Vakantiedagen bij parttime werk

De wet bepaalt dat iedere werknemer recht heeft op een minimumaantal vakantiedagen per jaar. Hiervoor geldt de formule dat de werknemer recht heeft op ten minste vier maal het aantal dagen of uren dat hij per week in dienst is.

Een nieuwe werknemer gaat 28 uur per week werken. Op hoeveel vakantiedagen heeft hij dan minimaal recht?

 

De wet bepaalt dat iedere werknemer recht heeft op een minimumaantal vakantiedagen per jaar. Hiervoor geldt de formule dat de werknemer recht heeft op ten minste vier maal het aantal dagen of uren dat hij per week in dienst is. Het getal dat uit deze berekening komt wordt meestal afgerond op een hele of halve vakantiedag.

De werknemer met een volledige baan komt zo aan een minimum van 4 x 5 = 20 vakantiedagen. Hij heeft, met andere woorden, recht op vier weken vakantie. Bij deeltijdwerk verloopt de opbouw naar rato. Een werknemer die 28 uur in de week werkt heeft recht op 4 x 28 uur = 112 vakantie-uren ofwel veertien vakantiedagen.

Dit komt in de praktijk natuurlijk eveneens neer op vier weken vrij van het werk. De opbouw loopt door zolang de werknemer aanspraak kan maken op loon. Hij bouwt daarom bijvoorbeeld ook vakantiedagen op terwijl hij op vakantie is.

Bron: Personeel! >>

Gebruikelijkloonregeling versoepeld

Staatssecretaris De Jager van Financiën versoepelt de gebruikelijkloonregeling voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) van vennootschappen.

Staatssecretaris De Jager van Financiën versoepelt de gebruikelijkloonregeling voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) van vennootschappen.

 

Bedrijven mogen het gebruikelijk loon van de dga in 2009 en 2010 verlagen als de bedrijfsresultaten door de economische crisis zijn verslechterd.

Het besluit waarin de staatssecretaris deze maatregel goedkeurt, kwam tot stand na overleg met vertegenwoordigers van VNO-NCW, de NOAB en SRA. Het besluit is te downloaden van de website van het ministerie van Financiën.

 

Bron: De Belastingdienst >>

Belastingdienst België helpt buitenlandse belastingbetaler

De Belgische belastingdienst biedt hulp bij aangifte aan Nederlanders en Duitsers die in België werken.

Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij het team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (team GWO).

De Belgische belastingdienst biedt hulp bij aangifte aan Nederlanders en Duitsers die in België werken.

 

Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij het team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (team GWO).

Nederlanders die in België werken, krijgen voor hun inkomsten over 2008 het Belgische aangifteformulier voor niet-inwoners. De Belgische Federale Overheidsdienst Financiën biedt hulp bij het invullen van die aangifte.

Locatie hulp bij invullen:
• Eupen, 22 oktober, Gemeentehuis, Rathausplatz 14
• Zelzate, 15 en 27 oktober, Gemeentehuis, Grote Markt 1
• Lanaken, 6 oktober, 16 oktober en 28 oktober, Werkwinkel (EURES) Pastorijlaan 7
• Bergen op Zoom, 19 en 29 oktober, Stadskantoor, Jacob Obrechtlaan 4
Vooraf afspraak maken
Belangstellenden kunnen vooraf een afspraak maken via het team GWO. Zij worden dan met voorrang geholpen. Het team GWO is op de volgende nummers bereikbaar:
• vanuit Nederland: 0800 – 024 12 12
• vanuit België: 0800 – 90 220
• vanuit Duitsland: 0800 – 10 11 352
Gegevens meenemen
Om goed geholpen te kunnen worden, moeten klanten een aantal gegevens meenemen naar de afspraak. Ook de gegevens van hun partner zijn nodig.
• de eigen inkomensgegevens over 2008 en eventueel die van de partner
• het Belgische, Nederlandse of Duitse aangifteformulier
• loonbrieven
jaaropgaven
• jaaropgave of fiches van overige inkomsten
• gegevens en bewijzen van gemaakte kosten
• gegevens over het bezit van onroerende zaken
• leningakten
• betalingsbewijzen
Bron: De Belastingdienst >>

Ongelijke fiscale behandeling fiscale aftrekposten van Nederlandse grensarbeiders in Duitsland en België?

