Belangrijkste wetswijzigingen per 1 juli / 3 juli 2009

Op 1 juli 2009 zijn enkele belangrijke wetswijzigingen in werking getreden

Op 1 juli 2009 zijn enkele belangrijke wetswijzigingen in werking getreden.

1. Fiscaal stimuleringspakket

Het kabinet heeft een fiscaal stimuleringspakket doorgevoerd, om de gevolgen van de economische crisis te beperken. Deze nieuwe regels gelden per 1 juli, waarvan enkele met terugwerkende kracht. Voor ondernemers zijn de volgende maatregelen van belang:

2. Tijdelijke versoepeling invorderingsbeleid belastingen

Er zijn twee nieuwe maatregelen om ondernemers tegemoet te komen, die hun betalingsverplichtingen aan de Belastingdienst niet kunnen voldoen. Zij kunnen onder voorwaarden uitstel krijgen van betaling. Ook zal de Belastingdienst soepeler omgaan met de uiterste executiedatum bij beslag en verkoop van bezittingen van ondernemers. De maatregelen zijn op 30 mei 2009 ingegaan(zie: Tijdelijke versoepeling invorderingsbeleid bij ondernemers).

Uitstel van betaling

Een ondernemer die zijn belastingaanslag niet kan betalen, kan uitstel van betaling krijgen als:

  • dit het directe gevolg is van de economische crisis;
  • de betalingsproblemen tijdelijk zijn;
  • er een tijdstip bepaald kan worden waarop de betalingsproblemen opgelost zijn.

Ondernemers komen in aanmerking voor de regeling als zij een verklaring van een deskundige kunnen overleggen, waarin staat dat aan de gestelde eisen is voldaan.

Opschorten executiedatum bij beslag

Als een ondernemer zijn belastingschulden niet meer kan betalen, dan legt de belastingdeurwaarder in het uiterste geval beslag op zijn bezittingen en wordt de datum van openbare verkoop vastgesteld. De ondernemer krijgt hooguit 4 maanden om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Deze maximumtermijn wordt tijdelijk verruimd. Voorwaarde is dat het bedrijf levensvatbaar is en er een goed vooruitzicht is op betaling van de achterstallige belastingen in de nabije toekomst.

3. Vereenvoudiging inkomensschatting voor ondernemers

Ondernemers kunnen de schatting van hun inkomsten voor de zorgverzekeringswet en inkomensheffing voortaan digitaal doorgeven. De schatting van de inkomsten over 2009 moet, op papier, voor 1 augustus 2009 plaatsvinden. Het kan ook digitaal via het programma ‘Voorlopige aanslag 2009’. Hiermee is ook direct zichtbaar of en hoeveel de ondernemer moet betalen(zie: Verduidelijking schattingen IB/VpB 2009). Voor digitale schattingen 2009 is de uiterste inlevertermijn 31 augustus 2009.

4. Versoepeling terugwenteling verliezen

Ondernemers mogen hun fiscaal verlies over 2008 sneller terugwentelen. Hiermee wil het kabinet de liquiditeitspositie van ondernemers verbeteren. Ondernemers kunnen verlies over 2008 met de winst van 2005, 2006 of 2007 verrekenen. De Belastingdienst mag een verlies voorlopig terugwentelen vóórdat de aangifte over 2008 is gedaan. De ondernemer moet dan aannemelijk maken dat er sprake is van fiscaal verlies. Bijvoorbeeld door een voorlopige jaarrekening te overleggen.
­
Ook mag de Belastingdienst een voorschot op de voorlopige verliesverrekening geven als er slechts een voorlopige aanslag is opgelegd over het kalenderjaar waarnaar wordt teruggewenteld. De versoepelingen geldt ook voor vpb-belastingplichtigen. Een vpb-verlies mag echter slechts 1 jaar worden teruggewenteld en niet 3 jaar zoals bij de ib-ondernemer. Het besluit gaat met terugwerkende kracht in op 8 april 2009 en vervalt op 1 juli 2010(zie: Snellere terugwenteling verlies 2008 van start).

