Belastingdienst belt leaserijders zonder bijtelling

Circa 10.000 leaserijders die in 2010 of 2011 voor het eerst een ‘verklaring geen privégebruik’ hebben aangevraagd, kunnen dit jaar telefoon van de Belastingdienst verwachten. Ze zijn door camera’s betrapt op opvallende plekken.

Circa 10.000 leaserijders die in 2010 of 2011 voor het eerst een ‘verklaring geen privégebruik’ hebben aangevraagd, kunnen dit jaar telefoon van de Belastingdienst verwachten. Ze zijn door camera’s betrapt op opvallende plekken. Dit meldt de Telegraaf.

Leaserijders kunnen de bijtelling omzeilen, als er per jaar minder dan vijfhonderd kilometer privé wordt gereden. Ze moeten een vrijstelling aanvragen en hun ritten bijhouden.

Van achteraf naar direct actie

Al eerder bleek dat sommige leaserijders sjoemelen met de privékilometers. Tot nu toe liepen ze altijd pas achteraf tegen de lamp, nadat de jaarlijkse rittenadministratie was ingeleverd bij de Belastingdienst. Deze klopte dan niet met camerabeelden en gegevens over verkeersboetes in handen van de fiscus.

De Belastingdienst onderneemt nu direct actie bij leaserijders die sinds 2010 of 2011 voor het eerst zonder bijtelling rondscheuren. Zij worden gebeld, als blijkt dat ze op plaatsen zijn geflitst die vermoedelijk niets te maken hebben met werk. Ook al beschikt de fiscus nog helemaal niet over hun rittenadministratie.

Rittenregistratie niet op orde

Een woordvoerder van de Belastingdienst bevestigt de nieuwe strategie. ‘Tot nu toe blijkt uit de helft van de gesprekken dat de persoonlijke rittenregistratie van de leaserijder niet op orde is. In veel gevallen trekt de zakelijke rijder meteen zijn verklaring in. Hij ziet in dat vrijstelling voor de bijtelling niet haalbaar is.’

Service of inbreuk op privacy?

De zegsman laat weten dat de aanpak vooral is bedoeld als service richting de leaserijder zelf. ‘Het blijkt dat er onbewust veel fouten worden gemaakt in de rittenadministratie. Op deze manier proberen we de automobilisten hier vroegtijdig op te wijzen.’

Veel leaserijders zien de werkwijze van de fiscale ambtenaren echter als een inbreuk op hun privacy.

Bron: De Telegraaf, door: Sameer van Alfen

Extra salarischeck IND bij kennismigrantenregeling

Als het salaris hoger ligt dan gebruikelijk kan de vergunning van de kennismigrant worden ingetrokken of niet worden verleend. Hiertoe zal het Vreemdelingenbesluit worden aangepast.

Een extra check wordt ingevoerd om er zeker van te zijn dat alleen echte kennismigranten gebruik maken van de kennismigrantenregeling. Dat heeft minister Leers van Immigratie en Asiel aangegeven.

Volgens de kennismigrantenregeling kunnen bedrijven die kennismigranten nodig hebben deze zeer snel naar Nederland halen, als ze een salaris betalen dat boven de ongeveer 50.000 euro per jaar uitkomt. Het eenvoudige salariscriterium maakt het mogelijk om snel te beslissen, maar in sommige gevallen is er twijfel of het salaris dat betaald wordt wel marktconform is. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zal dit voortaan gaan checken.

Aanpassing Vreemdelingenbesluit

Als het salaris hoger ligt dan gebruikelijk kan de vergunning van de kennismigrant worden ingetrokken of niet worden verleend. Hiertoe zal het Vreemdelingenbesluit worden aangepast.

Door de kennismigrantenregeling kunnen buitenlandse werknemers van bedrijven die een convenant met de IND hebben afgesloten binnen enkele weken een verblijfsvergunning krijgen als ze meer verdienen dan 50.619 euro (voor werknemers onder de 30 jaar is dit 37.121 euro). Als het salaris hoger is dan wat op de arbeidsmarkt gebruikelijk is, kunnen de bedrijven net zo goed en goedkoper een Nederlander of een EU-onderdaan in dienst nemen.

 
 

Bereken excessieve vertrekvergoeding – uitleg Belastingdienst

De werkgever moet 30 procent belasting betalen over het excessieve deel van vertrekvergoedingen van werknemers die bij het bedrijf uit dienst gaan. Hij betaalt deze zogenoemde pseudo-eindheffing alleen als het toetsloon meer is dan 522.000 euro en voor zover de vertrekvergoeding hoger is dan het toetsloon.