Het (nieuwe) belastingverdrag met België bevat onder meer een compensatieregeling voor in Nederland wonende grensarbeiders, die in België werken en daaruit inkomsten verdienen waarover België heffingsbevoegd is.

Het (nieuwe) belastingverdrag met België bevat onder meer een compensatieregeling voor in Nederland wonende grensarbeiders, die in België werken en daaruit inkomsten verdienen waarover België heffingsbevoegd is. Volgens deze regeling verleent Nederland in bepaalde situaties een fiscale tegemoetkoming waardoor deze grensarbeiders hun fiscale aftrekposten (o.a. hypotheekrente van de eigen woning) kunnen verzilveren óók in situaties dat voor de Nederlandse belastingheffing te weinig belastbaar inkomen overblijft om de aftrekposten daarop volledig in mindering te kunnen brengen. Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën op Kamervragen geantwoord dat Nederland in de onderhandelingen met Duitsland over een nieuw belastingverdrag ernaar streeft eenzelfde soort compensatieregeling te treffen. Duitsland heeft echter al aangegeven hiervoor weinig te voelen. De staatssecretaris gaf daarom aan dat de verwachtingen op dit punt niet te hoog gespannen moeten zijn. Daarbij speelt een rol dat nog over een groot aantal andere verdragsthema’s gesproken moet worden en tussen beide landen omvangrijke economische betrekkingen bestaan.

 

Volledig bericht

Het (nieuwe) belastingverdrag met België bevat onder meer een compensatieregeling voor in Nederland wonende grensarbeiders, die in België werken en daaruit inkomsten verdienen waarover België heffingsbevoegd is. Volgens deze regeling verleent Nederland in bepaalde situaties een fiscale tegemoetkoming, waardoor grensarbeiders hun fiscale aftrekposten (o.a. hypotheekrente van de eigen woning) kunnen verzilveren, óók in situaties dat voor de Nederlandse belastingheffing te weinig belastbaar inkomen overblijft om de aftrekposten daarop volledig in mindering te kunnen brengen. De compensatieregeling leidt ertoe dat de in Nederland wonende grensarbeiders die in België werken voor wat betreft hun fiscale aftrekposten voor de Nederlandse inkomstenbelasting niet slechter af zijn dan inwoners van Nederland van wie de inkomsten in Nederland belast zijn. Dit staat ook wel bekend als ‘gelijke behandeling met de buurman’.
 
Volgens de compensatieregeling verleent Nederland aan een grensarbeider een belastingvermindering voor zover het totaal van de verschuldigde Nederlandse en Belgische belasting en de verschuldigde Nederlandse premie volksverzekeringen of daarmee vergelijkbare Belgische premies, meer bedraagt dan het bedrag dat aan Nederlandse belasting en premie volksverzekeringen zou zijn geheven, als de grensarbeider inkomsten uit Nederland zou hebben verkregen waarover Nederland heffingsbevoegd is. Voor zover de berekende vermindering meer bedraagt dan de berekende verschuldigde belasting en premies volksverzekeringen wordt die vermindering aan de inwoner van Nederland uitbetaald. Door deze vermindering wordt bij een in België werkzame en in Nederland woonachtige grensarbeider in feite rekening gehouden met de Nederlandse fiscale aftrekposten (zoals de hypotheekrenteaftrek).
 
Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën op Kamervragen geantwoord dat Nederland in de onderhandelingen met Duitsland over een nieuw belastingverdrag ernaar streeft eenzelfde soort compensatieregeling te treffen. Duitsland heeft echter al aangegeven dat op grond van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (met name het Schumacker-arrest) en de aanpassing van de Duitse inkomstenbelastingwet in dat kader al voldoende is gedaan wat de fiscale behandeling van grensarbeiders betreft. De staatssecretaris gaf daarom aan dat de verwachtingen op dit punt niet te hoog gespannen moeten zijn. Daarbij speelt een rol dat nog over een groot aantal andere verdragsthema’s gesproken moet worden en tussen beide (buur)landen omvangrijke economische betrekkingen bestaan.
 
Bron: Ministerie van Financiën, 31-8-2009, nr. IFZ/2009/477U

In 2010 en 2011 ingrijpende vereenvoudiging loonbegrip

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen.

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen. BDO-partner Marcel Kawka juicht de vereenvoudigingsvoorstellen toe, maar spreekt ook van ‘eerst zien dan geloven’.

Werkgevers en werkgevers en werknemers betalen momenteel over ‘het loon’ loonbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen en bijdragen voor de zorgverzekeringswet. Maar ‘het loon’ bestaat niet, zo stelt BDO. ‘Voor alle drie de heffingen geldt een ander loonbegrip,’ aldus het accountantskantoor.’Zo telt de auto van de zaak bijvoorbeeld wel mee voor de berekening van de loonbelasting en de premies volksverzekeringen (onder andere de AOW) maar niet voor de premies werknemersverzekeringen (WW/WIA). Wie meedoet aan de levensloopregeling betaalt op het moment dat hij spaart over het bedrag dat hij spaart wel minder loonbelasting maar de WW-premie bijvoorbeeld daalt niet.’ Het kabinet wil nu dat voor alle heffingen hetzelfde loonbegrip gaat gelden. Ook wil het kabinet al per 1 januari 2010 het mes zetten in de vergoedingen en verstrekkingen’ die werknemers nu (nog) onbelast kunnen krijgen van hun werkgever.’

Marcel Kawka, partner van de Adviesgroep Loon- & Premieheffing en werkzaam voor het Bureau Vaktechniek van BDO maakte ruim 10 jaar geleden deel uit van de Werkgroep De Boer, die ook pogingen deed om tot één loonbegrip te komen. Maar mede als gevolg van interne onenigheid kwam daar niet zoveel van terecht. Kawka juicht de vereenvoudingsvoorstellen toe, maar spreekt ook ‘van eerst zien, dan geloven’.

Kawka: ‘Het kabinet mag het dan eens zijn, nu de ambtenaren nog. En er moeten nog heel wat knopen worden doorgehakt. Gaat de auto van de zaak weer uit de loonbelasting, terug naar de inkomstenbelasting, wat veel beter is? Of gaan er straks ook premies worden betaald over de auto, en telt de auto ook mee voor een eventuele WW-uitkering, of uitkering bij ziekte? Wie nu deelneemt aan de levensloopregeling (spaart) krijgt als hij ziek of werkloos wordt evenveel als zijn collega’s die niet deelnemen. Gaat hij straks minder ontvangen? Ook dat de koopkrachteffecten beperkt zullen blijven tot 0,5% moet nog maar worden bezien. De invoering van de Zorgverzekeringswet die veel eenvoudiger was heeft laten zien dat sommige loonstroken wel heel erg anders uitpakten. Daarnaast is het zo dat de discussies in de praktijk met de Belastingdienst niet zo zeer om deze zaken gaan maar om zaken als kostenvergoedingen, werkkleding, maaltijden enzovoorts. Het lijkt er op dat het kabinet die discussies wil beëindigen door te regelen dat dit soort zaken niet meer belastingvrij kan worden verstrekt. Al met al kunnen de wijzigingen net zo goed voor hogere werkgeverslasten en lagere netto lonen leiden. Werkgevers doen er dan ook goed aan op de hoogte te zijn van de plannen en de gevolgen daarvan. Dramatische discussies met werknemers kunnen dan mogelijk worden voorkomen, door tijdig nieuwe afspraken te maken.’