Mkb wil af van verplicht loon

Steeds meer bv’s raken in de problemen omdat zij volgens de fiscale regels verplicht zijn de directeur-grootaandeelhouder (dga) loon uit te betalen

Steeds meer bv’s raken in de problemen omdat zij volgens de fiscale regels verplicht zijn de directeur-grootaandeelhouder (dga) loon uit te betalen.

Volgens organisaties in het midden- en kleinbedrijf worden de ruim 200.000 dga’s die Nederland telt, gedwongen een steeds groter deel van de slinkende winst van hun bv als loon op te nemen. Daardoor blijft er minder financiële ruimte over voor bedrijfsactiviteiten en investeringen.

Brandbrief
Zelfs als er verlies wordt geleden, blijft een bv volgens de fiscale regelgeving verplicht de dga jaarlijks tienduizenden euro’s loon uit te betalen. De Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB) heeft samen met MKB-Nederland een brandbrief gestuurd aan staatssecretaris Jan Kees de Jager van fiscale zaken. Zij eisen dat hij de fiscale dga-regels uit 1997 versoepelt, gezien de slechte economische situatie.

Inkomstenbelasting
Een dga is onder de huidige regels verplicht minimaal euro 40.000 per jaar aan loon aan de bv te onttrekken. Daarover moet inkomstenbelasting worden betaald. In de praktijk ligt dat bedrag vaak flink hoger omdat de dga minstens het loon moet worden toegekend van de bestbetaalde werknemer in zijn bv.

Volledige dienstbetrekking elders leidde tot forse beperking gebruikelijk loon

Rechtbank Haarlem heeft in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de hoogte van het gebruikelijk loon dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) voor zijn werkzaamheden voor zijn bv bij zijn belastingaangifte over 2004 in aanmerking moest nemen.

Rechtbank Haarlem heeft in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de hoogte van het gebruikelijk loon dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) voor zijn werkzaamheden voor zijn bv bij zijn belastingaangifte over 2004 in aanmerking moest nemen. De dga was op 9 april 2004 voltijds in dienst getreden bij een werkgever. Zijn drukke werkzaamheden daar lieten nog weinig tijd over om te besteden aan zijn bv. Hij overlegde enige weekstaten van zijn dienstverband en ook een verklaring van de werkgever, waarin deze laatste aangaf dat het zonder officiële toestemming medewerkers niet was toegestaan om nevenactiviteiten te verrichten. De dga maakte bezwaar tegen het in aanmerking nemen van 100% van het voor 2004 geldende gebruikelijk loon van € 38.118. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de dga vanaf 9 april 2004 inderdaad nog slechts op beperkte schaal werkzaamheden voor de bv had verricht. De rechtbank verklaarde het beroep van de dga uiteindelijk toch ongegrond. De reden hiervan was dat het door de rechtbank vast te stellen belastbaar bedrag niet zou leiden tot een lager bedrag dan de inspecteur al had vastgesteld.

 

Volledig bericht

Op grond van de gebruikelijkloonregeling in de Wet op de loonbelasting wordt voor de heffing van loonbelasting en premie volksverzekeringen in specifieke situaties een bepaald bedrag aan loon in aanmerking genomen, los van wat feitelijk aan loon wordt uitbetaald. Het betreft de situatie waarin een werknemer arbeid verricht voor een lichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft of waaraan hij vermogensbestanddelen ter beschikking stelt (waardoor de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is). De gebruikelijkloonregeling komt in de praktijk vooral voor bij bv’s met een directeur-grootaandeelhouder (dga). Een dga moet op grond van de gebruikelijkloonregeling ten minste een loon in aanmerking nemen dat niet in belangrijke mate afwijkt van het loon van vergelijkbare werknemers die geen dga zijn. Hierbij geldt een ondergrens van € 40.000 (jaar 2009) of, indien aannemelijk is dat een lager loon gebruikelijk is bij vergelijkbare werknemers die geen dga zijn, dit lagere loon. In dat geval rust de bewijslast op de dga.
 
Rechtbank Haarlem heeft in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de hoogte van het gebruikelijk loon dat een dga voor zijn werkzaamheden voor zijn bv bij zijn belastingaangifte over 2004 in aanmerking moest nemen. De zaak was kort weergegeven als volgt.
 
