Ontwijk de fiscus bij ontslagvergoeding

Ontslagen en een grote zak geld meegekregen? Je kunt er natuurlijk meteen iets leuks van kopen of het op een spaarrekening zetten, maar de kans is groot dat je eerst nog de helft kwijt bent aan belasting.

Wil je het grootste deel van je vertrekpremie zelf houden, dan zijn er verschillende mogelijkheden. Marius Winter van kantonrechtersformule.nl merkt dat de belangstelling voor het onderwerp toeneemt. Niet alleen vanwege de recessie, maar ook omdat de ontslagvergoeding per 1 januari is versoberd.

Winter, die er onlangs een boekje over schreef: ‘Het grootste nadeel van meteen cashen, is dat je over dat bedrag inkomstenbelasting betaalt, waarbij de vergoeding in het jaar van uitkering bij je inkomen wordt opgeteld.’ Dat betekent dat je, als je 40.000 euro verdient en 20.000 euro vergoeding krijgt, al in de hoogste belastingschaal van 52 procent (die begint bij 54.700 euro) valt. ‘Jongeren nemen dat nog wel eens voor lief en kopen nu eindelijk eens die auto of gaan lekker op vakantie. Dat geldt ook voor mensen die al een nieuwe baan hebben gevonden. Die zien dat geld als een extraatje’, zegt Winter.

Minder belasting
Wie geen zin heeft zoveel belasting te betalen, kan de vertrekpremie soms beter in een lijfrente stoppen – daarbij krijg je bijvoorbeeld elk jaar een bepaald bedrag uitgekeerd. Voordeel is dat je alleen over dat jaarlijkse bedrag belasting betaalt. Nadeel is dat het rigide is: je bepaalt van tevoren hoeveel geld je elk jaar krijgt uitgekeerd.

Bij hoge bedragen kan het de moeite waard zijn alles te stoppen in een zogeheten stamrecht-bv. Die kun je gebruiken om te beleggen of te investeren in een bedrijf en je betaalt pas belasting als jouw stamrecht-bv geld uitkeert. Het voordeel is dat je helemaal zelf kunt bepalen wanneer dat gebeurt en dat je – als die beleggingen tenminste een beetje renderen – vermogen opbouwt. Nadeel is de – eenmalige – kosten van 3.500 tot 4.000 euro. Daarom is zo’n stamrecht-bv vooral boven de 70.000 euro interessant

Weinig consequenties voor te late jaarrekening

Het te laat indienen van het jaarverslag bij de Kamer van Koophandel heeft vaak geen gevolgen voor bedrijven. Ze worden zelden vervolgd en de boetes zijn laag.

Het te laat indienen van het jaarverslag bij de Kamer van Koophandel heeft vaak geen gevolgen voor bedrijven. Ze worden zelden vervolgd en de boetes zijn laag.

Dat blijkt uit gegevens van de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie die het Financieele Dagblad heeft opgevraagd. Volgens de fiscus hebben 55 duizend bedrijven hun jaarstukken over 2007 niet op tijd gepubliceerd, de Kamer van Koophandel komt op een aantal van zelfs tweehonderdduizend.
Actie
Volgens de regels moet uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar de cijfers worden ingediend. Pas na zestien maanden onderneemt de fiscus actie. De Belastingdienst Holland-Midden, die toeziet op naleving van de deponeringsplicht, verricht jaarlijks gemiddeld 550 onderzoeken. Deze leiden niet altijd tot een proces verbaal. Het OM ontving vorig jaar 293 processen-verbaal van de Belastingdienst.
Rechter
Ruim 1250 bedrijven betaalden de afgelopen vijf jaar boete voor overschrijding van de deponeringstermijn. De maximumboete is 18.500 euro, maar het gemiddelde bedrag van de transacties was 582 euro. Bijna vierhonderd ondernemingen moesten voor de rechter verschijnen, zij kregen gemiddeld een boete van 567 euro.

 

Bron: Novum

Voor aftrek van scholingsuitgaven is geen inkomensverbetering vereist

De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat voor de aftrek van scholingsuitgaven geen inkomensverbetering is vereist. Uit de wetsgeschiedenis maakte de Hoge Raad op dat de wetgever met de regeling van de aftrek voor scholingsuitgaven ‘employability’ heeft willen ondersteunen.

