Hoofdprijs van “Gouden Kooi” aangemerkt als loon

Loon is de verzamelnaam voor alle voordelen die iemand uit een dienstbetrekking ontvangt. Het loonbegrip is een ruim begrip: daaronder kunnen ook bijzondere ontvangsten vallen, zoals de hoofdprijs in een tv-programma.

Loon is de verzamelnaam voor alle voordelen die iemand uit een dienstbetrekking ontvangt. Het loonbegrip is een ruim begrip: daaronder kunnen ook bijzondere ontvangsten vallen, zoals de hoofdprijs in een tv-programma.

Alle deelnemers aan het tv-programma “De Gouden Kooi” sloten met de producent een overeenkomst op grond waarvan zij voor iedere maand dat zij in het huis, waarin de opnamen werden gemaakt, verbleven € 1.000 ontvingen. Daarnaast maakten zij op grond van de overeenkomst door de deelname aan het programma kans op één of meer prijzen. Winnaar van het programma was volgens de overeenkomst degene die na een minimaal verblijf van 24 maanden in het huis als laatste van alle deelnemers zou overblijven. De winnaar ontving van de producent een bedrag van € 1,35 miljoen.

Hof Den Haag heeft de arbeidsverhouding tussen de producent en de deelnemers aangemerkt als een dienstbetrekking. Verder was het hof van oordeel dat de winnaar het recht op de prijs ontleende aan de als arbeidsovereenkomst aangemerkte overeenkomst. In cassatie heeft de Hoge Raad dat oordeel onderschreven. Gevolg was dat de ontvangen prijs onderdeel van het loon was.

Heeft u vragen over het loonbegrip, neem dan contact op met VRS Consultancy.

 

Pas op voor inlenersaansprakelijkheid

Als u personeel inleent blijft de dienstbetrekking tussen de werknemer en de uitlener bestaan, ook al werkt de werknemer onder uw leiding of toezicht.

De uitlener is degene die loonheffingen moet afdragen. Doet hij dit niet, dan kan de fiscus bij u aankloppen. U kunt zich hiervoor vrijwaren door gebruik te maken van een g-rekening.

Als u personeel inleent blijft de dienstbetrekking tussen de werknemer en de uitlener bestaan, ook al werkt de werknemer onder uw leiding of toezicht.

 

De uitlener is degene die loonheffingen moet afdragen. Doet hij dit niet, dan kan de fiscus bij u aankloppen. U kunt zich hiervoor vrijwaren door gebruik te maken van een g-rekening.
De Invorderingswet bevat een inlenersaansprakelijkheid voor inleners van arbeidskrachten. Dit betekent dat iedere inlener van rechtswege hoofdelijk aansprakelijk is voor de loonheffingen ter zake van het door hem ingeleende personeel en de btw die betrekking heeft op de aan hem gefactureerde bedragen. Voorwaarde is wel dat het gaat om werknemers die met instandhouding van de dienstbetrekking tot de uitlener aan de inlener ter beschikking worden gesteld om onder diens leiding of toezicht werkzaam te zijn.

In gebreke

U wordt als inlener natuurlijk niet zomaar aansprakelijk gesteld. De uitlener van personeel is de eerstverantwoordelijke die moet zorgen dat de loonheffing voor zijn personeel wordt betaald. Deze heeft immers het personeel dat aan het werk is officieel in dienst (weliswaar bij andere bedrijven, maar wel in dienst bij een van deze twee partijen).

Als de uitlener ongeacht de reden geen loonheffing betaalt, wordt de inlener als opdrachtgever door de Belastingdienst aansprakelijk gehouden voor de niet-betaalde loonheffing. Wordt u als inlener aansprakelijk gesteld, dan is het te laat om risicobeperkende maatregelen te nemen. Deze maatregelen moet u direct bij aanvang van de inlening van het personeel met de uitlener overeenkomen.