5. Versoepelingen technische eisen bestelauto’s

De technische inrichtingseisen voor bestelauto’s zijn versoepeld. Het gaat om eisen aan de vaste wand tussen de bestuurderscabine en de laadruimte. Voor de aanschafbelasting op auto’s (BPM) gelden strenge eisen voor het onderscheid tussen personen- en bestelauto’s. De BPM wordt opgelegd bij de eerste ingebruikname van een auto, of bij invoer uit het buitenland. De vraag of er sprake is van een bestel- of personenauto, is van invloed op de vrijstelling BPM voor ondernemers en de willekeurige afschrijving. De eisen aan de vaste wand tussen de bestuurderscabine en laadruimte zijn minder strikt geworden. Hierdoor kunnen fabrikanten en importeurs een bestelauto eenvoudiger aanpassen aan de Nederlandse fiscale bepalingen(zie verder: De Jager wil regeling voor bestelauto’s versoepelen).
­
Het belang van een strenge naleving van de eisen bleek recent weer, toen een ondernemer ter vereenvoudiging van zijn bedrijfsvoering het tussenschot enigszins had aangepast. Een naheffing BPM en een boete (samen € 12.000) hangen hem boven het hoofd(zie: Bestelauto wordt auto door kliksysteem: naheffing bpm)[Nieuwsarchief].

6. Afschaffing bijzondere eisen aan elektronische facturen

Er gelden geen specifieke verplichtingen meer bij het versturen van elektronische facturen(zie: Beleidsbesluit e-factureren)[Nieuwsarchief]. Ook melding bij de Belastingdienst is niet langer nodig. Ondernemers mogen hun facturen daardoor nu bijvoorbeeld als PDF-document versturen via e-mail. Ondernemers kunnen zelf bepalen op welke manier ze hun elektronische facturen beveiligen. Bijvoorbeeld door een beveiligde PDF te gebruiken.
­
Om elektronisch factureren te vergemakkelijken, is de website www.ViaMijnBank.nl gelanceerd. Klanten van ABN AMRO, ING en Rabobank kunnen hun rekeningen voortaan online ontvangen en betalen in hun eigen beveiligde omgeving via internetbankieren(zie: Bankklant kan nota’s nu digitaal krijgen)[Nieuwsarchief].

7. Btw-gevolgen bij bodembeslag

Het beleid over de omzetbelastinggevolgen van de levering van goederen die vallen onder het ‘bodembeslag’ is ingetrokken. Daardoor is de belastingschuldige van wie de belastingdeurwaarder executoriaal roerende zaken verkoopt, geen omzetbelasting verschuldigd voor de levering van bodembeslaggoederen. 

8. Strengere regels voor betaalde telefoondiensten

Ondernemers die een 0900-, 0906-, 0909-, of 18-nummer gebruiken, moeten zich vanaf 1 juli verplicht aansluiten bij de Geschillencommissie Informatiedienstaanbieders. Consumenten kunnen hier terecht bij conflicten met een nummergebruiker. Een consument met een klacht, hoeft de kosten van de rekening waarover de klacht gaat niet te betalen tot het conflict is opgelost(zie: Beschermingsmaatregelen consumenten voor informatienummers).
­
Verder kan de abonnee vanaf 1 juli 2009 een stilzwijgend verlengd abonnement na de eerste contractsperiode (meestal 1 tot 2 jaar) op elk moment opzeggen met een opzegtermijn van een maand(zie: Telecomcontracten vanaf 1 juli makkelijker op te zeggen).

9. Aangepaste Algemene wet bestuursrecht

Voortaan kan de Belastingdienst ook een bestuurlijke boete opleggen aan de belastingadviseur als ‘medepleger’ bij een onjuiste aangifte. De aangepaste Algemene wet bestuursrecht is namelijk per 1 juli 2009 in werking getreden(zie: Belastingadviseur voortaan ‘medepleger’ bij onjuiste aangifte).

10. Communautaire wetgeving

Op 1 juli 2009 wordt een groot aantal wijzigingen in de communautaire wetgeving van toepassing. In Nederland worden zij over het algemeen per 31 januari 2010 ingevoerd(zie: Groot aantal wijzigingen eCustoms op komst).

Overige nieuwe wetgeving per 1 juli:

[ Bron: Kamer van Koophandel/Redactie Plein+ ]

Nieuwe btw-correcties auto van de zaak

Heeft u aan uw personeel auto’s ter beschikking gesteld die ook voor privé worden gebruikt, dan moet u de btw die u in eerste instantie geheel in aftrek heeft gebracht corrigeren.

Heeft u aan uw personeel auto’s ter beschikking gesteld die ook voor privé worden gebruikt, dan moet u de btw die u in eerste instantie geheel in aftrek heeft gebracht corrigeren.

 

Let echter op, deze btw-correctie is onlangs gewijzigd. Dat is het gevolg van een recent besluit van de staatssecretaris.

