Werkkostenregeling zorgt niet voor lastenverlichting

Werkgevers hebben op 1 januari 2012 weer de gelegenheid over te stappen op de werkkostenregeling. Deze regeling vervangt veel regelgeving rondom kostenvergoedingen aan werknemers.

Werkgevers hebben op 1 januari 2012 weer de gelegenheid over te stappen op de werkkostenregeling. Deze regeling vervangt veel regelgeving rondom kostenvergoedingen aan werknemers.

Per 1 januari 2014 is de werkkostenregeling verplicht. Hoewel de overheid meldt dat de werkkostenregeling zorgt voor lastenverlichting voor werkgevers, blijkt uit onderzoek dat dit door maar liefst 86% van de bevraagde werkgevers niet zo wordt ervaren. De animo om per 1 januari 2012 met de werkkostenregeling te beginnen, is dan ook bijzonder laag. Slechts 13% geeft aan over te stappen.

Zo’n 70% van de werkgevers vindt het overgaan naar de werkkostenregeling een goede aanleiding om de arbeidsvoorwaarden onder de loep te nemen.

Naast het feit dat veel werkgevers niet het voordeel zien van de werkkostenregeling, is het feit dat de staatssecretaris heeft toegezegd de forfaitaire ruimte te verhogen naar 1,6% per 1 januari 2013 reden om de overstap nog even uit te stellen. De verhoging geeft de werkgever immers meer ruimte om onbelaste vergoedingen te geven dan de huidige 1,4%. Aan de andere kant geeft bijna de helft van de respondenten aan het huidige forfait van 1,4% voldoende te vinden.

Zijn er vragen over de werkkostenregeling, neem dan gerust contact op met VRS Consultancy.

 

Geen heffingsrente maar belastingrente!

U betaalt of krijgt binnenkort geen heffingsrente meer. Deze rente wordt namelijk omgedoopt tot belastingrente. Verschil met de oude regel is dat de fiscus de hoogte van de rente niet meer op dezelfde manier berekent en daarnaast aansluit bij de wettelijke rente voor niet-handelstransacties voor consumenten. U ontvangt daardoor veel minder snel nog rente van de fiscus. Dit staat in het Belastingplan 2012 en geldt vanaf 2013 voor de aangifte over 2012 en latere jaren.

U betaalt of krijgt binnenkort geen heffingsrente meer. Deze rente wordt namelijk omgedoopt tot belastingrente. Verschil met de oude regel is dat de fiscus de hoogte van de rente niet meer op dezelfde manier berekent en daarnaast aansluit bij de wettelijke rente voor niet-handelstransacties voor consumenten. U ontvangt daardoor veel minder snel nog rente van de fiscus. Dit staat in het Belastingplan 2012 en geldt vanaf 2013 voor de aangifte over 2012 en latere jaren.

De Belastingdienst zal geen rente meer vergoeden als de teruggave plaatsvindt binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar. Dit is dus 1 juli na afloop van het kalenderjaar. U ontvangt dus niet standaard meer rente van de fiscus vanaf 1 januari na het kalenderjaar. De fiscus zal in veel gevallen de aangifte dus kunnen afronden zonder belastingrente in rekening te brengen. Daarnaast sluit de Belastingsdienst voor de hoogte van de belastingrente aan bij de niet-handelstransacties voor consumenten die op dit moment 4% is. Hieronder zal VRS Consultancy uitleggen hoe dit in de praktijk werkt.

Berekening belastingrente

Stel dat u op 15 maart 2012 een voorlopige aanslag over 2012 ontvangt met een te betalen bedrag van € 80.000. Dit is dan zonder belastingrente, omdat de aanslag voor 1 juli 2013 is opgelegd. Op 1 maart 2013 vraagt u uitstel voor het indienen van de aangifte tot 1 november 2013 en daarnaast doet u een schatting van het inkomen voor 2012 voor een bedrag van € 100.000. De fiscus gaat akkoord met het uitstel en u ontvangt op 1 mei 2013 een herziening van de voorlopige aanslag met een verhoging van € 20.000. Ook nu staat er geen belastingrente op de aanslag, omdat de voorlopige aanslag is opgelegd voor 1 juli 2013. Uiteindelijk doet u op 1 oktober 2013 aangifte. Uit de aangifte blijkt dat u een bedrag van € 150.000 aan belasting moet betalen. De voorlopige aanslagen mag u daarop in mindering brengen, waardoor een bedrag van € 50.000 aan belasting resteert. U ontvangt hiervoor op 1 november 2013 een nieuwe voorlopige aanslag. De fiscus rekent dan wel een belastingrente over de periode 1 juli 2013 tot en met 1 november 2013 plus zes weken dit is de betalingstermijn, dus tot 13 december 2013. Op 1 juni 2014 ontvangt u de definitieve aanslag met een correctie op de aangifte. De uiteindelijke belastingschuld bedraagt € 175.000. U moet dan nog € 25.000 belasting betalen. De belastingrente rekent de Belastingdienst dan over de periode 1 juli 2013 tot en met 1 juni 2014 plus zes weken voor de betalingstermijn, dus tot 13 juli 2014. De fiscus rekent dus minder snel belastingrente!

 

Een op drie financials zoekt andere baan

Ondanks de economische tegenwind zien financials de toekomst van hun beroep rooskleurig in, ook op de korte termijn. Toch is één op de drie accountants en controllers op zoek naar een andere baan.

