Belastingdienst beboet fraude met leaseauto’s

De Belastingdienst heeft in 2008 met behulp van flitspalen boetes uitgedeeld voor fraude met leaseauto’s. Dit heeft 10 miljoen euro extra opgeleverd.

De Belastingdienst heeft in 2008 met behulp van flitspalen boetes uitgedeeld voor fraude met leaseauto’s. Dit heeft 10 miljoen euro extra opgeleverd.

 
De geflitste automobilisten hadden aan de fiscus opgegeven niet privé met de leaseauto te rijden, maar werden daar toch op betrapt. ‘De controles zijn slimmer geworden’, zegt een woordvoerder van de fiscus. Bij 40 procent van de gecontroleerde auto’s constateerde de Belastingdienst fraude.
Nog strenger
Staatssecretaris Jan Kees de Jager is tevreden over de nieuwe cijfers. ‘Ze bewijzen dat de Belastingdienst de controles heeft opgevoerd. Daarom gaan we op deze weg verder en nog strenger controleren.’
 

 

 

Bron: Zibb

Management fee geen basis voor fictief loon

In principe wordt het fictief loon van een dga die enig werknemer is van zijn bv en waarbij de opbrengsten van de bv geheel te danken zijn aan zijn werkzaamheden, bepaald aan de hand van de opbrengsten van de bv. In een zaak voor Hof Den Haag kwam een uitzondering op deze regel aan de orde.

Een dga was enig werknemer van een bv en bezat tevens alle aandelen. Hij werkte voornamelijk voor een dochter van deze bv.

 

In principe wordt het fictief loon van een dga die enig werknemer is van zijn bv en waarbij de opbrengsten van de bv geheel te danken zijn aan zijn werkzaamheden, bepaald aan de hand van de opbrengsten van de bv. In een zaak voor Hof Den Haag kwam een uitzondering op deze regel aan de orde.


Casus

Een dga was enig werknemer van een bv en bezat tevens alle aandelen. Zijn werkzaamheden voor de bv bestonden voornamelijk uit werkzaamheden voor een dochter van deze bv.

Zijn bv ontving daarvoor een managementvergoeding van € 12.000 per jaar. De inspecteur stelde het gebruikelijk loon van de dga over 2002 vast op € 17.329. De dga vond dit te hoog en procedeerde door tot aan het hof. Net als de rechtbank benadrukte het hof dat het fictief loon in het algemeen kan worden bepaald aan de hand van het salaris dat andere werknemers met soortgelijke dienstbetrekkingen verdienen. Echter in een situatie als in deze zaak, waarin de opbrengsten van de bv (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de door de dga verrichte arbeid, is het ook mogelijk het fictief loon te berekenen op basis van de opbrengsten van de bv, verminderd met de kosten, lasten en afschrijvingen.

Maatstaf
In deze zaak bestond het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening van de bv echter voor 85% uit huuropbrengsten waarvan het beheer volledig werd uitbesteed. De dga had hier dus geen enkele bemoeienis mee. Hierdoor konden de opbrengsten van de bv geen goede maatstaf vormen voor de bepaling van de hoogte van het fictief loon van de dga, aldus het hof. Het hof zag ook geen reden om de hoogte van het fictief loon te bepalen aan de hand van de managementvergoeding verminderd met een kostenaftrek. De dga had namelijk niet inzichtelijk gemaakt op welke manier die vergoeding was bepaald. Zo was het onduidelijk of de hoogte daarvan was bepaald aan de hand van het aantal door de dga te werken uren en of het uurloon marktconform was vastgesteld. Het fictief loon werd dan ook niet lager dan € 17.329 vastgesteld.
Bron:
• Hof Den Haag, 8 juli 2008, nr. 07/00015

Ondernemers maken nog niet optimaal gebruik van fiscale aftrekposten

Diverse aftrekposten zijn onbekend bij ondernemers en fiscale intermediairs en worden daardoor niet optimaal benut.

