Belastingdienst scherper op fraude met zakenauto

De Belastingdienst gaat strenger controleren op het onjuist opgeven van privégebruik van een auto van de zaak.

De Belastingdienst gaat strenger controleren op het onjuist opgeven van privégebruik van een auto van de zaak.

 

Dat heeft staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) besloten, omdat uit onderzoek wederom veel misbruik blijkt van het belastingvriendelijker regime voor zakenauto’s die weinig privé worden gebruikt. Sinds begin van het jaar is bij ongeveer 1500 belastingplichtigen voor in totaal circa 4 miljoen euro aan naheffingen en boetes opgelegd.
Minder dan 500 kilometer
Dat heeft het ministerie van Financiën dinsdag bekendgemaakt. Iemand met een auto van de zaak  die minder dan 500 kilometer privé rijdt, hoeft minder belasting te betalen. Uit eerdere onderzoeken van de Belastingdienst was al gebleken dat een fors aantal mensen van deze groep het niet zo nauw neemt met de regels.

De totale stand aan fraude bedraagt nu 23 miljoen euro aan naheffingen en boetes voor ongeveer 11.000 belastingplichtigen die onterecht belastingvoordeel wilden opstrijken. Vooral personen met een auto van de zaak die een of meer verkeersboetes hebben, blijken nogal eens de belastingregels aan hun laars te lappen.

Voor het opvoeren van de controles zet de Belastingdienst tientallen extra medewerkers in. De opbrengst wordt geschat op vele miljoenen euro’s.

 
(c) ANP 2009 alle rechten voorbehouden

Tijdelijke verruiming WBSO

Het kabinet stelt zowel in 2009 als in 2010 € 150 miljoen beschikbaar voor tijdelijke intensivering van de afdrachtvermindering S&O, meldt staatssecretaris De Jager (Financiën).

Het kabinet stelt zowel in 2009 als in 2010 € 150 miljoen beschikbaar voor tijdelijke intensivering van de afdrachtvermindering S&O, meldt staatssecretaris De Jager (Financiën).

 

De afdrachtvermindering S&O is een reeds bestaande maatregel in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen die breed bekend is en gewaardeerd wordt door het bedrijfsleven. De intensivering betekent dat een verruiming van de vermindering van de te betalen loonbelasting kan plaatsvinden voor bedrijven die personeel in dienst hebben die zich bezighouden met bepaalde S&O-projecten.

Deze verruiming is als volgt in het fiscaal stimuleringspakket vormgegeven. Enerzijds wordt de loongrens verlengd waarvoor het hoogste afdrachtverminderingspercentage geldt en het maximale bedrag aan afdrachtvermindering (het plafond) verhoogd. Anderzijds worden de percentages afdrachtvermindering van de eerste en tweede schijf verhoogd. De eerste twee voorgestelde wettelijke maatregelen (de loongrens en het plafond) zijn opgenomen in het fiscale stimuleringspakket. De laatste twee wijzigingen vinden plaats bij ministeriële regeling. De vier maatregelen tezamen werken terug tot 1 januari 2009 en betekenen een belangrijke en evenwichtige impuls voor het speur- en ontwikkelingswerk, zowel voor het midden- en kleinbedrijf als voor grote ondernemingen.
Berperking administratie lasten
In de toelichting op de vierde nota van wijziging is aangegeven dat de uitvoeringsorganisaties SenterNovem en de Belastingdienst vooruitlopend op voornoemde wijzigingen genoodzaakt zijn om tijdig aan de wijzigingen uitvoering te geven. Hierdoor worden de administratieve lasten voor de betrokken ondernemers en genoemde uitvoeringsorganisaties zoveel mogelijk beperkt.
Aanvragen uiterlijk 15 mei indienen
In de toelichting is tevens aangegeven dat de uitvoering uiterlijk in de maand mei ter hand zou moeten worden genomen. Bij uitvoering van de maatregel in mei vloeit uit de samenhang tussen de afgifte van S&O verklaringen – die SenterNovem afgeeft – en de loonaangifte voort, dat de verklaring uiterlijk 15 mei moet zijn ingediend bij de Belastingdienst. Alleen dan kan de inhoudingsplichtige bij de loonaangifte over de maand mei rekening houden met de aangepaste S&O-verklaring. Bij een latere verzending is het niet meer mogelijk om de verruiming in mei te verrekenen met de te betalen loonbelasting. Bovendien is effectuering van terugwerkende kracht alleen mogelijk door inhoudingsplichtigen correctieberichten te laten indienen voor de verstreken loonaangiftetijdvakken januari – april 2009. De toename van het aantal correctieberichten als gevolg van een latere verzending van de S&O-verklaringen zou onverantwoorde uitvoeringsrisico’s in de loonaangifteketen tot gevolg hebben.

