Het belang van een correcte loonadministratie

Hof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over een situatie waarin de loonadministratie van een werkgever niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden.

 

Volledig bericht

Hof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over een situatie waarin de loonadministratie van een werkgever niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. Voor een aantal werknemers had de werkgever verzuimd de identiteit vast te stellen aan de hand van een voorgeschreven document. Volgens het hof heeft de belastingdienst dan ook terecht een naheffingsaanslag opgelegd tegen het anoniementarief van 52% en de bewijslast omgekeerd. De discussie zag met name op de vraag of alsnog kon worden aangetoond dat de vereiste documenten wel in de administratie aanwezig waren. Hierin slaagde de werkgever niet. De conclusie van het hof is niet opmerkelijk, maar bevestigt weer eens dat het niet op orde hebben van de loonadministratie een aanzienlijk risico met zich brengt.

Werkgevers dienen in de loonadministratie van elke werknemer in ieder geval een kopie van het identiteitsbewijs en een volledig ingevulde en ondertekende gegevensopgaaf loonheffingen (de vroegere loonbelastingverklaring) op te nemen. Ten aanzien van het identiteitsbewijs is daarbij van belang dat goed wordt gecontroleerd of het document echt is, of dit geldig is op het moment van indiensttreding en is voorzien van de handtekening van de werknemer. Voor de controle op de echtheid van het identiteitsbewijs is het van groot belang dat de werkgever zelf de kopie maakt en niet volstaat met het opvragen van een kopie bij de werknemer.
 
Naast de genoemde documenten die verplicht in de loonadministratie moeten worden opgenomen, zijn verder documenten vereist voor een aantal specifieke situaties. Voor werknemers die in een auto van de zaak rijden en de ‘verklaring geen privégebruik’ bij de belastingdienst hebben aangevraagd, dient de werkgever een kopie van deze verklaring in de administratie op te nemen. Hetzelfde geldt voor de verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor personen die werkzaamheden als zelfstandige verrichten. Alleen indien u als opdrachtgever een kopie van een geldige VAR-winst uit onderneming of VAR-inkomsten voor rekening en risico van een vennootschap van de zelfstandige kunt overleggen, tezamen met een kopie van een geldig identiteitsbewijs, bent u als opdrachtgever gevrijwaard van het inhouden en afdragen van loonheffingen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
 
Bron: Hof Den Haag, 20-2-2009, nr. 08/00010

Regels bij ziekte tijdens onbetaald verlof

De regels die gelden bij ziekte tijdens onbetaald verlof op een rijtje gezet.

De regels die gelden bij ziekte tijdens onbetaald verlof op een rijtje gezet.

 

Welke verplichtingen gelden voor de werkgever?
Wordt een werknemer ziek tijdens zijn onbetaald verlof, dan hoeft de werkgever geen loon te betalen. De werknemer heeft ook geen recht op een Ziektewet-uitkering. De werknemer kan wel, in overleg met de werkgever besluiten om het onbetaald verlof te beëindigen wegens ziekte.
Met ingang van de dag dat het onbetaald verlof beëindigd wordt, moet de werkgever het loon tijdens ziekte doorbetalen. Die dag geldt als eerste ziektedag. Het is ook de dag waarop de wachttijd voor de WIA begint en uw re-integratieverplichting start.


Onbetaald verlof in deeltijd
Het is mogelijk om onbetaald verlof in deeltijd op te nemen. De werknemer krijgt in dat geval alleen loon over de uren dat hij geen verlof heeft. Als de werknemer ziek wordt tijdens een deeltijdverlof, moet de werkgever  het loon over het aantal uren dat hij zou werken berekenen. Hij hoeft dan dus geen loon door te betalen over de verlofuren.

Ziekte bij afloop onbetaald verlof
Wanneer een werknemer ziek is op de dag dat zijn onbetaald verlof is afgelopen, dan moet de werkgever zijn loon weer uit gaan betalen. Op die dag begint dan ook de wachttijd voor de WIA en de re-integratieverplichting. Als de werknemer recht heeft op een Ziektewet-uitkering, dan hoeft de werkgever geen loon door te betalen. Wel moet hij de werknemer dan ziek melden bij UWV.

Wanneer uw werknemer recht heeft op een Ziektewet-uitkering leest u op de website van UWV.

 

Bron: UWV

De kantonrechtersformule: hoe zit het precies?

Sinds 1 januari 2009 is er een nieuwe kantonrechtersformule van kracht. Aan de hand van deze formule wordt de hoogte van de ontslagvergoeding berekend.

Sinds 1 januari 2009 is er een nieuwe kantonrechtersformule van kracht. Aan de hand van deze formule wordt de hoogte van de ontslagvergoeding berekend.