U heeft als werkgever alleen recht op btw-aftrek als er sprake is van ondernemerskosten. Dit betekent dat de btw die aan het privégebruik van de auto van uw werknemer kan worden toegerekend niet aftrekbaar is. Hoe bepaalt u nu dat privégebruik? U kunt uw werknemers vragen het privégebruik door middel van een rittenadministratie bij te houden. De aan het privégebruik toe te rekenen btw is dan niet aftrekbaar. De rechter heeft echter bepaald dat een werkgever het bijhouden van een rittenadministratie niet kan afdwingen.

In veel gevallen zal een rittenadministratie dus niet voorhanden zijn. Om dit probleem op te lossen mag een werkgever voor de btw-correctie gebruikmaken van de regeling zoals die geldt voor ondernemers, de zogenoemde forfaitaire regeling.

Forfaitaire regeling

Deze regeling houdt in dat u de btw op kosten van aanschaf, gebruik en onderhoud van de auto in eerste instantie volledig in aftrek brengt. Vervolgens maakt u in de laatste btw-aangifte van het boekjaar een correctie voor privégebruik van uw werknemer. Onlangs maakte de staatssecretaris bekend dat de btw-correctie met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 12% bedraagt van de correctie in de inkomsten- en loonbelasting. Kortom, voor de btw-correctie wordt volledig aangesloten bij de inkomsten- en loonbelasting.

Dit was tot voor kort anders. Tot 1 januari 2008 was het zo dat een werkgever voor een werknemer die minder dan 500 km privé reed geen bijtelling in de loonbelasting in aanmerking hoefde te nemen, maar nog wel een btw-correctie moest berekenen (12% x 10% x cataloguswaarde).

 

Woon-werkverkeer

Het verschil zat in een andere kwalificatie van privégebruik. Voor de btw werden namelijk woon-werkkilometers wél als privé aangemerkt, terwijl dit voor de inkomsten- en loonbelasting niet het geval was. Dit verschil is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 opgeheven. De goedkeuring van de staatssecretaris zorgt voor een aanzienlijke vereenvoudiging, omdat de werkgever nu geheel kan uitgaan van de bijtelling in de loonbelasting.

Ook is hiermee een ander verschil opgeheven, namelijk het verschil tussen ambulante en niet-ambulante werknemers. Vóór 2008 gold voor ambulante werknemers die meer dan 500 km privé reden voor de btw een correctie van 12% x 22% x cataloguswaarde. Nu is dat 12% x 25% x cataloguswaarde.

 

Let op!

Tot 1 januari 2008 gold woon-werkverkeer voor de btw als privé, terwijl dit voor de inkomsten- en loonbelasting niet zo was. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 is dit verschil opgeheven.

 

Percentages

Door de goedkeuring van de staatssecretaris kan de werkgever voor de btw-correctie dezelfde percentages hanteren die gelden voor de inkomsten- en loonbelasting. Dit betekent dus dat een werkgever in principe 12% x 25% x cataloguswaarde auto moet corrigeren. Wordt er in een (semi)zuinige auto gereden, dan kan de werkgever uitgaan van 12% x 20% of 12% x 14%.

 

De btw-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak bedraagt:

  • 12% x 14% x cataloguswaarde auto ingeval er in een zeer zuinige auto wordt gereden en het aantal privékilometers meer dan vijfhonderd bedraagt;
  • 12% x 20% x cataloguswaarde auto ingeval er in een semizuinige auto wordt gereden en het aantal privékilometers meer dan vijfhonderd bedraagt;
  • 12% x 25% x catalogusprijs ingeval er sprake is van ambulant personeel en het aantal privékilometers meer dan vijfhonderd bedraagt. Tot 1 januari 2008 gold voor deze situatie nog een btw-correctie van 12% x 22% x catalogusprijs;
  • 12% x € 300 per bestelauto per werknemer per jaar ingeval de bestelauto doorlopend afwisselend wordt gebruikt door twee of meer werknemers (en waarvoor in de loonbelasting de eindheffing van € 300 per bestelauto geldt);
  • nihil voor werknemers die de auto minder dan vijfhonderd kilometer privé gebruiken. Tot 1 januari 2008 gold voor deze situatie nog een btw-correctie van 12% x 10% x cataloguswaarde auto;
  • nihil voor werknemers die in een bestelauto rijden die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer of in een bestelauto die niet buiten werktijd mag worden gebruikt;
  • 12% x 25% x cataloguswaarde auto in alle overige situaties.