 

Uiterlijk 8 mei ontvangen 12.000 inhoudingsplichtigen een nieuwe S&O-verklaring
Om de ondernemers in de gelegenheid te stellen tijdig van deze maatregelen gebruik te maken, moeten op 8 mei a.s. bijna 12 000 nieuwe – door SenterNovem aan de voorgestelde maatregelen aangepaste – S&O-verklaringen bij de inhoudingsplichtige liggen. De intensivering van de afdrachtvermindering S&O beoogt snel een liquiditeitsvoordeel aan het bedrijfsleven te geven.

Het bedrijfsleven heeft de minister van Economische Zaken en mij daarbij verzocht om zo snel mogelijk helderheid te verschaffen. Gegeven de onverantwoorde uitvoeringsrisico’s bij het later verzenden van de S&O-verklaringen en mede in aanmerking genomen de uitkomsten van het Kamerdebat op 26 maart jl. over het aanvullend beleidsakkoord, waarin mij van de kant van Uw Kamer geen bezwaren zijn gebleken tegen de voorgenomen S&O-maatregelen, hebben de minister van Economische Zaken en ik aan SenterNovem en de Belastingdienst opdracht gegeven reeds voorbereidingen te treffen om uitvoering te geven aan de voorgenomen S&O-maatregelen.
SenterNovem heeft de opdracht gekregen de S&O-verklaringen aan te passen op zodanige wijze dat rekening wordt gehouden met de voorgestelde maatregelen in het crisispakket en zal deze nieuwe S&O verklaringen vanaf 27 april afgeven. De Belastingdienst is daarbij in staat om vanaf mei de loonaangiften met de nieuwe S&O-bedragen en de correcties over de voorgaande loonaangiftetijdvakken te verwerken.

 

Bron: Ministerie van Financiën

Voor- en nadelen van thuiswerken

Thuis- of telewerken raakt langzaamaan steeds meer ingeburgerd. Eind 2007 had bijna de helft van de bedrijven waar tien of meer personen werken telewerkers in dienst.

Thuis- of telewerken raakt langzaamaan steeds meer ingeburgerd. Eind 2007 had bijna de helft van de bedrijven waar tien of meer personen werken telewerkers in dienst.

 

Wanneer thuiswerk

Hoewel thuis- en telewerken van oorsprong twee verschillende dingen betekenen zijn de termen tegenwoordig bijna synoniem en inwisselbaar. Onder thuiswerken vallen de werkzaamheden die niet in een gebouw van het bedrijf maar in de woning van de werknemer worden verricht. In de praktijk gaat het meestal om thuiswerken in deeltijd. De werknemer werkt dan een aantal dagen bij de onderneming en een aantal dagen thuis.

De werknemer geldt al als thuiswerker als hij 20% van zijn arbeidstijd in de eigen woning werkt. Telewerken kan in tegenstelling tot thuiswerken op verschillende plaatsen. In de meeste gevallen werkt de telewerker overigens wel gewoon vanuit zijn eigen huis, vandaar dat thuis- en telewerken inmiddels hetzelfde betekenen. Thuiswerken biedt voor zowel werkgevers als werknemers voordelen en is daarom al op veel plekken vanzelfsprekend geworden. Toch kunnen er aan thuis- en telewerken ook nadelen kleven. Daarom is het belangrijk dat de werkgever de voor- en nadelen goed afweegt.

 

Voordelen

Thuiswerken biedt voordelen op het gebied van flexibiliteit, productiviteit en kostenbesparing. Zo zijn thuis- en telewerkers flexibeler, omdat zij geen rekening hoeven te houden met de werktijden binnen het bedrijf. Hierdoor kunnen zij bijvoorbeeld in piekperioden makkelijk overwerken. De thuiswerker kan ook de werkzaamheden makkelijker combineren met zijn gezinsleven. Dit kan leiden tot minder behoefte aan bijzonder verlof en minder ziekteverzuim.

