EU stelt krediet beschikbaar voor opstarten bedrijven

De Europese Commissie stelt een bedrag 100 miljoen euro beschikbaar voor kleine ondernemers en werklozen die een eigen bedrijf willen beginnen.

De Europese Commissie stelt een bedrag 100 miljoen euro beschikbaar voor kleine ondernemers en werklozen die een eigen bedrijf willen beginnen. De Commissie doet dit in de vorm van microkredieten, zo maakte eurocommissaris Vladimir Spidla (Werkgelegenheid) gisteren in Brussel bekend.

Omdat ook de Europese Investeringsbank en andere internationale financiële instellingen meewerken, komt er in totaal naar verwachting 500 miljoen euro beschikbaar, aldus Spidla. In de huidige recessie willen we werklozen door een gemakkelijkere toegang tot kredieten kansen bieden voor het opzetten of ontwikkelen van nieuwe bedrijfsactiviteiten. Dit helpt bij het scheppen van nieuwe banen,’ aldus de eurocommissaris

Navorderingstermijn

De navorderingstermijn is vijf jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Bij belastingheffing over een bepaald tijdvak, zoals bij inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, ontstaat de belastingschuld op het tijdstip waarop het tijdvak eindigt.

De navorderingstermijn is vijf jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Bij belastingheffing over een bepaald tijdvak, zoals bij inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, ontstaat de belastingschuld op het tijdstip waarop het tijdvak eindigt. Een inkomstenbelastingschuld over het jaar 2006 ontstaat dus op 31 december 2006, zodat navordering niet meer mogelijk is vanaf 1 januari 2012.

Is uitstel tot het doen van aangifte verleend, dan wordt de navorderingstermijn met de duur van dit uitstel verlengd. Het moet daarbij gaan om uitstel op verzoek van de belastingplichtige of diens gemachtigde. Als de Belastingdienst na ommekomst van het uitstel de belastingplichtige, zonder dat deze daarom verzoekt, uit eigen hoofde nog een aanmaningstermijn van tien dagen gunt, verlengt deze aanmaningstermijn het uitstel – en daarmee de navorderingstermijn – dus niet.

Verlengde navorderingstermijn
De navorderingstermijn wordt verlengd tot twaalf jaar in ‘buitenland situaties’. De reden hiervoor is dat de Nederlandse fiscus het dan in feite ontbreekt aan toereikende controlemogelijkheden om naar het buitenland overgebrachte spaargelden en dergelijke bezittingen te achterhalen. De termijn wordt alleen verlengd indien er te weinig belasting is geheven omdat de inkomsten in het buitenland zijn opgekomen, of daar op een rekening worden gehouden.

Verliesverrekening
Bij verliesverrekening naar het verleden blijft navordering mogelijk zolang navordering mogelijk is over het jaar waaruit het als verlies verrekende bedrag mogelijk is. Anders zou de navorderingstermijn per saldo korter dan vijf jaar zijn.

Heffingskortingen
Een correctie op de aanslag van een belastingplichtige kan van belang zijn voor de uitbetaling van heffingskortingen aan de partner van die belastingplichtige. Daarom blijft de bevoegdheid tot navorderen bij die partner (ter zake van de uitbetaling van heffingskortingen) mogelijk tot acht weken na het tijdstip waarop de belastingaanslag van zijn partner, welke relevant is voor die heffingskorting, onherroepelijk is geworden

Controles privégebruik auto van de zaak

De Belastingdienst voert landelijke controles uit naar het privé- rijden in een auto van de zaak.

De Belastingdienst voert landelijke controles uit naar het privé- rijden in een auto van de zaak.

 

Bij deze controles is dit jaar al 5 miljoen euro aan naheffingen en boetes opgelegd aan automobilisten die ten onrechte privé gebruik maken van een auto van de zaak.

 

Bij de controles wordt gebruik van contra-informatie die op en rond de weg verzameld wordt. Bijvoorbeeld door de inzet van flitsauto’s.

 

Bron: De Belastingdienst >>

Tijdelijk versoepeld invorderingsbeleid ondernemers

Met het besluit van 25 mei 2009, nr CPP2009/966M heeft de Staatssecretaris van Financiën een aantal tijdelijke versoepelingen aangebracht in het bestaande invorderingsbeleid.

Met het besluit van 25 mei 2009, nr CPP2009/966M heeft de Staatssecretaris van Financiën een aantal tijdelijke versoepelingen aangebracht in het bestaande invorderingsbeleid. Deze versoepelingen zijn bedoeld voor ondernemers met tijdelijke betalingsproblemen als direct gevolg van de economische crises.

De bedoeling van de maatregelen is om bedrijfseconomisch gezonde bedrijven, die tijdelijke liquiditeitsproblemen hebben (als direct gevolg van de crises), voor een beperkte periode soelaas te bieden voor wat betreft de betaling van hun belastingschulden. De onderneming kan zich gedurende deze periode verder aanpassen aan de door de economische crisis gewijzigde omstandigheden en maatregelen treffen om de ontstane betalingsachterstand weer in te lopen.

De bedoelde tijdelijke versoepelingen betreffen:

  • het uitstel van betaling van belastingschulden;
  • de opschorting van de executiedatum bij beslaglegging bij een ondernemer.