 

Tip

Check uw wederpartij goed voordat u personeel inleent. U doet er verstandig aan vóór de inlening bedrijfsinformatie op te vragen bij de Kamer van Koophandel

 

Risicobeperkende maatregelen

Ook al gaat u vooraf zeer nauwkeurig te werk bij het selecteren van uw uitleners, dan nog heeft u geen garantie dat er geen aansprakelijkstelling volgt. Wat kunt u doen om te voorkomen dat u aansprakelijk wordt gesteld? De wet bevat een wettelijke vrijwaringsmogelijkheid voor de inlener, namelijk de g-rekening.

Hoe werkt een g-rekening? De inlener stort een deel van de aan de uitlener verschuldigde aanneemsom op de g-rekening van de uitlener. Het deel dat op de g-rekening wordt gestort is gelijk aan het bedrag dat de uitlener in het kader van de opdracht aan loonheffing moet afdragen. Vanuit de g-rekening mag de uitlener vervolgens alleen geld overmaken naar de Belastingdienst om loonheffing te betalen.

 

G-rekening

Een g-rekening is een geblokkeerde rekening. Dit betekent dat de rekening niet, zoals bij een rekening-courantrekening, voor elke willekeurige betaling kan worden gebruikt. De g-rekening kan alleen worden gebruikt om betalingen te doen aan de Belastingdienst of aan een andere onderaannemer.

 

Voorwaarden

De inlener kan overigens slechts op de g-rekening jegens de uitlener bevrijdend betalen als beide partijen dit ook schriftelijk zijn overeengekomen. De g-rekening is een geblokkeerde bankrekening op naam van de uitlener waarop de Belastingdienst een zogenoemd eerste pandrecht heeft. De inlener verkrijgt de vrijwaring slechts voor zover hij op deze g-rekening heeft gestort. U moet het bedrag dus goed inschatten!

In de praktijk blijkt vaak dat de inlener te weinig heeft gestort. Dit wordt vaak veroorzaakt doordat de uitlener die zijn verplichtingen niet goed is nagekomen. Denk aan een slechte controle op de identiteitsbewijzen. Hierdoor is het anoniementarief van toepassing wat doorwerkt in de aansprakelijkstelling. Dit kan ertoe leiden dat het bedrag van de storting waarvan u aanvankelijk had gedacht dat de hoogte conform de regels van de loonbelasting was, toch te weinig is. Dit heeft tot gevolg dat u een bedrag moet bijbetalen!

 

Schaduwadministratie

Wilt u voorkomen dat u te maken krijgt met een aansprakelijkstelling tegen het anoniementarief, dan moet u een schaduwloonadministratie van het ingeleende personeel bijhouden. In dat geval kunt u een tariefmatiging van de Belastingdienst krijgen.

Dit houdt in dat u moet bijhouden welke werknemers op welke dagen bij u hebben gewerkt. U moet tevens alle belangrijke gegevens vastleggen, zoals, naam, adres, woonplaats, BSN, geboortedatum enzovoort. Ook moet u per project het aantal gewerkte uren per dag vastleggen. Daarnaast moet u ook zelf de identiteit van de ingeleende werknemers vaststellen. Deze laatste verplichting is niet alleen bedoeld om de tariefmatiging te verkrijgen, maar ook om te controleren of de inleenkracht wel gerechtigd is om in Nederland te werken (op grond van de Wet Arbeid Vreemdelingen).

 

Verklaring betalingsgedrag

U kunt als inlener – als de uitlener niet beschikt over een g-rekening – ook rechtsreeks naar de Belastingdienst bedragen overmaken om uw aansprakelijkheid te beperken, de zogenoemde ‘rechtstreekse storting’. Ook kan bij de Belastingdienst een verklaring over het betalingsgedrag worden opgevraagd. Op die verklaring geeft de Belastingdienst aan of de uitlener loonheffingen heeft betaald.