Thuiswerkers hebben grote zelfstandigheid en kunnen zelf hun tijd indelen waardoor ze een hogere productiviteit kunnen bereiken. Daarnaast hebben thuiswerkers geen of – bij deeltijdthuiswerken – minder reistijd en reiskosten. Dit levert voor zowel de werkgever als de werknemer een prettige besparing op. Ten slotte profileert de werkgever zich als goede en aantrekkelijke partij als hij de mogelijkheid van thuis- en telewerken aanbiedt in zijn arbeidsvoorwaarden.

 

Nadelen

Toch heeft thuiswerken ook zo zijn keerzijde. Als belangrijkste nadeel van thuiswerken wordt vaak vermindering van het persoonlijk contact genoemd. Dit kan leiden tot minder betrokkenheid bij de onderneming en daarmee tot een afname van werkmotivatie. Thuiswerkers en telewerkers zelf missen vaak het contact met de collega’s en hebben soms de angst dat zij bij promoties zullen worden overgeslagen.

Door het telewerken kunnen ook de scheidslijnen tussen werk en privé vervagen. Niet alle werknemers zullen daarmee kunnen omgaan. De werkgever moet ook rekening houden met de kosten van de inrichting van de telewerkplek en telecommunicatiekosten en met eventuele problemen rondom beveiliging en vertrouwelijkheid, bijvoorbeeld als de werknemer van buitenaf op het bedrijfsnetwerk kan inloggen.

Daarnaast kan het gebeuren dat de werkgever het gevoel krijgt de controle over zijn telewerkers te verliezen. Hij ziet deze medewerkers immers minder vaak en het is moeilijk te bepalen hoeveel werk de telewerker verricht en of dat ook goed is gebeurd. Om hierop toch goed zicht te houden is het belangrijk outputcontrole uit te voeren. Dit houdt in dat hij met zijn medewerker duidelijke afspraken maakt over wanneer het werk af moet zijn. Ook is het verstandig in plaats van een einddoelstelling een aantal deeldoelstellingen af te spreken.

 

Functie en persoon

De werkgever moet er rekening mee houden dat niet elke functie geschikt is voor telewerken. Zo kunnen banen waarbij het fysiek uitvoeren van een bepaalde taak belangrijk is niet worden omgezet in een telewerkbaan. Ook functies waarbij persoonlijk contact met collega’s belangrijk is komen minder snel in aanmerking voor telewerken.

Functies die zijn gericht op informatieverwerking zijn juist zeer geschikt voor telewerken. Deze werkzaamheden kunnen vaak net zo goed op de telewerklocatie worden uitgevoerd. Daarnaast moet de werkgever er rekening mee houden dat niet al zijn werknemers geschikt zullen zijn voor telewerken. Een telewerker moet bijvoorbeeld zelfstandig kunnen werken, verantwoordelijkheidsgevoel hebben en flexibel zijn.

 

Werkplek en arbo-eisen

Telewerken is niet mogelijk zonder bepaalde voorzieningen. Welke voorzieningen nodig zijn hangt onder meer af van de werkzaamheden van de telewerker.

Een volledig telewerkpakket bestaat uit:
• bureau, stoel en kastruimte;
• computer en internet;
• communicatie- en beveiligingssoftware;
• (mobiele) telefoon;
• eventueel fax, printer, antwoordapparaat, aparte telefoonlijn.

De werkgever moet er daarnaast rekening mee houden dat de Arbowet ook geldt voor telewerkers. Dit betekent voor de werkgever dat hij ook op de telewerkplek verantwoordelijk is voor de arbeidsomstandigheden. Hij moet er dan ook voor zorgen dat de telewerker kan beschikken over goed meubilair, verlichting en apparatuur.

Voor gezondheidsschade die de telewerker thuis oploopt gelden dezelfde regels als binnen het bedrijf. Krijgt de werknemer bijvoorbeeld op zijn telewerkplek een ongeluk, dan moet de werkgever dat aan de Arbeidsinspectie melden. In de Arbowet staat dat de werkgever moet zorgen voor een volledig ingerichte werkplek die aan de arbonormen voldoet en middelen verstrekt die nodig zijn voor het uitoefenen van de functie thuis. Bovendien is de werkgever verplicht de medewerker te wijzen op de arbo-eisen en de mogelijke risico’s. Goede voorlichting is dus vereist.

 

Belastingvoordeel

De Belastingdienst hanteert een speciale regeling voor telewerken. De werkgever kan de telewerker voor de inrichting van de thuiswerkplaats een belastingvrije vergoeding geven van maximaal € 1815 (incl. btw) in vijf jaar.