 

In het najaar worden de tijdelijke maatregelen geëvalueerd en het besluit is op 30 mei 2009 in werking getreden.

Een korte toelichting op deze versoepelingen.

 

Uitstel van betaling belastingschulden

In de huidige regeling kan men in aanmerking komen voor uitstel van betaling van een belastingschuld indien de lopende verplichtingen worden nagekomen en men zekerheid stelt voor de volledige belastingschuld. Ondernemers die niet kunnen voldoen aan deze voorwaarden, kunnen eenmalig in aanmerking komen voor onderhavige tijdelijke maatregel.

Uitstel van betaling voor bepaalde tijd kan worden verleend door middel van een door een derde deskundige opgestelde verklaring. Deze verklaring maakt het voor de ontvanger aannemelijk dat het gaat om werkelijk bestaande betalingsproblemen die:

  • het directe gevolg zijn van de economische crises;
  • van tijdelijke aard zijn; en
  • vóór een bepaald tijdstip zullen worden opgelost.

 

Het besluit bevat een model voor een dergelijke verklaring. Aan de derde deskundige worden geen formele eisen gesteld. Dit kan bijvoorbeeld zijn de accountant, een externe adviseur, de bank, etc.

 

Deze derde deskundige is opgevoerd, omdat een besluit tot opschorting van de betalingsverplichting met betrekking tot de door een onderneming verschuldigde belastingen meerdere facetten kent en daarom zorgvuldig en op goede gronden dient te worden genomen. De Belastingdienst moet immers zoveel mogelijk een neutrale positie innemen waar het de binnen het bedrijfsleven bestaande concurrentieverhoudingen betreft. Een belangrijk uitgangspunt en voorwaarde voor toepassing van de maatregel in dat kader is dan ook de betrokkenheid van een derde deskundige. Met deze betrokkenheid is beoogd bij te dragen aan de kwaliteit van de verzoeken waaronder in het bijzonder de objectiviteit van de verstrekte informatie. Een tweede belang van de betrokkenheid van de derde deskundige is gelegen in de kwaliteit en de voortgang van de inhoudelijke behandeling van het verzoek door de Belastingdienst. Dit laatste is ook de reden dat met betrekking tot de inhoud van de verklaring die de derde deskundige moet opstellen een handreiking wordt geboden in de vorm van een voorgeschreven model. Dit is als bijlage bij het besluit gevoegd. De betrokkenheid van de derde deskundige laat overigens onverlet dat de ontvanger volledig verantwoordelijk is voor de beslissing die genomen moet worden en die in dat verband ook eisen kan stellen.

 

Opschorting executiedatum bij beslaglegging

In de huidige regeling is het zo dat de belastingdeurwaarder bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag een verkoopdatum vaststelt. Op deze datum vindt de openbare verkoop plaats tussen één en ten hoogste vier maanden na het gelegde beslag, tenzij naar het oordeel van de Ontvanger de onderneming levensvatbaar is en ook goede vooruitzichten bestaan op betaling van de achterstallige belastingschuld in de toekomst.

De tijdelijke versoepeling voorziet in een opheffing van de maximumtermijn van vier maanden en laat de duur van het uitstel tot de verkoopdatum over aan het oordeel van de ontvanger. Alle na het beslag opkomende (lopende) betalingsverplichtingen moeten dan wel stipt worden nagekomen.

 

Zoals gezegd zijn dit tijdelijke maatregelen. Ze zullen worden ingetrokken zodra de economische omstandigheden dit mogelijk maken.

 

[Drs A.T. Valkenburg, PKF Wallast Amsterdam. andorvalkenburg@accountancynieuws.nl]

De Jager: hoge belasting onnodig

Volgens staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) is het onnodig om belastingen hoog te houden. De aanpak van belastingparadijzen is succesvol, waardoor de tarieven in de inkomstenbelasting omlaag kunnen.

Volgens staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) is het onnodig om belastingen hoog te houden. De aanpak van belastingparadijzen is succesvol, waardoor de tarieven in de inkomstenbelasting omlaag kunnen.

 

In een interview met het AD legt De Jager uit dat de strijd tegen belastingparadijzen zijn vruchten afwerpt en dat zwart geld steeds meer boven water komt. Volgens de CDA-bewindsman moet een volgend kabinet zich over een mogelijke tariefsverlaging in de inkomstenbelasting buigen. ‘Met de aanpak van de belastingparadijzen maken we het ook mogelijk dat de tarieven omlaag gaan. Het zou het meest logisch zijn om dit dan in de sfeer van de inkomstenbelasting te zoeken.’

 

Inkeerregeling

De staatssecretaris wil nog niet zeggen over de omvang van de mogelijke verlaging. Dit is volgens hem weer afhankelijk van de hoeveelheid geld die extra binnenkomt door de zogeheten inkeerregeling, de regeling die ervoor zorgt dat mensen met zwart geld in het buitenland zich tijdelijk bij de fiscus kunnen melden zonder beboet te worden voor de belastingontduiking. Tot nu toe zou er met de inkeerregeling 187 miljoen euro zijn opgehaald, aldus het AD. Dat bedrag kan oplopen als meer belastingparadijzen hun bankgeheim opheffen.

 

Bron: AD