 

Voor de werkgever is het belangrijk goed op de hoogte te zijn van deze formule. Het kan namelijk behoorlijk wat kosten als hij een werknemer wil ontslaan.

De formule bestaat uit drie componenten die met elkaar worden vermenigvuldigd om de hoogte van de ontslagvergoeding te berekenen.

Vergoeding = A x B x C

A is het aantal gewogen dienstjaren van de werknemer.
B is de beloning (brutomaandsalaris).
C is de correctiefactor.

 

Wat is er veranderd op 1 januari 2009?

De kantonrechtersformule is op de volgende punten aangepast:
• wegen van dienstjaren bij het bereken van een vergoeding;
• meer aandacht voor bijzondere omstandigheden;
• meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten;
• toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden.

 

Wegen van dienstjaren bij het bereken van een vergoeding

Voortaan tellen gewerkte jaren op jonge leeftijd minder zwaar mee. Gewerkte jaren op oudere leeftijd tellen nog steeds zwaarder, maar de grenzen verschuiven.
• Een half maandsalaris voor elk gewerkt jaar onder de 35 jaar.
• Eén maandsalaris voor elk gewerkt jaar tussen 35 en 45 jaar.
• Anderhalf maandsalaris voor elk gewerkt jaar tussen 45 en 55 jaar.
• Twee maandsalarissen voor elk gewerkt jaar na 55 jaar.

 

Meer aandacht voor bijzondere omstandigheden

Er is meer ruimte gekomen om te kijken naar bijzondere omstandigheden van het geval. Het zijn juist die bijzondere omstandigheden waar het vaak om gaat in de onderhandelingen tussen werknemer en werkgever en in de rechtszaal.

De werkgever kan de ontslagvergoeding verlagen door de arbeidsmarktpositie van zijn werknemers te verbeteren. Als hij aan de kantonrechter kan aantonen dat hij zijn werknemers bijvoorbeeld regelmatig training of scholing heeft aangeboden, kan de C-factor in zijn voordeel uitvallen.

 

Correctiefactor

De C in de rekensom wordt bepaald door vragen als:
• door wie komt het dat de verhoudingen zijn verstoord;
• is het disfunctioneren aan de werknemer te wijten of aan de werkgever;
• is de werknemer niet gaan re-integreren omdat hij niet wilde of omdat de werkgever onmogelijke eisen stelde;
• heeft de werknemer al een andere baan of heeft hij er een concreet uitzicht op;
• hoe is de arbeidsmarktpositie van de werknemer (leeftijd, opleiding, kwalificaties enzovoort);
• hoe is de financiële positie van de werkgever (kan hij een vergoeding betalen).

 

Meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten

Volgens de oude aanbeveling is de vergoeding voor een oudere werknemer afgetopt tot het bedrag dat hij verdiend zou hebben als hij tot zijn 65ste had doorgewerkt. Omdat tegenwoordig de pensioenleeftijd nogal kan verschillen, kijken kantonrechters nu bij oudere werknemers naar de leeftijd waarop zij naar verwachting met pensioen zouden zijn gegaan als ze in dienst waren gebleven.

Is het verlies aan inkomsten als gevolg van het ontslag minder dan de vergoeding volgens de kantonrechtersformule, dan wordt de vergoeding gelijk aan het bedrag van de inkomstenderving. De bijzondere omstandigheden (de C in de rekensom) blijven hierbij van belang.

 

Toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden

De kantonrechtersformule is voortaan ook van toepassing op korte dienstverbanden. Als er sprake is van een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tussentijdse mogelijkheid van opzegging, is de vergoeding in principe gelijk aan het salaris over de nog resterende periode. In alle andere gevallen wordt de vergoeding op de normale manier berekend.

 

Bron: Personeel

Vaste kostenvergoedingen; regels en voorwaarden

Bijna alle werknemers maken kosten. Wilt u deze vergoeden, dan heeft u de keuze tussen vergoeden op declaratiebasis of op basis van een vaste vergoeding.

Veel werkgevers kiezen voor het laatste, aangezien dit een hoop administratief werk scheelt. Let echter op, de Belastingdienst kijkt over uw schouder mee of u zich aan de voorwaarden houdt!

Bijna alle werknemers maken kosten. Wilt u deze vergoeden, dan heeft u de keuze tussen vergoeden op declaratiebasis of op basis van een vaste vergoeding.

Veel werkgevers kiezen voor het laatste, aangezien dit een hoop administratief werk scheelt. Let echter op, de Belastingdienst kijkt over uw schouder mee of u zich aan de voorwaarden houdt!

