Jaarlijkse winstuitkering wordt vanzelf arbeidsvoorwaarde

Wanneer een winstuitkering jaarlijks wordt uitgekeerd, zonder daarbij rekening te houden met de omvang van de winst, geldt deze als arbeidsvoorwaarde en moet deze door het bedrijf worden uitgekeerd.

Wanneer een winstuitkering jaarlijks wordt uitgekeerd, zonder daarbij rekening te houden met de omvang van de winst, geldt deze als arbeidsvoorwaarde en moet deze door het bedrijf worden uitgekeerd.

 

Dat heeft de kantonrechter afgelopen maand besloten.

Normaal gesproken is een winstuitkering afhankelijk van de winst. Of de winst het toelaat dat de uitkering aan de werknemers wordt uitbetaald wordt door de directie besloten. Bij een bedrijf kwam de directie steeds tot het zelfde besluit, waarbij geen rekening werd gehouden met de omvang van de winst. De ondernemingsraad bevestigde dat deze ‘dertiende maand’ al tenminste elf jaar werd uitbetaald.

Het bedrijf voelde zich echter niet verplicht om de uitkering over 2007 te betalen. Drie werknemers vonden dat zij recht hadden op de uitkering en stapten naar de kantonrechter.
De kantonrechter was het met de werknemers eens. Door de jaarlijkse betaling van een extra maandloon is er sprake van een arbeidsvoorwaarde. Deze kan niet zomaar door de werkgever worden gewijzigd.
 

Bronnen:
Kantonrechter Utrecht, 20 mei 2009
• HRpraktijk

CDA-rapport: uniform belastingtarief

Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA bepleit een uniform belastingtarief van 33,25 procent voor alle inkomen uit arbeid.

Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA bepleit een uniform belastingtarief van 33,25 procent voor alle inkomen uit arbeid.

 

Om de dan met ongeveer 16 miljard euro teruglopende belastinginkomsten te compenseren, zouden onder meer het hoge en het lage btw-tarief verhoogd moeten worden met respectievelijk 3 en 1 procent. Ook de vermogensrendementsheffing zou met 3,25 procent moeten worden verhoogd. In de voorstellen is verder sprake van een versobering en vereenvoudiging van het aantal heffingskortingen. De hypotheekrenteaftrek blijft in de plannen van het Wetenschappelijk Instituut ongemoeid.

 
Een vlaktaks heeft volgens het rapport veel voordelen. Zo zijn werkgevers verlost van een ingewikkelde administratie en kunnen werknemers met de komst van een loonbegrip meteen op hun loonstrookje hun verdiensten zien. Ook de werklast voor de Belastingdienst wordt verminderd. De werkgelegenheid zou er bovendien met 1 procent (80.000 banen) op vooruit kunnen gaan.

 
Volgens de opstellers van het rapport Een sociale vlaktaks zijn de inkomenseffecten voor mensen beperkt. Hoge inkomens hebben een voordeel bij de aanpassingen, zodat geopperd wordt een topinkomenheffing in te voeren. Volgens het Wetenschappelijk Instituut is het aan de politiek om te bepalen vanaf welk inkomen de heffing moet gelden, maar hoe dan ook zal het volgens het WI een heel kleine groep betreffen. De heffing zou ook zeker minder dan 50 procent moeten bedragen.

 
CDA-staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën nam het rapport in ontvangst en reageerde positief. ‘Zeer interessante voorstellen, ook goed voor de sociale partners om ernaar te kijken.’ De Jager noemde het ‘zachtjes aan weer tijd voor een grondige herziening’ van het belastingstelsel. De laatste grote herziening was in 2001. Volgens hem zijn een vereenvoudiging van het stelsel en verlaging van de belasting op arbeid de belangrijkste voordelen van een vlaktaks.

 
Maar de invoering van een vlaktaks is een onderwerp voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen in 2011 en eventueel voor een volgend kabinet, aldus De Jager. De komende jaren is hij op verzoek van de Kamer wel al bezig met de uniformering van het loonbegrip.