Diverse aftrekposten zijn onbekend bij ondernemers en fiscale intermediairs en worden daardoor niet optimaal benut. Dat constateert Koos van der Meulen, belastinginspecteur in Leeuwarden. Hij noemt de aftrekpost voor milieu- en energiekosten en de investeringsaftrek. Ondernemers kunnen hun investeringen beter over meerdere jaren verspreiden, want naarmate ze meer investeren in een jaar wordt de aftrekpost kleiner. Tevens is het raadzaam dat ondernemers in energiezuinige auto`s gaan rijden. De bijtelling voor wagens met een geringe uitstoot van CO2 is verlaagd van 25% naar 14%.

De Belastingdienst staat dit jaar toe dat mkb`ers sommige investeringen sneller van de winst mogen afschrijven. Daar profiteren ze echter pas van in 2010, als aangifte wordt gedaan over 2009. Van der Meulen raadt ondernemers tevens aan om voor 1 april 2009 uitstel aan te vragen voor de aangifte van hun inkomstenbelasting. Daardoor hebben ze meer tijd om de kwaliteit van de aangifte te verhogen.

Tevens adviseert hij ondernemers om bij complexe fiscale momenten contact op te nemen met de Belastingdienst. Zodra ondernemers in aanmerking komen voor zelfstandigenaftrek, moeten ze dit aantonen met een actuele en onderbouwde urenadministratie.

Bron: de zaak

Advies SRA aan kabinet: schaf verplichte jaarrekening voor kleine ondernemingen niet af

Het kabinet besloot gisteren dat de verplichte jaarrekening voor kleine ondernemers zal worden afgeschaft. De SRA komt vandaag met een advies aan het kabinet om dat vooral niet te doen. Bijna 75% van de SRA-Kantoren zou het voornemen van het kabinet zeer onverstandig vinden.

Het kabinet besloot gisteren dat de verplichte jaarrekening voor kleine ondernemers zal worden afgeschaft. De SRA komt vandaag met een advies aan het kabinet om dat vooral niet te doen. Bijna 75% van de SRA-Kantoren zou het voornemen van het kabinet zeer onverstandig vinden.

‘Het niet meer laten opstellen van een jaarrekening betekent een verarming voor het financiële inzicht in de onderneming, dat juist deze categorie bedrijven vanwege een doorgaans minder goede administratieve organisatie broodnodig heeft. Bovendien is de jaarrekening nodig voor een transparante financiële huishouding en als verantwoordingsstuk in de contacten met derden zoals banken, kredietverleners, (potentiële) toeleveranciers en klanten,’ aldus de SRA.

 

Enquête

 

Het Nederlandse kabinet staat niet alleen in het voornemen om kleine ondernemingen vrij te stellen van de jaarlijkse publicatie van een jaarrekening. Eerder gaf de Europese Commissie al aan micro-ondernemingen te willen vrijstellen van de vierde en zevende EG-richtlijn voor de jaarrekening. SRA vroeg daarop begin maart de SRA-Kantoren die meer dan 40% van het mkb bedienen, naar een reactie op de plannen. Is de afschaffing van de verplichte jaarrekening daadwerkelijk een administratieve lastenverlichting of snijdt de ondernemer zich in de vingers als hij geen jaarrekening meer laat opmaken?

 

Nadelen

 

De mkb-adviseurs van de SRA-Kantoren stellen dat door de verplichte jaarrekening af te schaffen, de transparantie en het inzicht in de financiële situatie bij de kleine ondernemingen afneemt (81%). Kleine ondernemingen krijgen bovendien minder snel kredieten als zij geen jaarrekening overhandigen (90%) en krijgen moeilijkheden in geval van faillissement omdat de curator geen inzicht meer krijgt (56%). Potentiële klanten/leveranciers zullen meer afwachtend reageren omdat informatie (via de Kamer van Koophandel) niet beschikbaar is (53%). In geval van samenwerking met of overname door een andere onderneming, ontbreekt bovendien een belangrijke financiële schakel (69%). En de mogelijkheid van een ongelijk speelveld ontstaat in de EU als bijvoorbeeld Nederland wel, en Duitsland of België niet de verplichte jaarrekening afschaft (51%). Meer dan 70% van de SRA-Kantoren vindt dat dit voorstel niet zal helpen in de poging om administratieve lasten bij het bedrijfsleven te verminderen. Er zal immers altijd de vraag blijven om (verantwoordings)informatie door derden/belanghebbenden, of dat nu in de vorm van een jaarrekening is of niet. De SRA-Kantoren zien veel meer heil in verdergaande automatisering (e-facturering, XBRL).

