’ beschikbaar gesteld.

Ondernemers die hun btw-aangifte 2010 willen corrigeren, moeten dit voor 1 april indienen om heffingsrente te voorkomen, waarschuwt de Belastingdienst. De fiscus heeft hiervoor het formulier ‘Suppletie omzetbelasting vanaf 2010’ beschikbaar gesteld.

 Suppletie omzetbelasting formulier Door het formulier ‘Suppletie omzetbelasting vanaf 2010‘ vóór 1 april 2011 in te dienen voorkomt uw heffingsrente. “Als u dit gebruikt en juist invult, beschikken wij over alle benodigde gegegens, zodat de verwerking sneller kan verlopen. Ontvangen wij uw suppletie voor 1 april, dan brengen wij geen heffingsrente in rekening,” bericht de fiscus. Intracommunautaire verwerving

 “Heeft de correctie te maken met een intracommunautaire levering van goederen of diensten binnen de EU, corrigeert u dan ook uw opgaaf intracommunautaire prestaties. Heeft u die niet ingediend, doe dat dan alsnog. Vergeet niet bij een correctie wegens een intracommunautaire verwerving deze ook in uw suppletie aan te geven,” aldus de Belastingdienst.

 Oudere jaren

 De Belastingdienst heeft ook het formulier ‘Suppletie omzetbelasting t/m 2009‘ beschikbaar. Voor deze suppletie berekent de Belastingdienst heffingsrente vanaf 1 januari van het volgende jaar. Geen wijziging van de heffingsrente

 De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs bekendgemaakt dat de heffings- en invorderingsrente tot 1 juli 2011 niet veranderen. Het percentage voor het tweede kwartaal van 2011 blijft gelijk aan de 2,5 procent van het eerste kwartaal.

 

 

 

 

Zzp’ers willen handhaving lage btw-tarief arbeidsloon renovatiebouw

Het kabinet moet de 6%-maatregel voor arbeidsloon bij renovatiebouw handhaven. Dit zeggen zzp’ers in een enquête die FNV Zelfstandigen Bouw heeft gehouden onder zijn leden. Zzp’ers willen bovendien dat straatwerk rondom de woning ook onder de 6%-regel komt te vallen. Dit is nu niet het geval.

Het kabinet moet de 6%-maatregel voor arbeidsloon bij renovatiebouw handhaven. Dit zeggen zzp’ers in een enquête die FNV Zelfstandigen Bouw heeft gehouden onder zijn leden. Zzp’ers willen bovendien dat straatwerk rondom de woning ook onder de 6%-regel komt te vallen. Dit is nu niet het geval.

 75% van de leden die de enquête invulde, zegt er meer werk aan over te houden. Volgens 94% reageren klanten er positief op. En bijna 80% merkt dat klanten sneller de knoop doorhakken om van de lage btw te profiteren.

 NV Zelfstandigen Bouw pleit voor verlenging van de lage btw. ‘Want hoewel Nederland langzaam aan uit de recessie kruipt, merkt de bouw hier nog weinig van. Wel zien zzp’ers de particuliere markt alweer iets aantrekken. En juist deze lage btw helpt daarbij,’ aldus de vakbond voor zelfstandigen. De tijdelijke verlaging van het btw-tarief van 19% naar 6% geldt alleen over de arbeid en alleen op onderhoud aan woningen ouder dan 2 jaar. Over de materialen blijft 19% verschuldigd. Het kabinet voerde de lage btw in oktober vorig jaar in als maatregel tegen de crisis. Maar slechts tijdelijk, tot 1 juli 2011.[ Bron: FNV Zelfstandigen Bouw ]

 

 

 

 

Installatiebranche wil verlenging verlaagd btw-tarief onderhoud en renovatie

Het verlaagd btw-tarief voor onderhoud en renovatie levert de installatiebranche op jaarbasis een half miljard euro extra omzet op en is goed voor 5.000 nieuwe banen. Bovendien ontvangt het rijk 35 miljoen euro aan extra btw-inkomsten dankzij de regeling.

Het verlaagd btw-tarief voor onderhoud en renovatie levert de installatiebranche op jaarbasis een half miljard euro extra omzet op en is goed voor 5.000 nieuwe banen. Bovendien ontvangt het rijk 35 miljoen euro aan extra btw-inkomsten dankzij de regeling. Dit blijkt uit een onderzoek van UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche, onder haar achterban.