Voorbeeld

Stel een werknemer rijdt voor zijn woon-werkverkeer in een auto van de zaak. Hij rijdt jaarlijks minder dan vijfhonderd kilometer privé, waardoor er voor de loonbelasting geen bijtelling voor het privégebruik geldt. Tot 1 januari 2008 moest de werkgever nog wel een btw-correctie toepassen van 12% x 10% x catalogusprijs auto.

Vanaf 1 januari 2008 hoeft dit niet meer.

 

Eigen bijdrage

Stel u ontvangt van uw werknemer een eigen bijdrage voor het privégebruik. Over deze vergoeding bent u btw verschuldigd. De btw die u verschuldigd bent bij toepassing van de bijtelling voor privégebruik kunt u verminderen met de btw die u moet voldoen over de vergoeding die u van uw werknemer heeft ontvangen.

Stel u heeft van uw werknemer een bedrag van € 3000 ontvangen voor het privégebruik van de auto van de zaak. De in dat bedrag begrepen btw (19/119 x 3000 = € 479) heeft u op aangifte voldaan. De auto heeft een cataloguswaarde van € 25.000. Het gaat om een zuinige auto zodat de btw-correctie in eerste instantie 12% x 20% x € 25.000 = € 600 bedraagt.

Dat bedrag mag u vervolgens verminderen met de al voldane € 479. Per saldo geeft u dus in het laatste tijdvak van het jaar een bedrag van € 121 aan.

 

Advies

Het besluit van de staatssecretaris over de btw-correctie heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2008. Werkgevers die een te hoge correctie hebben toegepast kunnen bezwaar maken tegen de eigen aangifte of – als de termijn is verstreken is – amtbshalve teruggaaf claimen.

Dat geldt voor niet-ambulante werknemers zonder bijtelling in de loonbelasting. Tot 2008 gold voor hen een correctie van 12% x 10% x cataloguswaarde, maar vanaf 2008 is geen correctie meer nodig.

Dat geldt ook voor werknemers die in een zuinige auto rijden en waarvoor vanaf 2008 een correctie van 14% of 20% (in plaats van 25%) mag worden toegepast.

 

Bron: De SalarisAdviseur >>

Voorwaarden voor stamrechtvrijstelling bij ontslag zijn strikt

De voorwaarden voor de stamrechtvrijstelling bij ontslag zijn erg strikt. Zo is het essentieel dat de voormalige werknemer op het moment van toepassing van de vrijstelling de ontslaguitkering in fiscale zin (nog) niet heeft genoten.

Bij het voortijdig eindigen van een dienstverband worden werknemers dikwijls financieel gecompenseerd door middel van een ‘gouden handdruk’. Om de belastingheffing over de gouden handdruk uit te stellen, kan de uitkering periodiek (een zogenoemd stamrecht) in plaats van eenmalig aan de werknemer worden toegekend. Indien het stamrecht voldoet aan de wettelijke voorwaarden, kan de betaling van de koopsom plaatsvinden zonder inhouding van loonheffing (stamrechtvrijstelling) en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. De periodieke uitkeringen zijn vervolgens belast op het moment dat deze worden uitgekeerd. De voorwaarden voor de stamrechtvrijstelling bij ontslag zijn erg strikt. Zo is het essentieel dat de voormalige werknemer op het moment van toepassing van de vrijstelling de ontslaguitkering in fiscale zin (nog) niet heeft genoten. Illustratief hierbij is een uitspraak van Rechtbank Den Haag.

 

Volledig bericht

Bij het voortijdig eindigen van een dienstverband worden werknemers dikwijls financieel gecompenseerd door de werkgever door middel van een ‘gouden handdruk’. Indien het een eenmalige uitkering betreft, is deze belast voor de loonbelasting tegen het tarief voor bijzondere beloningen en is hierover premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet verschuldigd. De gouden handdruk is vrijgesteld voor de premieheffing werknemersverzekeringen, omdat het loon uit vroegere dienstbetrekking is.