 
     
 
(c) ANP 2009 alle rechten voorbehouden

Grote, soepeler lening van ouder vanwege bedrijfsopvolging was niet ongebruikelijk

Hof Den Bosch heeft in een door de feiten bepaalde procedure beslist dat geen sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling binnen een familierelatie.

Hof Den Bosch heeft in een door de feiten bepaalde procedure beslist dat geen sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling binnen een familierelatie. In grondvorm betrof de procedure een lening van ruim f 10 mln. (ruim € 4,5 mln.) die een vader in 1999 vanwege de bedrijfsopvolging aan een bv van zijn twee voortzettende zoons had verstrekt. De bv had de vennootschap van de vader gekocht. De vader had geen zekerheden voor de lening gesteld en berekende een rentepercentage van 6%. Wel had de vader op de achtergrond de touwtjes nog steeds strak in handen, waren de leningsvoorwaarden gedetailleerd vastgelegd, en was de lening gedisciplineerd binnen vier jaar afgelost. Bij de aanslagregeling over 2002 van de vader stelde de inspecteur dat de lening een ongebruikelijke terbeschikkingstelling was en nam een rente-inkomstenpost van € 88.413 als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking. Hof Den Bosch toetste de feiten en omstandigheden van de lening aan de voorwaarden die naar het oordeel van het hof voor een ongebruikelijke terbeschikkingstelling gelden en kwam tot het oordeel dat geen sprake was van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke lening. Het hof stelde de inspecteur in het ongelijk en schrapte de rente-inkomstenpost van € 88.413.

Volledig bericht
De Wet inkomstenbelasting 2001 bevat onder meer een wetsbepaling over ‘ongebruikelijke terbeschikkingstellingen’ aan een vennootschap waarin bepaalde naaste familieleden (kort gezegd de bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de belastingplichtige of zijn partner) een aanmerkelijk belang hebben. Als sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling valt het betreffende ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel niet in box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen: per saldo 1,2% heffing) maar in box 1 (belastbaar inkomen uit werk en woning: progressief belast). De inkomsten uit het ongebruikelijk ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel worden dan aangemerkt als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden.
Of sprake is van een in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling hangt af van diverse factoren zoals:
– de gebruikelijkheid van de terbeschikkingstelling van een vermogensbestanddeel in het algemeen;
– de zakelijkheid van de overeengekomen voorwaarden; en
– de invloed van de familierelatie op de gebruikelijkheid van de overeengekomen voorwaarden.
Volgens de wetsgeschiedenis van de wetsbepaling over ongebruikelijke terbeschikkingstellingen bestaat er geen eenduidig criterium voor de ongebruikelijkheid. Maatschappelijke ontwikkelingen zijn mede bepalend of iets ongebruikelijk is of niet.

Hof Den Bosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of sprake was een ongebruikelijke terbeschikkingstelling. De zaak was sterk vereenvoudigd weergegeven als volgt.

Een vader verstrekte in 1999 vanwege de bedrijfsopvolging aan een bv van zijn beide voortzettende zoons een lening van ruim f 10 mln. (ruim € 4,5 mln.). De bv had de vennootschap van de vader gekocht. De vader had geen zekerheden aan de lening gesteld en berekende een rentepercentage van 6%. Wel had de vader onder meer via zijn functie als bestuurder, vanwege zijn doorslaggevende zeggenschap in de stichting administratiekantoor van de bv, de touwtjes nog steeds strak in handen. Verder waren de leningsvoorwaarden gedetailleerd en naar zakelijke condities vastgelegd. Eind 2003 was de lening afgelost.

Bij de aanslagregeling over 2002 van de vader stelde de inspecteur dat de lening een ongebruikelijke terbeschikkingstelling was en nam een rente-inkomstenpost van € 88.413 als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking.

Rechtbank Breda was op basis van de feiten en omstandigheden en de wetsgeschiedenis van de regeling over ongebruikelijke terbeschikkingstelling echter van oordeel dat geen sprake was van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke lening. De rechtbank stelde de vader in het gelijk en schrapte de rente-inkomstenpost van € 88.413. De inspecteur ging vervolgens in hoger beroep bij Hof Den Bosch.

