Belastingontduikers biechten half miljard op buitenlandse rekeningen op

De afgelopen acht maanden hebben Nederlanders met geld op buitenlandse bankrekeningen zich massaal bij de Belastingdienst gemeld. In totaal hebben ze inmiddels voor een half miljard euro aan vermogen opgegeven

De afgelopen acht maanden hebben Nederlanders met geld op buitenlandse bankrekeningen zich massaal bij de Belastingdienst gemeld. In totaal hebben ze inmiddels voor een half miljard euro aan vermogen opgegeven, meldde het ministerie van Financiën vrijdag.
Twee weken geleden stond de teller al op ruim 425 miljoen. De verwachting was toen dat de score wel zou oplopen tot een half miljard. De Belastingdienst maakt in opdracht van staatssecretaris De Jager van Financiën actief jacht op Nederlanders met zwart geld in het buitenland. De Jager heeft met een reeks landen verdragen gesloten over het opheffen van het bankgeheim. Mensen die zich vrijwillig melden, krijgen geen boete. De meeste mensen die tot inkeer zijn gekomen, hebben geld staan op rekeningen in Zwitserland, België en Luxemburg.

Belastingvoordeel bij elektrische leaseauto

Gebruikers van een elektrische leaseauto hoeven de fiscale bijtelling, de belastingheffing voor privégebruik van de wagen, straks de eerste twee jaar niet te betalen.

Gebruikers van een elektrische leaseauto hoeven de fiscale bijtelling, de belastingheffing voor privégebruik van de wagen, straks de eerste twee jaar niet te betalen. Daarna gaat de bijtelling naar de helft. Dat zeggen bronnen uit de omgeving van het kabinet, zo meldt het ANP.

Voor de schoonste categorie auto’s ligt de bijtelling nu op 14 procent, na twee jaar lang nul procent wordt dat dus 7 procent. De regering hoopt hiermee de introductie van elektrische auto’s te stimuleren.

De Jager versoepelt belastingregels ondernemers

De strenge belastingregels voor bv’s en hun directeur-grootaandeelhouder worden versoepeld. Het kabinet zal op of rond Prinsjesdag aankondigen dat bedrijven die door de crisis in problemen raken, niet langer verplicht zijn om de dga minimaal euro 40.000 per jaar als loon uit te betalen

De strenge belastingregels voor bv’s en hun directeur-grootaandeelhouder worden versoepeld. Het kabinet zal op of rond Prinsjesdag aankondigen dat bedrijven die door de crisis in problemen raken, niet langer verplicht zijn om de dga minimaal euro 40.000 per jaar als loon uit te betalen, aldus bronnen in Den Haag in het Financieele Dagblad.

 

Gebruikelijkloonregeling
Staatssecretaris De Jager van Financiën wil het verplichte loon duidelijker te koppelen aan reële winst. Een beleidsbesluit moet leiden tot een soepeler opstelling van de belastinginspecteurs als een bv in de rode cijfers zit. De Jager wil voorkomen dat bedrijven die al flink geraakt worden door de economische crisis, door het verplichte dga-loon in financiële problemen komen.

De Belastingdienst staat bv’s momenteel bij uitzondering toe dat wordt afgezien van het verplichte dga-loon, de zogeheten ‘gebruikelijkloonregeling’. De Jager is bereid de fiscale regels te veruimen maar wil geen ‘nulinkomen’ om het betalen van premies voor de sociale zekerheid en de gezondheidszorg te behouden. Dga’s kunnen wel fiscale toeslagen aanvragen.

Terbeschikkingstellingsregeling
Ook het privébezit van een bedrijfspand dat ter beschikking wordt gesteld aan de bv wordt fiscaal soepeler. Onder de huidige wetgeving moet de dga daarover inkomstenbelasting betalen die oploopt tot 52%. De Jager biedt dga’s eenmalig de kans om een pand belastingvrij over te hevelen naar de bv. Er wordt dan geen inkomsten- en overdrachtsbelasting geheven. Hij komt daarmee een belofte na aan het parlement die hij eerder dit jaar heeft gedaan in een notitie over de positie van de dga.
Het dga-pakket bevat ook maatregelen om de overdracht van bv’s makkelijker te maken als bijvoorbeeld een ouder tijdens zijn leven die wil schenken aan de kinderen.

Wachtdagen bij ziekte mogelijk?

Het is inderdaad mogelijk de eerste twee ziektedagen als zogenoemde wachtdagen aan te merken. Over deze dagen bestaat voor de werknemer dan geen aanspraak op doorbetaling van zijn loon.

Is het mogelijk de eerste ziektedag(en) voor eigen risico van de werknemer te laten komen?