Om de belastingheffing over de gouden handdruk naar de toekomst te verschuiven, kan de uitkering in plaats van eenmalig ook periodiek aan de werknemer worden toegekend (een zogenoemd stamrecht). Indien het stamrecht voldoet aan de wettelijke voorwaarden, kan de betaling van de koopsom plaatsvinden zonder inhouding van loonheffing en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet en worden de periodieke uitkeringen belast op het moment dat deze worden uitgekeerd. Eén van deze voorwaarden is dat het stamrecht in fiscale zin (nog) niet is genoten. In fiscale zin is sprake van ‘genieten’ als een inkomensbestanddeel is betaald of verrekend, ter beschikking wordt gesteld, rentedragend wordt of vorderbaar en inbaar is geworden. Deze voorwaarde is heel strikt. Illustratief hierbij is een uitspraak van Rechtbank Den Haag. De zaak was verkort weergegeven als volgt.
 
Een man was werkzaam bij twee werkgevers. Door tussenkomst van de rechter werden de arbeidsovereenkomsten in februari 2004 ontbonden. Op een rechtszitting in maart 2004 kwamen partijen een ontslagvergoeding overeen van € 55.000. De man had al in maart 2003 een bv opgericht waarvan hij alle aandelen hield en enig bestuurder was. De bv was bedoeld om als een stamrecht-bv te fungeren. De ontslagvergoeding werd in april 2004 overgemaakt op de derdengeldenrekening van een notariskantoor. Op 4 mei 2004 maakte het notariskantoor € 55.000 over op de bankrekening van de bv onder vermelding van: “inzake stamrechtuitkering”. Op 10 mei 2004 en 15 juni 2004 maakte de bv een bedrag van ruim € 55.000 over op de bankrekeningen van de man en zijn echtgenote. Na deze overboekingen bleef nog een klein bedrag over op de bankrekening van de bv. Op 24 juni 2004 werd de stamrechtovereenkomst tussen de bv en de man getekend.
 
De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de man al vóór de totstandkoming van het stamrecht over de ontslagvergoeding had beschikt zodat de stamrechtvrijstelling daarop niet van toepassing was. Hij legde daarop de bv een naheffingsaanslag loonheffing op van € 23.100, vermeerderd met € 5.775 aan boete en € 1.968 aan heffingsrente. De man stelde dat de stamrechtvrijstelling wel van toepassing was. De zaak kwam voor Rechtbank Den Haag.
 
De rechtbank liep de wettelijke voorwaarden na voor de stamrechtvrijstelling. Uit de wettekst volgde dat de stamrechtvrijstelling alleen van toepassing kan zijn als het bedrag van de ontslagvergoeding in fiscale zin nog niet is genoten. De rechtbank gaf verder aan dat bij een juiste verdeling van de bewijslast de bv aannemelijk moest maken dat aan alle voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling was voldaan. De rechtbank was echter van oordeel dat de bv niet in haar bewijslast was geslaagd. Vanwege de twee overboekingen van de bv op 10 mei 2004 en 15 juni 2004 had de man namelijk al over de ontslagvergoeding beschikt. Daarmee had de man deze inkomsten al in fiscale zin genoten.
 
De bv stelde nog dat de stamrechtovereenkomst al in 2003 mondeling was overeengekomen. De rechtbank achtte dat niet aannemelijk. Pas op 25 maart 2004 was namelijk overeenstemming bereikt over de ontslagvergoeding. Tot die datum was het nog onzeker of een ontslagvergoeding zou worden toegekend. Daarom vond de rechtbank het aannemelijk dat de stamrechtovereenkomst niet eerder dan op 24 juni 2004 tot stand is gekomen. Nu de man al vóór die datum over de ontslagvergoeding had beschikt, kon de stamrechtvrijstelling niet van toepassing zijn.

De rechtbank verklaarde het beroep van de bv ongegrond, maar verminderde de opgelegde boete met 5%, omdat behandeling van de procedure niet binnen de redelijke termijn van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens was geschied.
 
Bron: Rechtbank Den Haag, 3-6-2009, nr. 07/9429 (gepubliceerd 19-6-2009).

Eerste Kamer akkoord met wetsvoorstel fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen

De Eerste Kamer heeft op 30 juni 2009 het wetsvoorstel fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen zonder stemming aangenomen.