Een man was in 2004 directeur en enig aandeelhouder van een bv. Deze bv hield tot 30 juli 2004 50% van de aandelen in een andere vennootschap. Op die datum werden de aandelen in de vennootschap geleverd aan een derde vennootschap.
 
Op 9 april 2004 was de dga voltijds in loondienst bij een werkgever getreden. Het salaris uit die dienstbetrekking bedroeg over dat jaar € 76.511. De inspecteur legde de dga wegens het ontbreken van zijn aangifte inkomstenbelasting over 2004 een ambtshalve aanslag op met een verzuimboete. Daarbij nam hij een gebruikelijk koon in aanmerking van € 38.118 (het standaardbedrag voor 2004). De dga was echter van mening dat het door de inspecteur in aanmerking genomen gebruikelijk loon op een aanzienlijk lager bedrag moest worden bepaald. Hij gaf onder meer aan dat naast zijn drukke werkzaamheden in zijn dienstverband nog weinig tijd overbleef om te kunnen besteden aan zijn bv. Hij overlegde daartoe enige weekstaten van zijn dienstverband en ook een verklaring van de werkgever, waarin deze aangaf dat het zonder officiële toestemming medewerkers niet was toegestaan om nevenactiviteiten te verrichten.
 
De rechtbank stelde voorop dat de bewijslast bij de dga lag om aannemelijk te maken dat een lager gebruikelijk loon van toepassing was dat het wettelijk (standaard)bedrag van € 38.118.  Alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemend vond de rechtbank dat de dga erin was geslaagd om aannemelijk te maken dat hij vanaf 9 april 2004 inderdaad nog slechts op beperkte schaal werkzaamheden voor de bv had verricht. Voor de periode tot 9 april 2004 moest wel het volledige gebruikelijk loon naar evenredigheid in aanmerking worden genomen.
 
De rechtbank verklaarde het beroep van de dga daarom uiteindelijk toch ongegrond. Ook al was namelijk het beroep inhoudelijk wel gegrond, het gebruikelijk loon over de periode 1 januari tot 9 april 2004 zou echter tezamen met het overige inkomen uit werk en woning niet uitkomen op een lager belastbaar bedrag dan de inspecteur in de belastingaanslag al had vastgesteld.

Bron: Rechtbank Haarlem, 24-6-2009, nr. 08/2404 (gepubliceerd 30-6-2009).

Diverse verbeteringen en vereenvoudigingen voor dga’s in de maak

Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs de beloofde notitie Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder (hierna dga) uitgebracht. Daarin is hij ingegaan op diverse in de praktijk gevoelde fiscale knelpunten. Een aantal daarvan wil hij al op korte termijn opgelost hebben.

 

Volledig bericht

Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft onlangs de beloofde notitie Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder (hierna dga) uitgebracht. Daarin is hij ingegaan op diverse in de praktijk gevoelde fiscale knelpunten. Een aantal daarvan wil hij al op korte termijn opgelost hebben en geeft daarbij alvast mogelijke oplossingen aan. De definitieve vormgeving van de oplossingen volgt op redelijk korte termijn: bij het indienen van het wetsvoorstel Belastingplan 2010.

