De kantonrechtersformule: hoe zit het precies?

Sinds 1 januari 2009 is er een nieuwe kantonrechtersformule van kracht. Aan de hand van deze formule wordt de hoogte van de ontslagvergoeding berekend.

Sinds 1 januari 2009 is er een nieuwe kantonrechtersformule van kracht. Aan de hand van deze formule wordt de hoogte van de ontslagvergoeding berekend.

 

Voor de werkgever is het belangrijk goed op de hoogte te zijn van deze formule. Het kan namelijk behoorlijk wat kosten als hij een werknemer wil ontslaan.

De formule bestaat uit drie componenten die met elkaar worden vermenigvuldigd om de hoogte van de ontslagvergoeding te berekenen.

Vergoeding = A x B x C

A is het aantal gewogen dienstjaren van de werknemer.
B is de beloning (brutomaandsalaris).
C is de correctiefactor.

 

Wat is er veranderd op 1 januari 2009?

De kantonrechtersformule is op de volgende punten aangepast:
• wegen van dienstjaren bij het bereken van een vergoeding;
• meer aandacht voor bijzondere omstandigheden;
• meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten;
• toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden.

 

Wegen van dienstjaren bij het bereken van een vergoeding

Voortaan tellen gewerkte jaren op jonge leeftijd minder zwaar mee. Gewerkte jaren op oudere leeftijd tellen nog steeds zwaarder, maar de grenzen verschuiven.
• Een half maandsalaris voor elk gewerkt jaar onder de 35 jaar.
• Eén maandsalaris voor elk gewerkt jaar tussen 35 en 45 jaar.
• Anderhalf maandsalaris voor elk gewerkt jaar tussen 45 en 55 jaar.
• Twee maandsalarissen voor elk gewerkt jaar na 55 jaar.

 

Meer aandacht voor bijzondere omstandigheden

Er is meer ruimte gekomen om te kijken naar bijzondere omstandigheden van het geval. Het zijn juist die bijzondere omstandigheden waar het vaak om gaat in de onderhandelingen tussen werknemer en werkgever en in de rechtszaal.

De werkgever kan de ontslagvergoeding verlagen door de arbeidsmarktpositie van zijn werknemers te verbeteren. Als hij aan de kantonrechter kan aantonen dat hij zijn werknemers bijvoorbeeld regelmatig training of scholing heeft aangeboden, kan de C-factor in zijn voordeel uitvallen.

 

Correctiefactor

De C in de rekensom wordt bepaald door vragen als:
• door wie komt het dat de verhoudingen zijn verstoord;
• is het disfunctioneren aan de werknemer te wijten of aan de werkgever;
• is de werknemer niet gaan re-integreren omdat hij niet wilde of omdat de werkgever onmogelijke eisen stelde;
• heeft de werknemer al een andere baan of heeft hij er een concreet uitzicht op;
• hoe is de arbeidsmarktpositie van de werknemer (leeftijd, opleiding, kwalificaties enzovoort);
• hoe is de financiële positie van de werkgever (kan hij een vergoeding betalen).

 

Meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten

Volgens de oude aanbeveling is de vergoeding voor een oudere werknemer afgetopt tot het bedrag dat hij verdiend zou hebben als hij tot zijn 65ste had doorgewerkt. Omdat tegenwoordig de pensioenleeftijd nogal kan verschillen, kijken kantonrechters nu bij oudere werknemers naar de leeftijd waarop zij naar verwachting met pensioen zouden zijn gegaan als ze in dienst waren gebleven.

Is het verlies aan inkomsten als gevolg van het ontslag minder dan de vergoeding volgens de kantonrechtersformule, dan wordt de vergoeding gelijk aan het bedrag van de inkomstenderving. De bijzondere omstandigheden (de C in de rekensom) blijven hierbij van belang.

 

Toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden

De kantonrechtersformule is voortaan ook van toepassing op korte dienstverbanden. Als er sprake is van een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tussentijdse mogelijkheid van opzegging, is de vergoeding in principe gelijk aan het salaris over de nog resterende periode. In alle andere gevallen wordt de vergoeding op de normale manier berekend.

