Rentepercentage bij belastingen gewijzigd

De staatssecretaris maakt bekend dat het percentage heffingsrente en invorderingsrente bij belastingen voor het derde kwartaal 2009 is vastgesteld op 2,75.

De staatssecretaris maakt bekend dat het percentage heffingsrente en invorderingsrente bij belastingen voor het derde kwartaal 2009 is vastgesteld op 2,75.

Gelet op het feit dat de door de Europese Centrale Bank voor basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet op 4 mei 2009 1,25% bedroeg, terwijl het gecorrigeerde rendement van staatsleningen op die dag 2,40% bedroeg, wordt het voor het derde kwartaal 2009 te hanteren percentage van de heffingsrente en de invorderingsrente vastgesteld op 2,75% (tweede kwartaal: 3,50%).

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2009. Deze regeling zal met de toelichting worden geplaatst in Staatscourant nr. 98.

Bron: Ministerie van Financien

Nieuwe loonaangifte met een jaar uitgesteld

Het kabinet neemt een jaar extra de tijd voor de invoering van de nieuwe loonaangifte, de eenduidige manier voor werkgevers voor het aanleveren van loongegevens aan de Belastingdienst.

Het kabinet neemt een jaar extra de tijd voor de invoering van de nieuwe loonaangifte, de eenduidige manier voor werkgevers voor het aanleveren van loongegevens aan de Belastingdienst.

Aanvankelijk was het de bedoeling er komende 1 januari mee te beginnen, maar uit een proef blijkt dat de risico’s nog te groot zijn. Daarom hebben minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) en staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) tot een jaar uitstel besloten, zo meldden ze vrijdagavond aan de Tweede Kamer.

Lastenverlichting
Een eerdere poging de loonaangifte te vereenvoudigen liep een aantal jaren in eerste instantie uit op een drama. De poging om de administratieve lasten voor werkgevers te verlichten strandde helemaal omdat de automatisering niet op orde was. Uiteindelijk moesten bedrijven toen alsnog allerlei gegevens opnieuw aanleveren.

© ANP 2008 alle rechten voorbehouden

Wat is een nulurencontract?

Bij een nulurencontract worden er geen afspraken gemaakt over het aantal uur dat de werknemer moet werken. Gedurende de eerste zes maanden wordt er alleen loon betaald voor de uren waarin de werknemer daadwerkelijk arbeid verricht.

In ons bedrijf hebben wij enkele werknemers nodig voor incidentele werkzaamheden. Wij weten echter niet precies voor hoeveel uren.

Ik heb gehoord dat in deze situatie een nulurencontract een optie is. Wat is dit eigenlijk?

Bij een nulurencontract worden er geen afspraken gemaakt over het aantal uur dat de werknemer moet werken. Gedurende de eerste zes maanden wordt er alleen loon betaald voor de uren waarin de werknemer daadwerkelijk arbeid verricht. Als uw bedrijf onder een cao valt waarin de termijn langer is dan zes maanden, geldt de termijn van de cao. Als u na de termijn de arbeidsovereenkomst niet heeft ontbonden, bent u verplicht het gemiddelde loon over de laatste drie maanden door te betalen. Deze plicht geldt ook als het aantal arbeidsuren dat de werknemer na de termijn werkt lager is dan het gemiddelde of zelfs nihil is.

U zou dit probleem kunnen omzeilen door na zes maanden een nieuw contract te sluiten. De gewerkte dagen in de vorige contracten tellen dan niet mee. Let wel op het feit dat als u een vierde achtereenvolgend contract sluit dat een contract voor onbepaalde tijd is. Als er tussen de twee contracten een periode van langer dan drie maanden zit, volgen deze twee contracten elkaar niet op. U kunt dan meer dan drie contracten sluiten zonder dat het laatste contract tot een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd leidt.

Bron: De SalarisAdviseur

WOZ-waarde blijft voor het eerst gelijk

De WOZ-waarde van huizen zal volgend jaar gemiddeld gelijk blijven aan de waarde van dit jaar. Het is voor het eerst sinds de WOZ waarde wordt vastgesteld, dat er geen stijging is.

De WOZ-waarde van huizen zal volgend jaar gemiddeld gelijk blijven aan de waarde van dit jaar. Het is voor het eerst sinds de WOZ waarde wordt vastgesteld, dat er geen stijging is.

De WOZ-waarde wordt sinds 1995 gemeten.
Er zullen wel verschillen zijn per regio en type woning. Dat zei Ruud Kathmann, lid van het management team van de Waarderingskamer, vrijdag tegen het ANP.

Voorlopige cijfers
Kathmann baseert zich op voorlopige cijfers van Nederlandse gemeenten. Deze taxaties worden in de loop van dit jaar verder bestudeerd. ,,Maar globaal gezien zal de WOZ-waarde gelijk blijven”, aldus Kathmann.

Zenuwachtig
De WOZ-waarde is van belang omdat verschillende belastingtarieven erop gebaseerd zijn, zoals de Onroerend Zaak Belasting (OZB). Maar de toegekende waarde van het huis kan ook belangrijk zijn op hypothecair gebied. Kathmann: ,,Als de waarde van een woning minder waard is, kan een bank zenuwachtig worden. Het kan betekenen dat als de rente moet worden herzien, de bank het tarief optrekt.” Aan de andere kant kan een hogere WOZ-waarde ervoor zorgen dat een huiseigenaar bij nieuwe onderhandeling over rente juist gunstiger tarieven kan bedingen.

Volgens Kathmann zullen de taxaties per regio uiteenlopen. ,,De Randstad blijft het goed doen, regio’s zoals Groningen, Friesland en Zeeland minder.” Ook het woningtype maakt uit. ,,Appartementen deden het beter dan gezinswoningen. Maar woningen in de duurste klasse juist weer minder goed dan goedkopere huizen.”

Moeilijk
De taxatie met peildatum 1 januari 2009 was moeilijker dan die in voorgaande jaren, aldus de Waarderingskamer. ,,Dat komt doordat er in sommige segmenten weinig transacties zijn geweest. We hebben de gemeenten laten weten hoe daar mee om te gaan. Zo maken ze nu meer gebruik van de vraagprijzen van woningen.”

Bron: ANP

Tijdelijke versoepeling invorderingsbeleid ondernemers

De economische crisis geeft aanleiding om voor de inning van belastingschulden tijdelijk soepeler om te gaan met bedrijven die als direct gevolg daarvan betalingsachterstanden hebben bij de fiscus.

De economische crisis geeft aanleiding om voor de inning van belastingschulden tijdelijk soepeler om te gaan met bedrijven die als direct gevolg daarvan betalingsachterstanden hebben bij de fiscus. Deze tijdelijk soepeler houding komt tot uitdrukking in het gevoerde beleid voor uitstel van betaling. Om de slagkracht en de effectiviteit van de tijdelijke maatregelen te versterken is er voor gekozen om naast dat uitstel van betaling de beoogde souplesse ook door te vertalen naar het executiebeleid van de Belastingdienst.

Het gaat om een maatregel van uitstel van betaling voor ondernemers (van toepassing naast art. 25.6 Leidraad Invordering 2008) en een maatregel van het opschorten van de executiedatum bij beslag ten laste van ondernemers (derogeert aan art. 14.1.9 Leidraad Invordering 2008). De beleidsmaatregelen zijn tijdelijk en zullen worden ingetrokken zodra de economische omstandigheden dit mogelijk maken. In ieder geval zullen deze maatregelen in het najaar van 2009 worden geëvalueerd.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst (nr. 96).

Bron en meer informatie: Ministerie van Financiën