  1. Doorschuiffaciliteit bij schenking aanmerkelijkbelangaandelen
    In de inkomstenbelasting komt voor het schenken van aanmerkelijkbelangaandelen (hierna: ab-aandelen) een doorschuiffaciliteit (m.b.t. de verkrijgingsprijs) voor zover de bv een materiële onderneming drijft. Dit om te voorkomen dat de belastingclaim bij overdracht een bemoeilijking vormt voor de bedrijfsopvolging. Op deze wijze ontstaat voor de inkomstenbelasting een meer gelijke fiscale behandeling tussen schenken en vererven van ab-aandelen.
    De doorschuiffaciliteit bij vererven wordt dan echter ingeperkt en zal eveneens slechts gelden voor zover de bv een materiële onderneming drijft. Hierbij zal een overgangsregeling worden getroffen.
  2. Uitstelfaciliteit bij overdracht van ab-aandelen
    De uitstelfaciliteit (in de Invorderingswet) voor de verschuldigde inkomstenbelasting bij overdracht van ab-aandelen aan een verkrijger binnen de familiekring door schenking of schuldig blijven van de overdrachtsprijs wordt op twee onderdelen gewijzigd. a. De beperking tot de familiekring komt te vervallen. b. De uitstelfaciliteit wordt beperkt tot situaties van overdracht van ab-aandelen tegen het schuldig blijven van de overdrachtsprijs.
  3. Verzachtingen terbeschikkingstellingsregeling
    Voor de terbeschikkingstellingsregeling (hierna tbs-regeling) noemt de staatssecretaris enkele verzachtingen. Zo stelt hij voor dat het voor een periode van een jaar mogelijk wordt dat eenmalig een ter beschikking gesteld pand kan worden ingebracht in de ‘eigen’ bv zonder heffing van inkomstenbelasting (door middel van doorschuiving van de boekwaarde) en zonder de heffing van overdrachtsbelasting. Daarbij zullen als voorwaarden gelden dat de inbreng geschiedt tegen aandelen en de inbrenger minimaal 90% van de aandelen van de bv heeft en houdt.
     
    Verder wil de staatssecretaris een tegemoetkoming voor de terbeschikkingsteller gaan bieden in de vorm van een faciliteit soortgelijk aan de mkb-winstvrijstelling. Wat betreft de ondernemingsfaciliteiten in de relatie tot de tbs-regeling stelt hij voor om de herinvesteringsreserve en de kostenegalisatiereserve ook voor de tbs-regeling te laten gelden. Ten slotte zal de faciliteit voor uitstel van betaling voor de tbs-regeling worden versoepeld door het vereiste dat de belastingschuldige over onvoldoende middelen beschikt om de belasting te voldoen, de zogenaamde vermogenstoets, te laten vervallen.
  4. Gebruikelijkloonregeling niet van toepassing bij gebruikelijk loon lager dan € 5000
    Binnen de sfeer van de loonbelasting stelt de staatssecretaris voor dat de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing is als het gebruikelijk loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar.
  5. Uniformering van begrippen dga en aanmerkelijkbelanghouder
    In de (belasting)wetten, de Pensioenwet en de wetgeving betreffende werknemersverzekeringen  bestaan verschillende definities van een directeur-grootaandeelhouder en aanmerkelijkbelanghouder. Er wordt naar gekeken in hoeverre deze definities te uniformeren zijn. De staatssecretaris geeft aan dat binnen het kabinet wordt overwogen om ook bij het dga-begrip voor de werknemersverzekeringen uit te gaan van een toets aan een percentage van het geplaatste aandelenkapitaal (en niet meer de houder van ten minste de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van aandeelhouders) Wellicht geldt dan hetzelfde criterium als voor de Pensioenwet (kort gezegd: ten minste 10% van het geplaatste aandelenkapitaal). Een gevolg van een dergelijke wijziging is dat sommige directeuren/aandeelhouders niet langer onder de werknemersverzekeringen vallen. In voorkomende gevallen kunnen dat voor dga’s ingrijpende gevolgen inhouden. Vanwege het huidige gure economische klimaat lijkt het kabinet beter om deze wijziging van het begrip dga voor de werknemersverzekeringen pas op een later moment door te voeren, bijvoorbeeld in 2011.

De staatssecretaris geeft aan dat de onder 1 tot en met 4 genoemde voorstellen zullen worden opgenomen in het Belastingplan 2010 en dat het de bedoeling is dat deze op 1 januari 2010 in werking treden.
 
Bron: Ministerie van Financiën, 6-5-2009, DGB 2009/210U

De Jager komt DGA tegemoet

Voor DGA’s wordt het vanaf volgend jaar fiscaal aantrekkelijker om een aandelenpakket in hun onderneming bij leven door te schuiven naar hun opvolger. In het huidige belastingregime wordt vaak nog gewacht met de bedrijfsopvolging totdat de ondernemer overleden is.