 

Bron: Personeel

Management fee geen basis voor fictief loon

In principe wordt het fictief loon van een dga die enig werknemer is van zijn bv en waarbij de opbrengsten van de bv geheel te danken zijn aan zijn werkzaamheden, bepaald aan de hand van de opbrengsten van de bv. In een zaak voor Hof Den Haag kwam een uitzondering op deze regel aan de orde.

Een dga was enig werknemer van een bv en bezat tevens alle aandelen. Hij werkte voornamelijk voor een dochter van deze bv.

 

In principe wordt het fictief loon van een dga die enig werknemer is van zijn bv en waarbij de opbrengsten van de bv geheel te danken zijn aan zijn werkzaamheden, bepaald aan de hand van de opbrengsten van de bv. In een zaak voor Hof Den Haag kwam een uitzondering op deze regel aan de orde.


Casus

Een dga was enig werknemer van een bv en bezat tevens alle aandelen. Zijn werkzaamheden voor de bv bestonden voornamelijk uit werkzaamheden voor een dochter van deze bv.

Zijn bv ontving daarvoor een managementvergoeding van € 12.000 per jaar. De inspecteur stelde het gebruikelijk loon van de dga over 2002 vast op € 17.329. De dga vond dit te hoog en procedeerde door tot aan het hof. Net als de rechtbank benadrukte het hof dat het fictief loon in het algemeen kan worden bepaald aan de hand van het salaris dat andere werknemers met soortgelijke dienstbetrekkingen verdienen. Echter in een situatie als in deze zaak, waarin de opbrengsten van de bv (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de door de dga verrichte arbeid, is het ook mogelijk het fictief loon te berekenen op basis van de opbrengsten van de bv, verminderd met de kosten, lasten en afschrijvingen.

Maatstaf
In deze zaak bestond het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening van de bv echter voor 85% uit huuropbrengsten waarvan het beheer volledig werd uitbesteed. De dga had hier dus geen enkele bemoeienis mee. Hierdoor konden de opbrengsten van de bv geen goede maatstaf vormen voor de bepaling van de hoogte van het fictief loon van de dga, aldus het hof. Het hof zag ook geen reden om de hoogte van het fictief loon te bepalen aan de hand van de managementvergoeding verminderd met een kostenaftrek. De dga had namelijk niet inzichtelijk gemaakt op welke manier die vergoeding was bepaald. Zo was het onduidelijk of de hoogte daarvan was bepaald aan de hand van het aantal door de dga te werken uren en of het uurloon marktconform was vastgesteld. Het fictief loon werd dan ook niet lager dan € 17.329 vastgesteld.
Bron:
• Hof Den Haag, 8 juli 2008, nr. 07/00015

Vooral oudere werknemer dupe van pensioenproblemen

Vooral oudere werknemers zijn financieel de dupe van de problemen, waarin pensioenfondsen terecht zijn gekomen door de financiële crisis.

Het totale verlies voor werknemers die nu rond de 55 jaar zijn, kan oplopen tot ongeveer 30.000 euro van hun opgebouwde pensioen door maatregelen die fondsen de komende jaren moeten nemen om hun buffers op orde te krijgen.

Vooral oudere werknemers zijn financieel de dupe van de problemen, waarin pensioenfondsen terecht zijn gekomen door de financiële crisis.

 

Het totale verlies voor werknemers die nu rond de 55 jaar zijn, kan oplopen tot ongeveer 30.000 euro van hun opgebouwde pensioen door maatregelen die fondsen de komende jaren moeten nemen om hun buffers op orde te krijgen.
Dat blijkt uit een vrijdag gepubliceerd artikel van medewerkers van het Centraal Planbureau (CPB) in het economenblad ESB. De pensioenfondsen hebben hun buffers sterk zien verzwakken door de flinke koersdalingen op effectenbeurzen. Ook lagere rentestanden hebben een gat geslagen in de mate waarin de fondsen aan hun toekomstige pensioenverplichtingen kunnen voldoen.

 
(c) ANP 2009 alle rechten voorbehouden