Recent heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de vraag of een afgegeven verklaring de aansprakelijkheid van de inlener kan beperken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een inlener geen vertrouwen kan ontlenen aan een dergelijke verklaring. Dit is alleen anders als de Belastingdienst bij het eventueel verlenen van uitstel van betaling met de uitlener niet op de juiste manier zekerheden is overeengekomen, maar toch een positieve verklaring heeft afgegeven. Als de inlener dan te goeder trouw gebruikmaakt van de uitlener kan hij niet aansprakelijk worden gesteld.

 

Depotstelsel

Het g-rekeningenstelsel zal binnenkort worden vervangen door een depotstelsel. Een uitlener die zijn wederpartij de mogelijkheid wil bieden zijn aansprakelijkheidsrisico te beperken kan een depot bij de Belastingdienst aanvragen. Hierop kan de inlener dan geld storten. Het depotstelsel biedt in principe dezelfde mate van rechtsbescherming als het huidige g-rekeningenstelsel. Wanneer het depotstelsel in werking treedt is nog niet bekend.

 

Advies

Wilt u personeel inlenen check dan goed uw wederpartij. Beperk bovendien uw aansprakelijkheidsrisico door een bedrag van de aanneemsom op een g-rekening te storten. Vertrouw niet blindelings op een door de Belastingdienst afgegeven verklaring over het betalingsgedrag van de uitlener. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat u hieraan in principe geen vertrouwen kunt ontlenen. Een g-rekening geniet veruit de voorkeur!

 

Bron: De SalarisAdviseur

Fiscalist was niet in dienstbetrekking

Rechtspraak over het wel of niet aanwezig zijn van een dienstbetrekking is zeer feitelijk van aard.

Onlangs oordeelde Rechtbank Haarlem nog dat een fiscalist die werkzaam was als adviseur bij een belastingadvieskantoor niet in dienstbetrekking was, maar als ondernemer moest worden aangemerkt.

Rechtspraak over het wel of niet aanwezig zijn van een dienstbetrekking is zeer feitelijk van aard.

 

Onlangs oordeelde Rechtbank Haarlem nog dat een fiscalist die werkzaam was als adviseur bij een belastingadvieskantoor niet in dienstbetrekking was, maar als ondernemer moest worden aangemerkt.
De fiscalist had tot 1 juni 2003 bij de Belastingdienst gewerkt. Na die datum was hij samen met een andere partner een maatschap gestart waarin hij als belastingkundige werkte. Een van zijn opdrachtgevers was een belastingadvieskantoor waar de fiscalist het overgrote deel van 2003 voor werkte. Voor dat kantoor werkte hij als ‘of counsel’ (extern adviseur). Het kantoor werkte samen met meerdere ‘of counsels’ en dat waren oud-partners van het kantoor. De vraag was of de fiscalist in dienstbetrekking werkzaam was. De fiscalist voerde voor de rechter aan dat er geen sprake was van een dienstbetrekking, omdat hij als zelfstandig ondernemer opereerde. De rechter toetste de situatie aan de voorwaarden voor ondernemerschap.
Ondernemerschap
Volgens de rechter stond vast dat de fiscalist voldoende zelfstandig opereerde ten opzichte van het kantoor. Hij nam geen deel aan de bij het kantoor gebruikelijke regelingen inzake pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid. Bovendien vond de rechter het aannemelijk dat de fiscalist zich niet wilde binden en dat daarom was gekozen voor de positie van extern adviseur. Uit de overeenkomst die tussen het kantoor en de fiscalist was afgesloten bleek niet dat het kantoor bevoegd was de fiscalist instructies en aanwijzingen te geven. Hierdoor was er geen sprake van een gezagsverhouding tussen partijen. Het feit dat de fiscalist zich naar klanten van het kantoor niet bekendmaakte als zelfstandige en ook geen melding maakte van zijn eigen kantooradres vond de rechter hierbij niet van belang. Vaststond namelijk dat de fiscalist zich naar het kantoor en de andere opdrachtgevers wél als zelfstandige presenteerde. Conclusie was dan ook dat de fiscalist niet in dienstbetrekking tot het kantoor stond.
Bronnen:
• Rechtbank Haarlem, 30 januari 2009, nr. 08/3992