Kosten die een werknemer maakt in het kader van zijn dienstbetrekking (de zogenoemde ‘beroepskosten’) zijn sinds 2001 niet meer aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Daar staat tegenover dat werkgevers best veel mogelijkheden hebben om deze kosten in de loonbelasting (onbelast) te vergoeden. Hoofdregels is dat vergoedingen voor kosten die een werknemer maakt onbelast blijven als deze dienen ter bestrijding van kosten die de werknemer voor de verwerving van zijn loon maakt en deze kosten binnen de grenzen van de redelijkheid noodzakelijk zijn voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Simpel gezegd, de kosten moeten zakelijk te verantwoorden zijn. Daarnaast moeten er ook daadwerkelijk kosten zijn gemaakt, anders valt er niets te vergoeden.

Tip

Leg van tevoren de kostenvergoedingen die u aan uw werknemer wilt geven vast in het contract. Een kostenvergoeding moet naast het normale loon worden verstrekt. U kunt dus niet achteraf stellen dat van het salaris bijvoorbeeld € 200 als kostenvergoeding moet worden aangemerkt.

 

Maak keuze

U kunt kiezen om de kosten die uw werknemer maakt op declaratiebasis te vergoeden of in de vorm van een vaste vergoeding. In beide situaties moet duidelijk zijn waar de vergoeding betrekking op heeft. Verstrekt u vergoedingen op declaratiebasis, dan moet u alle bonnetjes en nota’s bewaren. Bij een vaste kostenvergoeding hoeft dat niet. Een ander voordeel van de vaste vergoeding is dat gelijkheid kan worden gecreëerd tussen al uw werknemers die een vergelijkbare functie hebben. Zij ontvangen namelijk allemaal hetzelfde bedrag voor bijvoorbeeld kosten van vakliteratuur. De term ‘vaste vergoeding’ betekent overigens niet dat de vergoeding nooit mag veranderen. U kunt bijvoorbeeld een vaste vergoeding afspreken voor een bepaald project of voor een bepaalde periode. Nadeel van een vaste vergoeding is wel dat sommige werknemers tekort worden gedaan, omdat de vaste vergoeding niet hun kostenniveau dekt.

 

Let op!

De bewijslast dat de vaste kostenvergoeding dient ter bestrijding van zakelijke kosten ligt bij u! Kunt u dit niet aantonen, dan heeft u een probleem. In het ergste geval zult u over het deel van de vergoeding waar geen kosten tegenover staan alsnog loonbelasting en premies werknemersverzekeringen moeten afdragen.

 

Vooraf specificeren

Kiest u voor het gemak van een vaste vergoeding houd dan in de gaten dat u deze alleen onbelast voor de loonheffing kunt verstrekken als er een duidelijke onderbouwing aanwezig is. Let erop dat uw onderbouwing gespecificeerd is naar:
• de aard van de kosten; en
• de veronderstelde omvang.

Een vaste kostenvergoeding hoeft niet te zijn afgestemd op de door een individuele werknemer te maken kosten. U mag deze kostenvergoeding afstemmen op de door een groep van werknemers gemiddeld te maken kosten. Deze groep kan bijvoorbeeld bestaan uit alle werknemers met dezelfde functie binnen het bedrijf. Let er wel op dat een vaste kostenvergoeding vóóraf moet zijn gespecificeerd. Doet u dit niet, dan is de vaste vergoeding geheel belast! Dit heeft de Hoge Raad begin van dit jaar nogmaals benadrukt. In een ander arrest van maart 2008 besliste de Hoge Raad overigens dat een cao waarin een specificatie van een vaste kostenvergoeding naar aard en veronderstelde omvang is opgenomen ook als een correcte onderbouwing kan gelden. Neemt u een cao als basis voor uw onderbouwing houdt u dan wel in de gaten dat u nog steeds aannemelijk moet maken dat de kostenvergoeding niet te hoog is. Met andere woorden, de bewijslast blijft bij u liggen!

 

Steekproef

Als u vaste kostenvergoedingen verstrekt, moet u er altijd rekening mee houden dat de Belastingdienst bij u kan aankloppen met het verzoek een steekproef onder uw werknemers te houden. In de praktijk betekent dit dat de inspecteur van een groep werknemers – die allemaal dezelfde vaste kostenvergoeding ontvangen – verlangt dat zij voor een bepaalde periode precies bijhouden welke kosten zij maken. Als de Belastingdienst om een steekproef vraagt, doet u er verstandig aan zowel over de omvang van de steekproef als over de eventuele gevolgen afspraken te maken. Zo wilt u natuurlijk wel weten of de steekproef ook terugwerkende kracht mag hebben.