 

Volledig bericht

Kosten die u maakt om nieuwe kennis op te doen of bestaande kennis te verdiepen, zijn onder voorwaarden aftrekbaar als scholingsuitgaven. De uitgaven komen in beginsel voor aftrek in aanmerking als u aan een opleiding bent begonnen met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Als u een opleiding volgt om persoonlijke redenen of om vergroting van de persoonlijke uitrusting, dan bestaat echter geen recht op aftrek. Over de belangrijkste (aanvullende) voorwaarden voor de aftrek van scholingsuitgaven kunt u meer lezen in ons bericht van 6 december 2007.

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of voor de aftrek van scholingsuitgaven is vereist dat sprake is van inkomensverbetering. Hof Arnhem had namelijk impliciet in deze zin beslist. De procedure betrof een man die in 2001 directeur-grootaandeelhouder was van een BV. Hij volgde sinds 1996 een opleiding tot beroepspiloot. Deze opleiding sloot hij in 2001 met succes af. Daarna volgde hij in 2002 nog twee aanvullende opleidingen. In 2006 volgde hij een opleiding tot vlieginstructeur.  Per 1 augustus 2006 was de man als vlieginstructeur/piloot werkzaam. Zijn onderneming had hij verkocht. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 2001 bracht de man de opleidingskosten (na aftrek van een drempel van € 500) als scholingsuitgaven op zijn inkomsten in aftrek. De inspecteur weigerde echter de aftrek. Hij meende dat de uitgaven niet kwalificeerden als scholingsuitgaven, omdat geen sprake zou zijn van een verbetering van de financieel-economische positie van de man. Rechtbank Arnhem stelde de man in het gelijk, maar Hof Arnhem stelde de inspecteur in het gelijk.
 
De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Arnhem echter vernietigd. Uit de wetsgeschiedenis maakte de Hoge Raad op dat de wetgever met de regeling van de aftrek voor scholingsuitgaven ‘employability’ heeft willen ondersteunen. Dat houdt in dat men zich met onder meer scholing wapent tegen de mogelijkheid van terugval van werkgelegenheid in de branche waarin men werkzaam is. Voor de kwalificatie van opleidingskosten als scholingsuitgaven is vereist, dat men met het volgen van die opleiding een bepaald beroep op het oog heeft en in redelijkheid kan verwachten om dat beroep na voltooiing van de opleiding te kunnen uitoefenen. Dit vereiste staat los van de vraag of men met het volgen van de opleiding een inkomensverbetering nastreeft.
 
De Hoge Raad heeft voorts aangegeven dat gedurende de opleiding of studie moet worden beoordeeld of aan het vereiste is voldaan en niet uitsluitend op het tijdstip van aanvang van de studie of opleiding zoals het hof had geoordeeld.
 
Bron: Hoge Raad, 10-4-2009, 08/00312.

Gouden toekomst voor belastingadviseur

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft bekendgemaakt dat geen enkel land nog op de ‘zwarte lijst’ van de OESO staat. Hiermee komt er een einde aan belastingontduiking, maar niet aan belastingontwijking.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft bekendgemaakt dat geen enkel land nog op de ‘zwarte lijst’ van de OESO staat. Hiermee komt er een einde aan belastingontduiking, maar niet aan belastingontwijking.

 

Op de OESO lijst stonden landen die onvoldoende meewerkten aan de uitwisseling van fiscale informatie. Nu alle landen die op de zwarte lijst stonden hebben toegezegd de OESO-standaard voor uitwisseling van fiscale informatie in te voeren, is het einde van het bankgeheim in zicht volgens het Haags Juristen College, dat is gespecialiseerd in belastingontwijking voor ondernemers.
 
Misvatting
Hoewel het recht op financiele privacy sterk uitgehold is, lijkt ten onrechte het beeld te ontstaan dat hiermee ook een einde gaat komen aan de mogelijkheden om belasting te ontwijken door gebruik te maken van belastingparadijzen. Dit is een misvatting, die lijkt te worden veroorzaakt doordat velen zich niet bewust zijn van het onderscheid tussen belastingontduiking en belastingontwijking.

Belastingontduiking
Belastingontduiking betekent belasting besparen door de wet te overtreden, bijvoorbeeld door inkomsten te verzwijgen en dit zwarte geld in een land met een bankgeheim te verbergen. Het uithollen van het bankgeheim maakt belastingontduiking inderdaad minder aantrekkelijk. Het succes van deze strategie hangt volledig af van de pakkans, die nu groter zal worden. De belastingontduiker is dus duidelijk slechter af door de ontwikkelingen van de laatste weken.