De vereniging pleit voor een verlenging van de regeling met minimaal een half jaar. Volgens de brancheorganisatie is dat hard nodig nu de sector dit hele jaar nog te kampen heeft met de gevolgen van de economische crisis. Het verlaagd btw-tarief is sinds 1 oktober vorig jaar van kracht. Sinds die datum krijgt de helft van de ondernemers meer aanvragen voor offertes. Bij ruim driekwart van de bedrijven zorgden deze aanvragen voor extra omzet en opdrachten. De gemiddelde omzetstijging lag tussen de 20.000 en 50.000 euro. Het verlaagd btw-tarief geldt tot 1 juli dit jaar.

‘Dankzij de btw-verlaging worden er meer badkamers gerenoveerd en cv-ketels vervangen. Ook zien we een toename in het aantal onderhoudscontracten van cv-ketels. Gezien de nog altijd lastige economische situatie in de branche, als gevolg van het achterblijven van nieuwbouwprojecten en het nog altijd lage consumentenvertrouwen, zou het goed zijn voor de branche en de werkgelegenheid als de regeling wordt verlengd,’ zegt voorzitter Marcel Engels van UNETO-VNI.

[ Bron: ANP ]

 

 

 

 

“Multiboxheffing” van zelfde woning voor bewoner-vruchtgebruiker en bloot eigenaar was toch niet onredelijk

De Wet inkomstenbelasting 2001 werkt met voor drie inkomensboxen geheel verschillende heffingssystemen. Zo bevat box 1 de heffingregels voor belastbaar inkomen uit werk en (eigen) woning en bevat box 3 de heffingsregels voor belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. In bepaalde situaties kan het voorkomen dat één en hetzelfde object (deels) wordt belast bij verschillende belastingplichtigen in verschillende inkomensboxen. De conclusie dat dan sprake is van dubbele heffing ligt dan voor de hand. Maar onder omstandigheden kan zo’n ‘multiboxheffing’ toch door de beugel en is van dubbele heffing minder sprake dan op eerste gezicht lijkt. Illustratief hierbij is een recente uitspraak van Hof Den Bosch over de fiscale behandeling van gesplitst vruchtgebruik en bloot eigendom van een woning. De vruchtgebruiker van die woning woonde in die woning en had het recht van gebruik en bewoning door erfrecht verkregen. Bij hem werd de woning als een eigen woning in box 1 belast en wel over de volledige WOZ-waarde van die woning. Zijn broer bezat de bloot eigendom van de woning. De bloot eigendomwaarde van de woning werd bij hem in de heffingsgrondslag van box 3 betrokken. Hij stelde dat bij hem sprake was van een dubbele heffing, omdat de waarde van de woning al geheel bij de broer met het vruchtgebruik in de belastingheffing werd betrokken. Hof Den Bosch komt op basis van de wetsgeschiedenis van de Wet tot de conclusie dat de keuze van de wetgever wat betreft de belastingheffing in zodanige situatie toch niet van redelijke grond is ontbloot, en verklaarde het hoger beroep ongegrond.

17 februari 2011

Samenvatting

De Wet inkomstenbelasting 2001 werkt met voor drie inkomensboxen geheel verschillende heffingssystemen. Zo bevat box 1 de heffingregels voor belastbaar inkomen uit werk en (eigen) woning en bevat box 3 de heffingsregels voor belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. In bepaalde situaties kan het voorkomen dat één en hetzelfde object (deels) wordt belast bij verschillende belastingplichtigen in verschillende inkomensboxen. De conclusie dat dan sprake is van dubbele heffing ligt dan voor de hand. Maar onder omstandigheden kan zo’n ‘multiboxheffing’ toch door de beugel en is van dubbele heffing minder sprake dan op eerste gezicht lijkt. Illustratief hierbij is een recente uitspraak van Hof Den Bosch over de fiscale behandeling van gesplitst vruchtgebruik en bloot eigendom van een woning. De vruchtgebruiker van die woning woonde in die woning en had het recht van gebruik en bewoning door erfrecht verkregen. Bij hem werd de woning als een eigen woning in box 1 belast en wel over de volledige WOZ-waarde van die woning. Zijn broer bezat de bloot eigendom van de woning. De bloot eigendomwaarde van de woning werd bij hem in de heffingsgrondslag van box 3 betrokken. Hij stelde dat bij hem sprake was van een dubbele heffing, omdat de waarde van de woning al geheel bij de broer met het vruchtgebruik in de belastingheffing werd betrokken. Hof Den Bosch komt op basis van de wetsgeschiedenis van de Wet tot de conclusie dat de keuze van de wetgever wat betreft de belastingheffing in zodanige situatie toch niet van redelijke grond is ontbloot, en verklaarde het hoger beroep ongegrond.