Voor DGA’s wordt het vanaf volgend jaar fiscaal aantrekkelijker om een aandelenpakket in hun onderneming bij leven door te schuiven naar hun opvolger. In het huidige belastingregime wordt vaak nog gewacht met de bedrijfsopvolging totdat de ondernemer overleden is.

 

De reden voor deze wijziging is volgens Staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) dat een belastingclaim nu vaak nog een hindernis vormt bij de bedrijfsopvolging. Op deze manier wordt die nodeloos uitgesteld, en dit wil de Jager niet meer.
 
Doorschuiffaciliteit
Er ontstaat zowel een doorschuiffaciliteit voor een schenking als voor een vererving van een aanmerkelijk belang (meer dan 5 procent van de aandelen). Het gaat hierbij niet alleen meer om een overdracht binnen de familiekring.
 
Verzachtende maatregelen
Verder wil de staatssecretaris in het Belastingplan van 2010 ‘verzachtende maatregelen’ nemen voor dga’s die privévermogen in hun onderneming steken. Ook past hij voor dga’s die nauwelijks salaris ontvangen, de loon- en inkomstenbelasting aan. Nu wordt er bij de heffing nog van uitgegaan dat deze ondernemers een marktconform loon ontvangen. Deze zogeheten gebruikelijkloonregeling is vanaf 2010 niet meer van toepassing, als het salaris niet hoger is dan 5000 euro per jaar
 
In Nederland zijn ruim 200.000 dga’s. Dat komt neer op ongeveer een op de vijf ondernemers.

> Lees de notitie ‘Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder’

Bron: ANP

Management fee geen basis voor fictief loon

In principe wordt het fictief loon van een dga die enig werknemer is van zijn bv en waarbij de opbrengsten van de bv geheel te danken zijn aan zijn werkzaamheden, bepaald aan de hand van de opbrengsten van de bv. In een zaak voor Hof Den Haag kwam een uitzondering op deze regel aan de orde.

Een dga was enig werknemer van een bv en bezat tevens alle aandelen. Hij werkte voornamelijk voor een dochter van deze bv.

 

In principe wordt het fictief loon van een dga die enig werknemer is van zijn bv en waarbij de opbrengsten van de bv geheel te danken zijn aan zijn werkzaamheden, bepaald aan de hand van de opbrengsten van de bv. In een zaak voor Hof Den Haag kwam een uitzondering op deze regel aan de orde.


Casus

Een dga was enig werknemer van een bv en bezat tevens alle aandelen. Zijn werkzaamheden voor de bv bestonden voornamelijk uit werkzaamheden voor een dochter van deze bv.

Zijn bv ontving daarvoor een managementvergoeding van € 12.000 per jaar. De inspecteur stelde het gebruikelijk loon van de dga over 2002 vast op € 17.329. De dga vond dit te hoog en procedeerde door tot aan het hof. Net als de rechtbank benadrukte het hof dat het fictief loon in het algemeen kan worden bepaald aan de hand van het salaris dat andere werknemers met soortgelijke dienstbetrekkingen verdienen. Echter in een situatie als in deze zaak, waarin de opbrengsten van de bv (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de door de dga verrichte arbeid, is het ook mogelijk het fictief loon te berekenen op basis van de opbrengsten van de bv, verminderd met de kosten, lasten en afschrijvingen.

Maatstaf
In deze zaak bestond het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening van de bv echter voor 85% uit huuropbrengsten waarvan het beheer volledig werd uitbesteed. De dga had hier dus geen enkele bemoeienis mee. Hierdoor konden de opbrengsten van de bv geen goede maatstaf vormen voor de bepaling van de hoogte van het fictief loon van de dga, aldus het hof. Het hof zag ook geen reden om de hoogte van het fictief loon te bepalen aan de hand van de managementvergoeding verminderd met een kostenaftrek. De dga had namelijk niet inzichtelijk gemaakt op welke manier die vergoeding was bepaald. Zo was het onduidelijk of de hoogte daarvan was bepaald aan de hand van het aantal door de dga te werken uren en of het uurloon marktconform was vastgesteld. Het fictief loon werd dan ook niet lager dan € 17.329 vastgesteld.
Bron:
• Hof Den Haag, 8 juli 2008, nr. 07/00015