 

Deponering

 

Mocht de jaarrekening voor kleine ondernemingen dan toch niet meer verplicht zijn, dan kan ook de deponeringsplicht vervallen, meent 65% van de SRA-Kantoren. ‘Deponering zonder betrouwbare jaarstukken heeft immers geen zin en bovendien leidt deponering nu al tot ongelijkheid ten opzichte van vof’s of maatschappen. Maar er zitten nog wel haken en ogen aan: als een dga besluit niet te deponeren, dan is hij -bijvoorbeeld bij faillissement- per definitie hoofdelijk aansprakelijk. Hoe gaat het kabinet dat oplossen?’ aldus de SRA.

EIM: financiële gevolgen van ondernemer worden kunnen ingrijpend zijn

De financiële gevolgen van de stap van werknemerschap naar ondernemerschap kunnen ingrijpend zijn. Daarin spelen veel aspecten een rol, zoals de aard van het inkomen en de fiscale en sociale wetgeving.

De financiële gevolgen van de stap van werknemerschap naar ondernemerschap kunnen ingrijpend zijn. Daarin spelen veel aspecten een rol, zoals de aard van het inkomen en de fiscale en sociale wetgeving. EIM heeft onderzoek uitgevoerd naar verschillen tussen werknemers en ondernemers waar het gaat om directe kosten en baten. De financiële gevolgen van de stap van werknemer naar ondernemer lijkt voor de starter niet een belangrijke afwegingsfactor te zijn.

Niet alle ondernemers blijken in de praktijk op voorhand bewust te zijn van de consequenties van de overgang van werknemerschap naar ondernemerschap. Zeker wanneer het gaat om de (exacte) financiële gevolgen – de direct opportunity costs – is er onder de geïnterviewde ondernemers een verschillende mate van bewustzijn. De direct opportunity costs lijken op basis van de door EIM gevoerde interviews geen belangrijke afwegingsfactor bij de keuze om te starten als ondernemer. De stap van werknemer naar ondernemer brengt op verschillende gebieden veranderingen met zich mee. Veranderingen zijn waar te nemen op verschillende (financiële) gebieden. Zo verandert voor een ondernemer het inkomen; het vaste bruto en netto loon uit dienstbetrekking verandert in onzekere omzet en winst.

 

Er zijn voor ondernemers verschillende belastingvoordelen die niet beschikbaar zijn voor werknemers (o.a. verschillende aftrekposten). Een ondernemer moet meer zelf regelen wanneer het aankomt op sociale voorzieningen voor de korte, middellange en lange termijn. De risico’s van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zijn niet meer automatisch verzekerd. De te betalen premies voor sociale zekerheid veranderen; het werkgeversdeel van veel sociale voorzieningen moet de ondernemer nu zelf betalen. Ondernemers zijn vaak meer geld kwijt aan het ‘inkopen’ van informatie. Het gaat hier bijvoorbeeld om up-to-date blijven van nieuwe (technische) ontwikkelingen, belastingadvies en het inhuren van bijvoorbeeld een administratiekantoor.
Voor de overheid is er een aantal aanknopingspunten voor het beleid, die voortkomen uit dit onderzoek. Om als ondernemer goed te starten en de juiste keuzes te maken is informatie belangrijk. Een goede informatievoorziening over de direct opportunity costs kan bijdragen aan het verlagen van deze kosten. Wanneer een (potentiële) ondernemer weet wat de gevolgen zijn en wat mogelijk is, is de ondernemer in staat om de juiste keuzes te maken waarmee de mogelijkheden zo optimaal mogelijk worden benut. Veel ondernemers hebben geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Vooral de bekendheid van de vrijwillige verzekering van het UWV vraagt hierbij mogelijk meer aandacht. De particuliere verzekeringsmarkt heeft op het moment niet altijd een betrouwbaar imago in de ogen van de ondernemer, zeker kijkend naar de financiële crisis. De overheid (en het UWV in het verlengde) heeft daarbij mogelijk een sterker en betrouwbaarder imago. Dit biedt kansen voor de overheid om te werken aan de positionering van de vrijwillige verzekering van het UWV.