Volledig artikel

De Wet inkomstenbelasting 2001 werkt met voor drie inkomensboxen geheel verschillende heffingssystemen. Zo bevat box 1 de heffingregels voor belastbaar inkomen uit werk en (eigen) woning en bevat box 3 de heffingsregels voor belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. In bepaalde situaties kan het voorkomen dat één en hetzelfde object (deels) wordt belast bij verschillende belastingplichtigen in verschillende inkomensboxen. De conclusie dat dan sprake is van dubbele heffing ligt dan voor de hand. Maar onder omstandigheden kan zo’n ‘multiboxheffing’ toch door de beugel en is van dubbele heffing minder sprake dan op eerste gezicht lijkt. Illustratief hierbij is een recente uitspraak van Hof Den Bosch.
 
De zaak betrof een man die met zijn broer door erfrecht eigenaar was geworden van een woning. De man bezat de bloot eigendom van de woning. Zijn broer bezat het recht van gebruik en bewoning van de woning en woonde ook daadwerkelijk in die woning. In zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2006 had de  man volgens de fiscale regels de bloot eigendomwaarde opgenomen in zijn heffingsgrondslag voor de box 3-heffing. Hij maakte daartegen bezwaar, omdat naar zijn mening sprake was van dubbele heffing. Volgens de fiscale regels werd de woning bij zijn broer al voor de volledige WOZ-waarde (via het eigenwoningforfait) in de belastingheffing betrokken in box 1. Een deel van de waarde van de woning nogmaals in de belastingheffing van box 3 betrekken was volgens hem dubbelop. De inspecteur en Rechtbank Breda deelden zijn visie echter niet. De man ging daarop in hoger beroep bij Hof Den Bosch.
 
Het hof stelde voorop dat de wetgever op basis van Europese wetgeving en rechtspraak van de Hoge Raad een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de vormgeving van de belastingheffing. De beoordelingsvrijheid wordt alleen beperkt als het oordeel van de wetgever van redelijke grond is ontbloot.
 
Het hof wees vervolgens op een passage uit de wetsgeschiedenis van de Wet. In de Tweede Kamer was gesproken over een identieke situatie als in de onderhavige procedure. De Tweede Kamer had daarbij terecht geconstateerd dat een uit vruchtgebruiktestament verkregen blote eigendom ook  in de heffingsgrondslag van box 3 valt. De verklaring hiervoor lag in de wetsfictie dat tot de rendementsgrondslag behorende vermogensbestanddelen geacht worden rendement in economische zin op te leveren. Dat geldt ook voor blote eigendommen. De blote eigenaar geniet namelijk jaarlijks een stukje van de aangroei van zijn blote eigendom naar de volle waarde van het vermogensbestanddeel. In de Tweede Kamer was verder nog geopperd om ook de blote eigenaar in box 1 te betrekken. De toenmalige staatssecretaris van Financiën had dat echter afgewezen omdat dat  niet zou stroken met het nieuwe stelsel om de eigenwoningregeling alleen toe te passen op die gevallen waarin echt sprake is van een eigen woning. 
 
Het hof was op basis van bovenstaande wetsgeschiedenis van oordeel dat de gemaakte keuze van de wetgever niet van redelijke grond was ontbloot. Het hof wees erop dat de broer van de man in beginsel ook recht heeft op renteaftrek in box 1, hetgeen volgens het hof een rechtvaardiging is voor de box 3-heffing bij de man. 
 
Het hof ging vervolgens nog in op een Europeesrechtelijk punt bij de beoordeling of de belastingheffing gerechtvaardigd was. Bij het maken van een inbreuk op het eigendomsrecht van het individu (in de zin van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens) moet een verdragsstaat een juiste afweging maken tussen de eisen van het algemeen belang en die van de bescherming van fundamentele rechten van het individu. Bij de beoordeling van de vraag of een staat aan dit vereiste heeft voldaan, heeft een staat een ruime beoordelingsmarge. Dat geldt in het bijzonder voor belastingmaatregelen.

Naar het oordeel van het hof heeft de wetgever in het onderhavige geval de grenzen van de ruime beoordelingsvrijheid niet overschreden. De omstandigheid dat bij de man sprake was van een box 3-heffing en bij zijn broer een box 1-heffing leidde volgens het hof toch niet tot de conclusie dat toepassing van de Wet leidt tot een individuele en buitensporige last. Het hof wees daarbij ook op een tegemoetkomingsmaatregel in de Wet (geen eigenwoningforfait bij geen of lage eigenwoningschuld) die dat oordeel ondersteunt. Het hof verklaarde het hoger beroep van de man daarop ongegrond.

Bron: Hof Den Bosch, 10-9-2010, nr. 09/00370 (gepubliceerd 14-2-2011).