Vakantiedagen bij parttime werk

De wet bepaalt dat iedere werknemer recht heeft op een minimumaantal vakantiedagen per jaar. Hiervoor geldt de formule dat de werknemer recht heeft op ten minste vier maal het aantal dagen of uren dat hij per week in dienst is.

Een nieuwe werknemer gaat 28 uur per week werken. Op hoeveel vakantiedagen heeft hij dan minimaal recht?

 

De wet bepaalt dat iedere werknemer recht heeft op een minimumaantal vakantiedagen per jaar. Hiervoor geldt de formule dat de werknemer recht heeft op ten minste vier maal het aantal dagen of uren dat hij per week in dienst is. Het getal dat uit deze berekening komt wordt meestal afgerond op een hele of halve vakantiedag.

De werknemer met een volledige baan komt zo aan een minimum van 4 x 5 = 20 vakantiedagen. Hij heeft, met andere woorden, recht op vier weken vakantie. Bij deeltijdwerk verloopt de opbouw naar rato. Een werknemer die 28 uur in de week werkt heeft recht op 4 x 28 uur = 112 vakantie-uren ofwel veertien vakantiedagen.

Dit komt in de praktijk natuurlijk eveneens neer op vier weken vrij van het werk. De opbouw loopt door zolang de werknemer aanspraak kan maken op loon. Hij bouwt daarom bijvoorbeeld ook vakantiedagen op terwijl hij op vakantie is.

Bron: Personeel! >>

In 2010 en 2011 ingrijpende vereenvoudiging loonbegrip

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen.

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen. BDO-partner Marcel Kawka juicht de vereenvoudigingsvoorstellen toe, maar spreekt ook van ‘eerst zien dan geloven’.

Werkgevers en werkgevers en werknemers betalen momenteel over ‘het loon’ loonbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen en bijdragen voor de zorgverzekeringswet. Maar ‘het loon’ bestaat niet, zo stelt BDO. ‘Voor alle drie de heffingen geldt een ander loonbegrip,’ aldus het accountantskantoor.’Zo telt de auto van de zaak bijvoorbeeld wel mee voor de berekening van de loonbelasting en de premies volksverzekeringen (onder andere de AOW) maar niet voor de premies werknemersverzekeringen (WW/WIA). Wie meedoet aan de levensloopregeling betaalt op het moment dat hij spaart over het bedrag dat hij spaart wel minder loonbelasting maar de WW-premie bijvoorbeeld daalt niet.’ Het kabinet wil nu dat voor alle heffingen hetzelfde loonbegrip gaat gelden. Ook wil het kabinet al per 1 januari 2010 het mes zetten in de vergoedingen en verstrekkingen’ die werknemers nu (nog) onbelast kunnen krijgen van hun werkgever.’

Marcel Kawka, partner van de Adviesgroep Loon- & Premieheffing en werkzaam voor het Bureau Vaktechniek van BDO maakte ruim 10 jaar geleden deel uit van de Werkgroep De Boer, die ook pogingen deed om tot één loonbegrip te komen. Maar mede als gevolg van interne onenigheid kwam daar niet zoveel van terecht. Kawka juicht de vereenvoudingsvoorstellen toe, maar spreekt ook ‘van eerst zien, dan geloven’.

Kawka: ‘Het kabinet mag het dan eens zijn, nu de ambtenaren nog. En er moeten nog heel wat knopen worden doorgehakt. Gaat de auto van de zaak weer uit de loonbelasting, terug naar de inkomstenbelasting, wat veel beter is? Of gaan er straks ook premies worden betaald over de auto, en telt de auto ook mee voor een eventuele WW-uitkering, of uitkering bij ziekte? Wie nu deelneemt aan de levensloopregeling (spaart) krijgt als hij ziek of werkloos wordt evenveel als zijn collega’s die niet deelnemen. Gaat hij straks minder ontvangen? Ook dat de koopkrachteffecten beperkt zullen blijven tot 0,5% moet nog maar worden bezien. De invoering van de Zorgverzekeringswet die veel eenvoudiger was heeft laten zien dat sommige loonstroken wel heel erg anders uitpakten. Daarnaast is het zo dat de discussies in de praktijk met de Belastingdienst niet zo zeer om deze zaken gaan maar om zaken als kostenvergoedingen, werkkleding, maaltijden enzovoorts. Het lijkt er op dat het kabinet die discussies wil beëindigen door te regelen dat dit soort zaken niet meer belastingvrij kan worden verstrekt. Al met al kunnen de wijzigingen net zo goed voor hogere werkgeverslasten en lagere netto lonen leiden. Werkgevers doen er dan ook goed aan op de hoogte te zijn van de plannen en de gevolgen daarvan. Dramatische discussies met werknemers kunnen dan mogelijk worden voorkomen, door tijdig nieuwe afspraken te maken.’

Belastingvoordeel bij elektrische leaseauto

Gebruikers van een elektrische leaseauto hoeven de fiscale bijtelling, de belastingheffing voor privégebruik van de wagen, straks de eerste twee jaar niet te betalen.

Gebruikers van een elektrische leaseauto hoeven de fiscale bijtelling, de belastingheffing voor privégebruik van de wagen, straks de eerste twee jaar niet te betalen. Daarna gaat de bijtelling naar de helft. Dat zeggen bronnen uit de omgeving van het kabinet, zo meldt het ANP.