Belastingontwijking
Belastingontwijking betekent belasting besparen door gebruik te maken van wettelijke mogelijkheden, bijvoorbeeld door rechtspersonen te vestigen in een land met een beter fiscaal klimaat. Voor wie belasting ontwijkt maakt de uitholling van het recht op financiele privacy weinig uit, omdat zijn fiscale oplossing niet gebaseerd is op geheimhouding. Daarom is het voor de belastingontwijker geen probleem als de fiscus alle feiten boven tafel weet te krijgen.

Belastingparadijs
De ontstane misvatting wordt mede veroorzaakt doordat het begrip belastingparadijs vaak ten onrechte wordt gebruikt om landen met een bankgeheim aan te duiden. Veel belastingparadijzen, waaronder Nederland, hebben geen bankgeheim, en veel landen met een bankgeheim zijn geen belastingparadijs. Doordat veel media en politici hun succesvolle strijd tegen het bankgeheim beschrijven als het “aanpakken van belastingparadijzen”, ontstaat de indruk dat belastingparadijzen ten dode zijn opgeschreven, en daarmee dus ook het ontwijken van belasting via structuren in belastingparadijzen.

“Unfair tax competition”
Aangezien de internationale druk die wordt uitgeoefend door de OESO en haar lidstaten zich richt op het bevorderen van de uitwisseling van fiscale informatie, en niet meer op de lage belastingtarieven die sommige landen hanteren, is deze indruk onterecht. De OESO probeerde weliswaar rond de eeuwwisseling om een vuist te maken tegen zogenaamde “unfair tax competition” door landen met lage belastingen, maar staakte deze poging toen bleek dat hier onvoldoende draagvlak voor was. Te veel mensen bleken te vinden dat ieder land het recht heeft zijn eigen belastingtarieven te bepalen, en dus ook lage tarieven vast te stellen.

Gouden toekomst
Aangezien de uitholling van het bankgeheim belastingontduiking minder aantrekkelijk maakt, wordt belastingontwijking juist aantrekkelijker. Daarvan zullen belastingparadijzen profiteren, alsmede de trustkantoren, belastingadviseurs, accountants, bankiers, advocaten en notarissen die hun brood verdienen met het verlenen van diensten aan belastingontwijkers. Daarom gaan deze beroepsgroepen, zowel binnen als buiten belastingparadijzen, een gouden toekomst tegemoet.
 

Bron: ANP

‘Hinderlijke regels’ voor zzp’ers al aardig aangepast

FNV Zelfstandigen heeft een jaar geleden een ‘top 10 hinderlijke regels’ voor zelfstandig ondernemers overhandigd aan de staatssecretaris van Financiën, Jan Kees de Jager.

FNV Zelfstandigen heeft een jaar geleden een ‘top 10 hinderlijke regels’ voor zelfstandig ondernemers overhandigd aan de staatssecretaris van Financiën, Jan Kees de Jager.

 

In een jaar tijd is er, mede door druk van FNV Zelfstandigen, serieuze aandacht gekomen voor deze regels en heeft het kabinet diverse stappen genomen om regels voor zzp’ers te verbeteren en te vereenvoudigen. FNV Zelfstandigen ziet echter nog wel verbeterpunten.

Belangrijke veranderingen zijn de sterk vereenvoudigde aanvraag voor de VAR en het verbeteren van de informatie over regels door de overheid. De top 10 van hinderlijke regels is vorig jaar samengesteld op basis van uitgebreide reacties van zo’n 500 zzp’ers. Hieruit kwamen de volgende 10 aanbevelingen voort:

Top tien ‘hinderlijke regels’ zzp’er

  1. VAR: (minimum) aantal opdrachtgevers verminderen
  2. Urencriterium voor de zelfstandigenaftrek naar rato
  3. Wijzigen voorwaarden voor werkruimte aan huis
  4. Eigen regels voor privégebruik bedrijfsauto
  5. Aanbesteding toegankelijk maken voor zelfstandigen
  6. Verlenging geldigheidsduur VAR
  7. Verlaagd BTW-tarief voor meer diensten
  8. Rentevergoeding over betaalde belastingvoorschotten
  9. Toegankelijke en betaalbare AOV
  10. Stimuleren van een betere betalingsmoraal

Bron en meer informatie: FNV Zelfstandigen