 

Niet regelmatig terugkerende kosten

Een vaste vergoeding is bij uitstek geschikt om vaste, per periode terugkerende kosten te vergoeden, denk aan telefoonkosten, kosten van contributies, kosten voor vakliteratuur en representatiekosten. Kenmerk van vaste vergoedingen is dat deze vaak niet terug zijn te leiden naar de periode waarin de kosten zijn gemaakt. Dat hoeft ook niet, zolang het gemiddelde per maand maar overeenkomt met de hoogte van de vergoeding. Tot voor kort was het zo dat alleen variabele kosten die regelmatig terugkeerden in een vaste onkostenvergoeding konden worden opgenomen. Sinds een uitspraak van de Hoge Raad in mei 2008 is dit vereiste vervallen. Ook kosten die niet regelmatig terugkeren kunnen in een vaste kostenvergoeding worden opgenomen.

 

Ziekte

Voorwaarde is wel dat het aannemelijk is dat deze kosten zich jaarlijks tot de veronderstelde omvang zullen voordoen. Overigens kunt u voor bepaalde kostensoorten nooit een vaste vergoeding geven, bijvoorbeeld voor de zakelijke reizen met de privéauto van de werknemer. U kunt hiervoor wel gedurende het jaar een ‘vaste’ vergoeding op voorschotbasis verstrekken, maar achteraf zal er toch een eindafrekening moeten plaatsvinden (gebaseerd op € 0,19 per kilometer). Is uw werknemer ziek, dan is het standpunt van de Belastingdienst dat u de vaste vergoeding nog gedurende de maand volgende op die waarin de werknemer ziek is geworden mag doorbetalen.

 

Advies

Wilt u vaste kostenvergoedingen invoeren, maak dan vooraf afspraken met de Belastingdienst. Hiermee kunt u discussies achteraf voorkomen. Vergeet hierbij vooral niet om afspraken te maken over de indexatie van de hoogte van de vergoedingen. Dit is vooral van belang als u voor een langere periode kostenvergoedingen verstrekt.

Bron: De SalarisAdviseur >>

Vereenvoudigde regeling voor personeel aan huis?

Een particulier kan zijn huishoudelijke taken laten verrichten door een dienstverlener. Het gaat dan om huishoudelijke taken die hij anders zelf zou doen, zoals schoonmaken van de woning, wassen en strijken, koken en afwassen, oppassen op de kinderen, uitlaten van de hond, onderhouden van de tuin enz. Als hij iemand op maximaal drie dagen per week inhuurt voor huishoudelijk werk, dan geldt de regeling ‘dienstverlening aan huis’ en is hij vrijgesteld van het inhouden en afdragen van loonheffingen. Komt iemand echter op vier dagen of meer per week voor u werken, dan moet u loonheffingen inhouden en afdragen. Er geldt dan wel een vereenvoudigde regeling.

Wanneer kan een particulier de vereenvoudigde regeling voor personeel aan huis toepassen en wat houdt deze regeling in?

 

Een particulier kan zijn huishoudelijke taken laten verrichten door een dienstverlener. Het gaat dan om huishoudelijke taken die hij anders zelf zou doen, zoals schoonmaken van de woning, wassen en strijken, koken en afwassen, oppassen op de kinderen, uitlaten van de hond, onderhouden van de tuin enz. Als hij iemand op maximaal drie dagen per week inhuurt voor huishoudelijk werk, dan geldt de regeling ‘dienstverlening aan huis’ en is hij vrijgesteld van het inhouden en afdragen van loonheffingen. Komt iemand echter op vier dagen of meer per week voor u werken, dan moet u loonheffingen inhouden en afdragen. Er geldt dan wel een vereenvoudigde regeling.
Vereenvoudigde regeling
De vereenvoudigde regeling voor personeel aan huis wijkt op een aantal punten af van de voorschriften voor werkgevers van bedrijfspersoneel. Deze regeling houdt in dat als de loonadministratie niet geautomatiseerd wordt gedaan, het vereenvoudigde model van de loonstaat mag worden gebruiken. Deze is te downloaden op de website van de Belastingdienst. Bovendien hoeft er maar eenmaal per jaar aangifte te worden gedaan.

Personeel aan huis is ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Dit zijn de Werkloosheidswet (WW), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De particulier moet ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) inhouden en afdragen. Hij is bovendien verplicht de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zvw te vergoeden aan zijn personeel aan huis. Voor de vereenvoudigde regeling moet hij verder rekening houden met een aantal administratieve verplichtingen.

Zo moet hij zich aanmelden als werkgever, moet hij de identiteit van de dienstverlener vaststellen en de gegevens doorgeven aan de Belastingdienst. Bovendien moet hij een loonadministratie voeren en een loonstaat aanleggen. Daarnaast moet hij loonheffingen berekenen, inhouden en afdragen. Aan het einde van het jaar vult hij de jaaropgaaf in en verstrekt die aan het personeel.

Bron: De SalarisAdviseur >>