Ondanks de economische tegenwind zien financials de toekomst van hun beroep rooskleurig in, ook op de korte termijn. Toch is één op de drie accountants en controllers op zoek naar een andere baan, blijkt uit een onderzoek van NIVE Opleidingen onder ruim 3.600 alumni naar de belangrijkste trends op het gebied van werk en beleving. Bijna driekwart van de ondervraagden, 73 procent, is tevreden tot zeer tevreden met de geboden mogelijkheden tot persoonlijke ontwikkeling. Ook met hun salaris zijn zij content: ruim de helft 61 procent is hiermee tevreden of zeer tevreden. Over de balans tussen werk en privé is 70 procent tevreden tot zeer tevreden, slechts 1,1 procent is dat absoluut niet. Gezien de positieve uitkomsten is het volgens de onderzoekers verrassend dat toch ruim een derde van de accountants en controllers actief 36 procent dan wel passief 35 procent op zoek is naar een andere baan.Trends en toekomstDe financials zien kostenbesparing en ICT-investeringen als voornaamste trends voor de toekomst, op afstand gevolgd door risicomanagement, werkkapitaalmanagement en duurzaamheid. De arbeidsmarkt wordt door 80 procent van de financials als redelijk tot goed ingeschat. Dit beeld geldt zowel voor junior financials, medior als ook voor senior financials.

Bent u op zoek naar een flexibele oplossing in de vorm van een freelance administrateur dan bent u bij VRS Consultancy aan het juiste adres.

DGA: beperk uw persoonlijke aansprakelijkheid

Veel MKB-ondernemers drijven hun onderneming in een bv om hun privévermogen te beschermen voor bedrijfsrisico’s. De dga treedt op als bestuurder van de BV, de BV is als rechtspersoon zelf aansprakelijk voor de transacties die zij – door het handelen van de bestuurder – aangaat voor de bedrijfsuitoefening: de persoonlijke aansprakelijkheid van de dga is normaliter beperkt tot het bedrag dat hij voor de aandelen in de BV heeft opgeofferd.

Veel MKB-ondernemers drijven hun onderneming in een bv om hun privévermogen te beschermen voor bedrijfsrisico’s. De dga treedt op als bestuurder van de BV, de BV is als rechtspersoon zelf  aansprakelijk voor de transacties die zij – door het handelen van de bestuurder – aangaat voor de bedrijfsuitoefening: de persoonlijke aansprakelijkheid van de dga is normaliter beperkt tot het bedrag dat hij voor de aandelen in de BV heeft opgeofferd. Maar die zekerheid is minder groot dan veel dga’s denken! Een strikte scheiding tussen het privévermogen en de bv loopt meestal spaak omdat financiers van de bv aanvullende privézekerheden van de dga eisen. Daarnaast heeft de fiscale wetgever de afgelopen jaren vele maatregelen getroffen waardoor de dga in privé – hoofdelijk, naast de BV – kan worden aangesproken als de bv niet tijdig aan haar verplichtingen voldoet. Maar ook buiten het belastingrecht loopt de dga in toenemende mate het risico dat hij in privé moet opdraaien voor ‘missers’ bij de bedrijfsuitoefening in de BV. Het dreigement van ‘onbehoorlijk bestuur’, met het risico om daarvoor in privé te worden aangesproken, is al lang niet meer beperkt tot bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen, de claimcultuur krijgt ook het MKB steeds vaster in zijn greep. Dga’s die het risico van een aansprakelijkstelling in privé willen minimaliseren, moeten veel in de wet vastgelegde verplichtingen nakomen. Dat geldt in het bijzonder bij een éénpersoons-BV, als de dga samen met zijn partner of als een holding-BV alle aandelen in de bv houdt. Veel dga’s ervaren die verplichtingen als een formaliteit, maar dat maakt het niet-naleven ervan niet minder noodzakelijk! Bent u een dga met een éénpersoons-BV? VRS Consultancy raadt u dan aan te zorgen voor een correcte vastlegging van de rechtshandelingen tussen u zelf en de BV als die transactie niet behoort tot de normale bedrijfsuitoefening van de BV én u de BV bij die transactie vertegenwoordigt. Controleer regelmatig of  de inschrijving van de bv en de bestuurders in het Handelsregister nog wel correct is. En pas op met al te gewaagde investeringsplannen. Als u als dga op naam van de BV verplichtingen aangaat terwijl u weet of behoort te weten dat de BV die verplichtingen niet kan nakomen én de BV geen verhaal biedt, loopt het risico op een persoonlijke aansprakelijkheidsstelling snel – hoog – op.

 

Ruimere giftenaftrek BV

De giftenaftrek voor BV’s wordt verruimd. Per 1 januari 2012 vervalt de aftrekdrempel van € 227. Verder kan een BV desgewenst tot 50% van de belastbare winst aan aftrekbare giften doen. Hierbij geldt een maximum van € 100.000.

De giftenaftrek voor BV’s wordt verruimd. Per 1 januari 2012 vervalt de aftrekdrempel van € 227. Verder kan een BV desgewenst tot 50% van de belastbare winst aan aftrekbare giften doen. Hierbij geldt een maximum van € 100.000.

Giften aan culturele instellingen worden ook extra gefaciliteerd. Deze giften kunnen voor de aftrek op de winst met factor 1,5 worden vermenigvuldigd, tot een maximumbedrag van € 5.000. VRS Consultancy raadt in voorkomende situaties aan om voorgenomen giften in de BV eventueel op te schorten tot het nieuwe jaar.