De Eerste Kamer heeft op 30 juni 2009 het wetsvoorstel fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen zonder stemming aangenomen. Over de diverse stimuleringsmaatregelen uit dit wetsvoorstel hebben we enige malen eerder bericht. Deze betreffen: (per 1 januari 2009) een verlaging van het mkb-tarief in de tweede schijf van de vennootschapsbelasting naar 20 procent voor de jaren 2009 en 2010; een verruiming van de faciliteiten voor speur- en ontwikkelingswerk; (per 7 april 2009) een versoepeling in de verliesverrekening (carry back) over het jaar 2008; (per 1 juni 2009) het toepassen van de energie-investeringsaftrek voor energiebesparing in huurwoningen; (per 1 juli 2009) een verlaging van de tarieven van de vliegbelasting naar nul; de toepassing van het 6% btw-tarief voor isolatiewerkzaamheden aan daken, muren en vloeren van woningen ouder dan 2 jaar; een btw-afdracht per kwartaal in plaats van per maand; (per 2 juli 2009) een verhoging van de vergrijpboete op het niet aangeven van box 3 inkomen tot maximaal 300 procent; (per 1 januari 2010) een verhoging van de eerste schijf in de energiebelasting op aardgas met 0,19 eurocent; het beperken van de inkeerregeling voor zwartspaarders tot twee jaar na aangifte. De overige maatregelen betreffen de vervanging van het zogenoemde g-rekeningenstelsel door een wettelijk depotstelsel. Deze maatregel is met name van belang voor aannemers van werk, inleners van personeel en opdrachtgevers in de confectiesector.

 

Volledig bericht

De Eerste Kamer heeft op 30 juni 2009 het wetsvoorstel fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen zonder stemming aangenomen. Over de diverse stimuleringsmaatregelen uit dit wetsvoorstel hebben we onder meer op 8 juni 2009, 5 mei 2009, 15 april 2009, 7 april 2009 en 7 december 2007 eerder bericht.

Deze betreffen: 
(per 1 januari 2009) een verlaging van het mkb-tarief in de tweede schijf van de vennootschapsbelasting naar 20 procent voor de jaren 2009 en 2010; een verruiming van de faciliteiten voor speur- en ontwikkelingswerk;
– (per 7 april 2009) een versoepeling in de verliesverrekening (carry back) over het jaar 2008;
– (per 1 juni 2009) het toepassen van de energie-investeringsaftrek voor energiebesparing in huurwoningen;
– (per 1 juli 2009) een verlaging van de tarieven van de vliegbelasting naar nul; de toepassing van het 6% btw-tarief voor isolatiewerkzaamheden aan daken, muren en vloeren van woningen ouder dan 2 jaar; een btw-afdracht per kwartaal in plaats van per maand;
– (per 2 juli 2009) een verhoging van de vergrijpboete op het niet aangeven van box 3 inkomen tot maximaal 300 procent;
– (per 1 januari 2010) een verhoging van de eerste schijf in de energiebelasting op aardgas met 0,19 eurocent; het beperken van de inkeerregeling voor zwartspaarders tot twee jaar na aangifte.

De overige maatregelen betreffen de invoering van de mogelijkheid om rechtstreekse stortingen op een zogenoemde vrijwaringsrekening van de Belastingdienst te doen, waarbij de hoofdelijke aansprakelijkheid die in bepaalde gevallen voor belastingschulden van anderen bestaat, te beperken. Het zogenoemde g-rekeningenstelsel wordt met deze wijziging vervangen door een wettelijk depotstelsel. Deze maatregel is met name van belang voor aannemers van werk, inleners van personeel en opdrachtgevers in de confectiesector.
 
Bron: Handelingen Eerste Kamer, 30-6-2009, 31301

Nederland gaat voor elektrische auto

Het kabinet trekt tot 2011 65 miljoen euro uit om juist in Nederland de marktdoorbraak te bereiken van met stroom aangedreven auto’s.

Het kabinet trekt tot 2011 65 miljoen euro uit om juist in Nederland de marktdoorbraak te bereiken van met stroom aangedreven auto’s. De ministers Eurlings van Verkeer en Cramer van Milieu hopen dat er in 2025 ruim een miljoen van deze schone, zuinige en stille wagens in Nederland zullen rondrijden.
Vrijdag buigt de ministerraad zich over dit voorstel. Volgens Eurlings lokt de subsidie van 65 miljoen euro zo`n half miljard aan nieuwe investeringen uit. De subsidie zal besteed worden aan de ontwikkeling van batterijen en auto`s, de aanschaf van een vloot stroomauto`s door het rijk en aan de infrastructuur van mogelijk 10.000 laadpunten.
Voor de industrie is Nederland als proeftuin interessant vanwege het solide elektriciteitsnet. De relatief korte afstanden tussen steden maken de overstap op elektrische auto`s ook gemakkelijker. De batterijen hebben nu namelijk nog een beperkte actieradius.

Bron : De Telegraaf