Voor deze fiscale regeling gelden de volgende voorwaarden:
• de werknemer werkt over het algemeen ten minste eenmaal per week gedurende de normale werktijd thuis, zonder dat hij ook naar een arbeidsplaats buiten de woning reist. Hierbij maakt hij gebruik van telecommunicatie;
• de werkgever sluit met de werknemer een schriftelijk contract af. Hierin moeten naam en adres van de werknemer worden vermeld. Verder moeten de dag of dagen waarop de werknemer thuis werkt worden genoemd. De werkgever moet het contract van een dagtekening voorzien en bewaren bij de loonadministratie;
• de inrichting van de werkruimte moet voldoen aan de eisen van de Arbowet.

De werkgever mag daarnaast de kosten van alle bedrijfsapparatuur volledig aftrekken van de winst. Per 1 januari 2009 is thuiswerken fiscaal aantrekkelijker gemaakt doordat de regeling van de vaste reiskostenvergoeding is verruimd. Om voor de onbelaste reiskostenvergoeding in aanmerking te komen hoeven werknemers nog maar 128 werkdagen per jaar naar de vaste werkplek te reizen en kunnen ze dus vaker thuiswerken.

 

Bron: Personeel

Zzp’ers mogelijke oplossing voor arbeidstekort in de land- en tuinbouw

Vanaf 2000 is in Nederland het aantal zelfstandigen zonder personeel, kortweg zzp’ers, sterk toegenomen. Ook in de land- en tuinbouw komt deze arbeidsvorm steeds vaker voor.

Vanaf 2000 is in Nederland het aantal zelfstandigen zonder personeel, kortweg zzp’ers, sterk toegenomen. Ook in de land- en tuinbouw komt deze arbeidsvorm steeds vaker voor. Zzp’ers kunnen een bijdrage leveren aan de oplossing van het arbeidstekort in de land- en tuinbouw, zo blijkt uit een vandaag verschenen inventariserend onderzoek dat LEI verricht heeft in opdracht van het ministerie van LNV.

Specialisten op deeltaken

In de agrarische sector zijn een aantal specifieke ontwikkelingen gaande die bijdragen aan de opkomst van zzp’ers. Door schaalvergroting is de agrarische ondernemer steeds minder vaktechnisch bezig en richt hij zich meer en meer op het organiseren van werk, op inkoop- en verkoopactiviteiten en op strategieontwikkeling. Dit leidt tot een groeiende vraag naar specialisten op deeltaken. Hierin wordt onder andere voorzien door voormalige agrarische ondernemers die hun bedrijf voortijdig hebben beëindigd. Bijkomend voordeel voor de sector is dat op deze wijze goede vakmensen behouden blijven.

De komende jaren zal het namelijk naar verwachting steeds moeilijker worden in de agrarische sector om aan goed personeel te komen, omdat de krapte op de arbeidsmarkt voor deze beroepscategorie blijvend lijkt en minder jongeren agrarisch onderwijs volgen.

ZZP’ers in de landbouw

Een flink deel van de land- en tuinbouwbedrijven (bijna 30%) besteedt werk uit aan zzp’ers. Dit blijkt uit een enquête onder agrarische ondernemers. Zzp’ers worden vooral ingezet voor gewasverzorging (41%), oogstwerkzaamheden (38%) en dierverzorging (29%). Het aantal zzp-uren varieert sterk per bedrijf: van minder dan 100 uur op ruim 40% van de bedrijven tot 1.000 uur of meer op zo’n 10% van de bedrijven. Daarnaast gaf 14% van de respondenten aan het eigen bedrijf te combineren met zzp-activiteiten daarbuiten.

Betrouwbare gegevens over het aantal actieve zzp’ers in de agrarische sector zijn er niet. Mede op basis van dit onderzoek is het aantal arbeidsjaareenheden – 1 aje komt overeen met 2.000 arbeidsuren per jaar – geschat op circa 3.300 tot 3.500. Vaak gaat het om potentiële bedrijfsopvolgers, bedrijfsbeëindigers en agrariërs met zzp als neventak. Het aantal agrariërs dat naast het eigen bedrijf ook actief is als zzp’er is geschat op 10.000 à 11.000.

Voor- en nadelen

Zzp’ers zijn aantrekkelijk voor agrarische ondernemers vanwege hun flexibele inzet voor productiewerk of specialistische taken, vooral in piektijden of bij een groeisprong,. Ondernemers werken met zzp’ers omdat ze geen financiële risico’s lopen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag. Ook ervaren ze minder administratieve lasten en een betere kwaliteit van het geleverde werk door meer betrokkenheid. Een nadeel is dat zzp’ers door hun volle agenda’s soms (te) beperkt inzetbaar zijn.