 

Het is inderdaad mogelijk de eerste twee ziektedagen als zogenoemde wachtdagen aan te merken. Over deze dagen bestaat voor de werknemer dan geen aanspraak op doorbetaling van zijn loon. Voorwaarde is dat werkgever en werknemer dit nadrukkelijk zijn overeengekomen. In de praktijk komt dit maar weinig voor. Als werkgever en werknemer hierover wel afspraken hebben gemaakt betekent dit dat de werkgever bij elk nieuw ziektegeval twee wachtdagen kan rekenen, tenzij dit nieuwe ziektegeval zich voordoet binnen vier weken na het herstel van de werknemer. Er bestaat namelijk een samentelregeling die inhoudt dat perioden van ziekten worden samengeteld als zij elkaar opvolgen met een onderbreking van minder dan vier weken.

Voorbeeld samentelregeling
De werknemer wordt ziek op 1 februari 2008. Op 18 maart 2008 is de werknemer weer hersteld en meldt zich beter. Op 12 april 2008 breekt werknemer zijn been en moet hij zich opnieuw ziek melden. Nu er minder dan vier weken zit tussen de hersteldatum (18 maart) en de nieuwe ziektedatum (12 april) wordt de periode vanaf 1 februari 2008 als één ziekteperiode beschouwd. De twee ziekteperioden worden samengeteld en er kan niet opnieuw sprake zijn van twee wachtdagen. Als de werknemer bijvoorbeeld pas op 1 mei 2008 zijn been breekt, is de periode tussen hersteldmelding en uitval langer dan vier weken en kunnen opnieuw twee wachtdagen worden gerekend.

 

Bron: De SalarisAdviseur >>

Vergoeding voor maaltijden was loon

Werkgevers gaan nogal eens in de fout als het gaat om de onderbouwing van een vaste kostenvergoeding.

Werkgevers gaan nogal eens in de fout als het gaat om de onderbouwing van een vaste kostenvergoeding.
Zo oordeelde Hof Amsterdam onlangs dat een vergoeding aan een werknemer voor maaltijden was belast, omdat niet kon worden aangetoond dat er sprake was van ‘een meer dan bijkomstig belang’.
 
Wat was er aan de hand? Een directeur-grootaandeelhouder (dga) hield zich bezig met bedrijfseconomisch en automatiseringsadvies. In de periode 2000–2004 was de dga uitsluitend voor één bank werkzaam. Die werkzaamheden verrichtte hij ook op het kantoor van die bank. Vanuit zijn bv ontving hij maandelijks een vaste kostenvergoeding van € 730 waarin een bedrag van € 511 was opgenomen voor maaltijdkosten. De dga kocht regelmatig eten bij een eetsalon of fastfoodketen om vervolgens deze maaltijden op zijn werkplek ’s avonds op te eten. De inspecteur was van mening dat er geen sprake was van een zakelijke maaltijd en dat de vergoeding die hierop zag als loon moest worden belast.
 

Oude maaltijdenregeling
De zaak speelde zich af vóór 2007 toen de oude maaltijdenregeling nog gold. Onder die oude wetgeving was een vergoeding of verstrekking van maximaal tachtig maaltijden per jaar onbelast als de vergoeding of verstrekking een meer dan bijkomstig zakelijk karakter had. In het Handboek Loonheffingen 2002, 2003 en 2004 stond hierover opgenomen dat dit bijvoorbeeld het geval kon zijn bij al dan niet verwacht overwerk of koopavonden of tijdens dienstreizen. Het ging hierbij om situaties waarin de werknemer niet op een gewone tijd (tussen 17.00 en 20.00 uur) kon eten. De dga voerde deze passage in hoger beroep aan, maar het hof vond dat uit zowel de tekst als de strekking niet kan worden afgeleid dat een tussen 17.00 en 20.00 uur genuttigde maaltijd zonder meer een meer dan bijkomstig zakelijk karakter heeft. 

 
Commerciële functie
De dga voerde ook nog aan dat het kopen en/of nuttigen van de maaltijden een commerciële functie had. Dit was volgens het hof echter onvoldoende om het zakelijk belang aan te tonen. Het feit dat de dga de broodjes kocht in gezelschap van andere werknemers van de bank en deze vervolgens in dezelfde ruimte opat was onvoldoende. Tot slot was er ook geen sprake van een kantine of andere ruimte waar de maaltijden werden genuttigd. De kantineregeling kon dus ook niet van toepassing zijn. De naheffingsaanslag loonbelasting bleef in stand.
 
Bronnen:
• Hof Amsterdam, 11 juni 2009, nr. 08/00051, LJN: BJ0692 >>
• De SalarisAdviseur >>