Als de dienstbetrekking van de werknemer eindigt, moet u nagaan of sprake is van een excessieve vertrekvergoeding. In een toelichting legt de Belastingdienst stap voor stap uit hoe u het toetsloon bepaalt en het excessieve deel van de vertrekvergoeding berekent als een werknemer op of na 1 januari 2011 uit dienst gaat.

De werkgever moet 30 procent belasting betalen over het excessieve deel van vertrekvergoedingen van werknemers die bij het bedrijf uit dienst gaan. Hij betaalt deze zogenoemde pseudo-eindheffing alleen als het toetsloon meer is dan 522.000 euro en voor zover de vertrekvergoeding hoger is dan het toetsloon.

WGA-premies voor kleine werkgevers fors omhoog in 2010

Het UWV heeft de premie voor de WGA in 2010 bekendgemaakt. De minimumpremie voor kleine werkgevers stijgt met 0,32%. UWV berekent de premie voor de WGA jaarlijks voor elke werkgever, op basis van de toegekende uitkeringen aan hun werknemers.

Het UWV heeft de premie voor de WGA in 2010 bekendgemaakt. De minimumpremie voor kleine werkgevers stijgt met 0,32%. UWV berekent de premie voor de WGA jaarlijks voor elke werkgever, op basis van de toegekende uitkeringen aan hun werknemers. In het najaar ontvangen werkgevers van de Belastingdienst een beslissing met de berekening van hun nieuwe premie.

De Werkhervattingskas-premie (Whk) stijgt in 2010 voor de meeste werkgevers. Deze premiestijging wordt enerzijds veroorzaakt door de toename van het aantal uitkeringen en anderzijds door een te laag gehanteerd premieniveau in 2009.

 

Voor 2010 is de stijging van de minimumpremie voor kleine werkgevers het hoogst. De minimumpremie voor deze groep stijgt van 0,27% naar 0,59%. Dit betekent voor het merendeel van de kleine werkgevers (maximaal 25 werknemers) dat zij per werknemer ongeveer € 90 per werknemer meer betalen in vergelijking met 2009. 
 
Meer uitleg over de gedifferentieerde WGA-premies staat in de nota Premies en parameters Werkhervattingskas 2010. Met de gegevens uit deze nota kunnen werkgevers zelf de premies berekenen. Nota downloaden: klik hier.>>

De Jager snoeit in kostenregelingen voor werknemers

Jaarlijks betalen werkgevers ongeveer 10 miljard euro aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën gaat snoeien in het woud van vergoedingen en verstrekkingen die werknemers ontvangen.

Jaarlijks betalen werkgevers ongeveer 10 miljard euro aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën gaat snoeien in het woud van vergoedingen en verstrekkingen die werknemers ontvangen.

Het grootste deel van de aftrekposten zal worden vervangen door een vast bedrag van 1,5 procent van de totale loonsom van de werkgever. Het doel is om de administratieve rompslomp bij de werkgever en de Belastingdienst te verminderen. Het gaat hierbij om gedeeltelijk onbelaste vergoedingen en verstrekkingen die werkgevers uitkeren voor zaken als representatie, producten uit het eigen bedrijf, mobiele telefoon, en kerstpakketten.

Voor een aantal vergoedingen blijft wel een aparte regeling bestaan. Daartoe behoren reis- en verblijfkosten voor zakelijke doeleinden, cursus- en studiekosten en verhuiskosten bij bedrijfsverplaatsing. Hiermee zijn meestal grotere bedragen gemoeid waarvoor specifieke voorwaarden gelden om deze onbelast te mogen vergoeden aan de werknemer. Verder blijven intermediaire kosten ongemoeid. Dat zijn kosten die specifiek samenhangen met de bedrijfsvoering en die de werknemer maakt in opdracht en voor rekening van de werkgever. Als voorbeeld kan men denken aan uniformkleding en zakelijke maaltijden met relaties. De operatie moet voor de schatkist per saldo budgettair neutraal uitpakken.

Voor individuele werknemers kan de nieuwe forfaitregeling ongunstig uitpakken wanneer nu reeds meer dan 1,5 procent van het brutoloon aan vergoedingen en verstrekkingen wordt gegeven door de werkgever en deze de nieuwe forfaitaire ruimte anders moet verdelen over zijn personeel. In dat geval kan de werkgever het deel van de vergoedingen boven het forfait bruteren. Dit leidt echter tot hogere loonkosten voor de werkgever.