Met stamrechten kan inkomensuitstel worden gerealiseerd; de fiscus heeft over de voorwaarden waaronder dat kan enkele standpunten geformuleerd.
De voorwaarden voor de stamrechtvrijstelling bij ontslag zijn erg strikt. Zo is het essentieel dat de voormalige werknemer op het moment van toepassing van de vrijstelling de ontslaguitkering in fiscale zin (nog) niet heeft genoten.
| Volledig bericht |
|
Bij het voortijdig eindigen van een dienstverband worden werknemers dikwijls financieel gecompenseerd door de werkgever door middel van een ‘gouden handdruk’. Indien het een eenmalige uitkering betreft, is deze belast voor de loonbelasting tegen het tarief voor bijzondere beloningen en is hierover premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet verschuldigd. De gouden handdruk is vrijgesteld voor de premieheffing werknemersverzekeringen, omdat het loon uit vroegere dienstbetrekking is. Om de belastingheffing over de gouden handdruk naar de toekomst te verschuiven, kan de uitkering in plaats van eenmalig ook periodiek aan de werknemer worden toegekend (een zogenoemd stamrecht). Indien het stamrecht voldoet aan de wettelijke voorwaarden, kan de betaling van de koopsom plaatsvinden zonder inhouding van loonheffing en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet en worden de periodieke uitkeringen belast op het moment dat deze worden uitgekeerd. Eén van deze voorwaarden is dat het stamrecht in fiscale zin (nog) niet is genoten. In fiscale zin is sprake van ‘genieten’ als een inkomensbestanddeel is betaald of verrekend, ter beschikking wordt gesteld, rentedragend wordt of vorderbaar en inbaar is geworden. Deze voorwaarde is heel strikt. Illustratief hierbij is een uitspraak van Rechtbank Den Haag. De zaak was verkort weergegeven als volgt. De rechtbank verklaarde het beroep van de bv ongegrond, maar verminderde de opgelegde boete met 5%, omdat behandeling van de procedure niet binnen de redelijke termijn van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens was geschied. |
Ontslagen en een grote zak geld meegekregen? Je kunt er natuurlijk meteen iets leuks van kopen of het op een spaarrekening zetten, maar de kans is groot dat je eerst nog de helft kwijt bent aan belasting.
Wil je het grootste deel van je vertrekpremie zelf houden, dan zijn er verschillende mogelijkheden. Marius Winter van kantonrechtersformule.nl merkt dat de belangstelling voor het onderwerp toeneemt. Niet alleen vanwege de recessie, maar ook omdat de ontslagvergoeding per 1 januari is versoberd.
Winter, die er onlangs een boekje over schreef: ‘Het grootste nadeel van meteen cashen, is dat je over dat bedrag inkomstenbelasting betaalt, waarbij de vergoeding in het jaar van uitkering bij je inkomen wordt opgeteld.’ Dat betekent dat je, als je 40.000 euro verdient en 20.000 euro vergoeding krijgt, al in de hoogste belastingschaal van 52 procent (die begint bij 54.700 euro) valt. ‘Jongeren nemen dat nog wel eens voor lief en kopen nu eindelijk eens die auto of gaan lekker op vakantie. Dat geldt ook voor mensen die al een nieuwe baan hebben gevonden. Die zien dat geld als een extraatje’, zegt Winter.
Minder belasting
Wie geen zin heeft zoveel belasting te betalen, kan de vertrekpremie soms beter in een lijfrente stoppen – daarbij krijg je bijvoorbeeld elk jaar een bepaald bedrag uitgekeerd. Voordeel is dat je alleen over dat jaarlijkse bedrag belasting betaalt. Nadeel is dat het rigide is: je bepaalt van tevoren hoeveel geld je elk jaar krijgt uitgekeerd.
Bij hoge bedragen kan het de moeite waard zijn alles te stoppen in een zogeheten stamrecht-bv. Die kun je gebruiken om te beleggen of te investeren in een bedrijf en je betaalt pas belasting als jouw stamrecht-bv geld uitkeert. Het voordeel is dat je helemaal zelf kunt bepalen wanneer dat gebeurt en dat je – als die beleggingen tenminste een beetje renderen – vermogen opbouwt. Nadeel is de – eenmalige – kosten van 3.500 tot 4.000 euro. Daarom is zo’n stamrecht-bv vooral boven de 70.000 euro interessant