Voor de schoonste categorie auto’s ligt de bijtelling nu op 14 procent, na twee jaar lang nul procent wordt dat dus 7 procent. De regering hoopt hiermee de introductie van elektrische auto’s te stimuleren.

Wachtdagen bij ziekte mogelijk?

Het is inderdaad mogelijk de eerste twee ziektedagen als zogenoemde wachtdagen aan te merken. Over deze dagen bestaat voor de werknemer dan geen aanspraak op doorbetaling van zijn loon.

Is het mogelijk de eerste ziektedag(en) voor eigen risico van de werknemer te laten komen?

 

Het is inderdaad mogelijk de eerste twee ziektedagen als zogenoemde wachtdagen aan te merken. Over deze dagen bestaat voor de werknemer dan geen aanspraak op doorbetaling van zijn loon. Voorwaarde is dat werkgever en werknemer dit nadrukkelijk zijn overeengekomen. In de praktijk komt dit maar weinig voor. Als werkgever en werknemer hierover wel afspraken hebben gemaakt betekent dit dat de werkgever bij elk nieuw ziektegeval twee wachtdagen kan rekenen, tenzij dit nieuwe ziektegeval zich voordoet binnen vier weken na het herstel van de werknemer. Er bestaat namelijk een samentelregeling die inhoudt dat perioden van ziekten worden samengeteld als zij elkaar opvolgen met een onderbreking van minder dan vier weken.

Voorbeeld samentelregeling
De werknemer wordt ziek op 1 februari 2008. Op 18 maart 2008 is de werknemer weer hersteld en meldt zich beter. Op 12 april 2008 breekt werknemer zijn been en moet hij zich opnieuw ziek melden. Nu er minder dan vier weken zit tussen de hersteldatum (18 maart) en de nieuwe ziektedatum (12 april) wordt de periode vanaf 1 februari 2008 als één ziekteperiode beschouwd. De twee ziekteperioden worden samengeteld en er kan niet opnieuw sprake zijn van twee wachtdagen. Als de werknemer bijvoorbeeld pas op 1 mei 2008 zijn been breekt, is de periode tussen hersteldmelding en uitval langer dan vier weken en kunnen opnieuw twee wachtdagen worden gerekend.

 

Bron: De SalarisAdviseur >>

Vergoeding voor maaltijden was loon

Werkgevers gaan nogal eens in de fout als het gaat om de onderbouwing van een vaste kostenvergoeding.

Werkgevers gaan nogal eens in de fout als het gaat om de onderbouwing van een vaste kostenvergoeding.
Zo oordeelde Hof Amsterdam onlangs dat een vergoeding aan een werknemer voor maaltijden was belast, omdat niet kon worden aangetoond dat er sprake was van ‘een meer dan bijkomstig belang’.
 
Wat was er aan de hand? Een directeur-grootaandeelhouder (dga) hield zich bezig met bedrijfseconomisch en automatiseringsadvies. In de periode 2000–2004 was de dga uitsluitend voor één bank werkzaam. Die werkzaamheden verrichtte hij ook op het kantoor van die bank. Vanuit zijn bv ontving hij maandelijks een vaste kostenvergoeding van € 730 waarin een bedrag van € 511 was opgenomen voor maaltijdkosten. De dga kocht regelmatig eten bij een eetsalon of fastfoodketen om vervolgens deze maaltijden op zijn werkplek ’s avonds op te eten. De inspecteur was van mening dat er geen sprake was van een zakelijke maaltijd en dat de vergoeding die hierop zag als loon moest worden belast.
 

Oude maaltijdenregeling
De zaak speelde zich af vóór 2007 toen de oude maaltijdenregeling nog gold. Onder die oude wetgeving was een vergoeding of verstrekking van maximaal tachtig maaltijden per jaar onbelast als de vergoeding of verstrekking een meer dan bijkomstig zakelijk karakter had. In het Handboek Loonheffingen 2002, 2003 en 2004 stond hierover opgenomen dat dit bijvoorbeeld het geval kon zijn bij al dan niet verwacht overwerk of koopavonden of tijdens dienstreizen. Het ging hierbij om situaties waarin de werknemer niet op een gewone tijd (tussen 17.00 en 20.00 uur) kon eten. De dga voerde deze passage in hoger beroep aan, maar het hof vond dat uit zowel de tekst als de strekking niet kan worden afgeleid dat een tussen 17.00 en 20.00 uur genuttigde maaltijd zonder meer een meer dan bijkomstig zakelijk karakter heeft. 

 
Commerciële functie
De dga voerde ook nog aan dat het kopen en/of nuttigen van de maaltijden een commerciële functie had. Dit was volgens het hof echter onvoldoende om het zakelijk belang aan te tonen. Het feit dat de dga de broodjes kocht in gezelschap van andere werknemers van de bank en deze vervolgens in dezelfde ruimte opat was onvoldoende. Tot slot was er ook geen sprake van een kantine of andere ruimte waar de maaltijden werden genuttigd. De kantineregeling kon dus ook niet van toepassing zijn. De naheffingsaanslag loonbelasting bleef in stand.
 
Bronnen:
• Hof Amsterdam, 11 juni 2009, nr. 08/00051, LJN: BJ0692 >>
• De SalarisAdviseur >>