Volgens het hof is er pas sprake van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling indien de met die lening gecreëerde verhouding tussen derden niet normaal is en de daarbij over en weer gestelde voorwaarden onzakelijk zijn, en een dergelijke lening tussen gelieerde partijen ongebruikelijk is. Alle omstandigheden in aanmerking nemende komt het hof in het onderhavige geval tot het oordeel dat de aangegane leenverhouding normaal en zakelijk is en ook tussen gelieerde partijen niet ongebruikelijk is.

Het hof bevestigde daarop de uitspraak van de rechtbank.

Bron: Hof Den Bosch, 3-4-2009, nr. 08/00322 (gepubliceerd 8-6-2009).

NN lanceert verzekering voor bestelauto’s van zzp’ers

Nationale-Nederlanden introduceert een nieuwe bestelautoverzekering voor zzp’ers.

Nationale-Nederlanden introduceert een nieuwe bestelautoverzekering voor zzp’ers.

De polis is los te sluiten, maar wie de verzekering sluit binnen de ZekerheidsCombinatie voor zzp’ers, ontvangt een premiekorting die kan oplopen tot maximaal 30%. Dat is geen actietarief, maar een blijvende korting die tot stand komt doordat drie opeenvolgende bonus-malustreden worden overgeslagen en alle voorgaande schadevrije jaren mogen worden meegenomen.

De kortingsregeling geldt voor alle dekkingsvarianten: WA, WA-extra en WA-casco. Aan de WA-cascovariant is een nieuwwaarderegeling toegevoegd. “Doel van deze introductie is om de combinatie van ons zzp-pakket met een bestelautoverzekering aantrekkelijker te maken voor die groep ondernemers die nog steeds het snelste groeit”, aldus Angela Lijmbach, manager Productmarketing Schadeverzekeringen. “Immers, het overgrote deel van de verzekerde zzp’ers ‘werkend met gereedschap’ rijdt in een bestelauto.”

Nationale-Nederlanden voorziet een toename van nieuwe bestelauto’s, onder andere door de onlangs door de overheid geïntroduceerde sloopregeling.

Zelfstandigen snijden flink in tarieven

Zelfstandigen zien zich door de crisis gedwongen om flink te snijden in hun tarieven. De opdrachten zijn schaarser geworden en gemiddeld zijn de tarieven sinds vorig najaar met zo’n 10 tot 15 procent omlaag gegaan

Zelfstandigen zien zich door de crisis gedwongen om flink te snijden in hun tarieven. De opdrachten zijn schaarser geworden en gemiddeld zijn de tarieven sinds vorig najaar met zo’n 10 tot 15 procent omlaag gegaan.

Opdrachtbemiddelaar Myler brengt zelfstandigen zonder personeel en opdrachtgevers met elkaar in contact en onderzocht de tariefverlaging. ,,Een kwestie van marktwerking,” zegt Toon van Bodegom van Myler.nl. ,,Bedrijven besparen op de inhuur van flexibele krachten.”

Ook branche-organisatie ZZP Nederland komt tot deze conclusie. Oprichter Johan Marrink vreest dat niet iedereen een buffer voor slechte tijden heeft. ,,Met name de mensen die met hun handen werken niet.” Maar tegelijkertijd hebben ze er volgens Marrink ,,een hekel aan om bij de gemeente hun hand op te houden”.

De meesten slaan zich er wel doorheen, denkt directeur Linde Gonggrijp FNV Zelfstandigen. Volgens haar moet er inderdaad steviger onderhandeld worden voor een opdracht. De zzp’ers tonen zich volgens haar creatief en gaan efficiënter werken. ,,Ze doen bijvoorbeeld meer telefonisch, waardoor ze minder hoeven reizen.”

,,Een echte tariefsverlaging raden wij onze leden af. Want dan wordt het lastig om je tarief na de crisis weer te verhogen.”