De belangrijkste motieven voor zzp’ers zijn de vrijheid om zelf werktijden, activiteiten en opdrachtgevers te kiezen en de mogelijkheid om op die manier (extra) inkomsten te verwerven. Als minpunt noemen zij dat het werken voor meerdere opdrachtgevers, al dan niet in combinatie met een eigen bedrijf, soms lastig is.

Zzp’ers kunnen zichzelf onderscheiden door specialistische arbeid waar vaak een hoger tarief voor gerekend kan worden. Zzp is tevens een uitgelezen kans voor jongeren zonder agrarische achtergrond die het werk en het ondernemerschap in de sector ambiëren. Dit vereist wel competenties zoals zelfstandigheid, klantgerichtheid, resultaatgerichtheid en communicatieve vaardigheid.

Risico’s voor de ZZP’er

Agrarische zzp’ers zitten doorgaans goed in het werk en het risico van leegloop beschouwen ze inherent aan deze vorm van werken. Agrarische zzp’ers verwachten door de economische crisis vooral in de bouwwereld minder opdrachten te verwerven, en niet zozeer in de agrarische sector zelf.

Zzp’ers schatten risico’s over het algemeen (te) laag in. Een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid vinden ze te duur en datzelfde geldt voor particuliere pensioenproducten. Agrarische ondernemers met zzp als neventak vallen daarom voor hun pensioen vaak terug op het opgebouwde vermogen binnen het bedrijf.

Over collectieve sociale verzekeringen voor zzp’ers wordt verschillend gedacht. Voorstanders ervan menen dat zij dezelfde rechten moeten hebben als gewone werknemers, tegenstanders vinden de roep om collectieve voorzieningen betuttelend voor het ‘vrije’ beroep. Ook het kabinet ziet geen noodzaak voor collectieve voorzieningen.

Professionalisering gewenst

Werving vindt hoofdzakelijk plaats via mond-tot-mondreclame, met internet en andere media als aanvullende bronnen. Opdrachtgevers zeggen behoefte te hebben aan een goed gevulde database op internet met uitgebreide regionale zoekfuncties en/of bemiddeling.

Momenteel zijn de meeste opdrachten gebaseerd op mondelinge afspraken, wat aanleiding kan geven tot onduidelijkheid en conflicten. Daarnaast vertrouwen opdrachtgevers er te zeer op dat de zzp’er zijn papieren (onder andere de VAR, de Verklaring Arbeidsrelatie) op orde heeft. Verder is er bij zowel opdrachtgevers en zzp’ers nogal wat onbekendheid en onduidelijkheid over regelgeving, met name over de arbowetgeving.

Kortom, een professionaliseringslag is wenselijk. Certificering van zzp’ers en hun vaardigheden kan hieraan bijdragen, bijvoorbeeld via EVC-kwalificering (Eerder Verworven Competenties). Ook agrarische onderwijsinstellingen zouden hun programma’s beter kunnen afstemmen op toekomstige zzp’ers.

Zie voor meer informatie het rapport ZZP’ers in beeld; Een inventarisatie in de agrarische sector op de site van het LEI.

Publicatiedatum: 14-4-2009

Nederlander 26.000 euro armer door crisis

Nederlanders zijn sinds het begin van de financiële crisis gemiddeld 26.000 euro armer geworden. In totaal is dat 325 miljard euro.

Nederlanders zijn sinds het begin van de financiële crisis gemiddeld 26.000 euro armer geworden. In totaal is dat 325 miljard euro. Dat blijkt uit berekeningen van PricewaterhouseCoopers (PwC), die de accountants- en adviesorganisatie maandag heeft bekendgemaakt.

 

 De vermogensdaling komt vooral door de lagere pensioenopbouw, de daling van de huizenprijzen en de daling van de aandelenkoersen. Het vermogensverlies leidt op den duur ook tot minder uitgaven, aldus PwC.

Het vermogen in aandelen, pensioenen en huizenbezit is gezamenlijk met circa 13 procent afgenomen. Dat komt volgens PwC overeen met circa 56 procent van het bruto binnenlands product.

In maart berekende PwC al dat de gemiddelde Brit door de scherp gedaalde aandelenmarkten en de fors lagere huizenprijzen ongeveer 40.000 pond sterling (44.545 euro) armer is geworden dan voor het uitbreken van de crisis.

 

Bron: Financiële Telegraaf