Belastingdienst vraagt om jaarloongegevens

Vanaf 31 maart heeft de Belastingdienst een aantal inhoudingsplichtigen een uitnodigingsbrief gestuurd om hun jaarloongegevens van 2008 aan te leveren.

Vanaf 31 maart heeft de Belastingdienst een aantal inhoudingsplichtigen een uitnodigingsbrief gestuurd om hun jaarloongegevens van 2008 aan te leveren.

 

De inhoudingsplichtigen kunnen deze gegevens aanleveren tot en met 9 mei.
Bij het verwerken van de werknemersgegevens uit de aangifte loonheffingen voor de polisadministratie van UWV is in 2008 een aantal knelpunten opgetreden. Hierdoor beschikt de Belastingdienst niet in alle gevallen over correcte jaarloongegevens om de heffingsprocessen en toeslagenprocessen uit te voeren.
Daarom vraagt zij de inhoudingsplichtigen bij wie dat is vastgesteld, per brief om de jaarloongegevens aan te leveren.
Bron en meer informatie: De Belastingdienst

Per 1 april ‘Tijdelijke regeling deeltijd-WW’

De tijdelijke regeling deeltijd-WW tot behoud van vakkrachten treedt per 4 april 2009, met terugwerkende kracht tot en met 1 april 2009, in werking.

De tijdelijke regeling deeltijd-WW tot behoud van vakkrachten treedt per 4 april 2009, met terugwerkende kracht tot en met 1 april 2009, in werking.

 

Sommige bedrijven hebben in onzekere tijden de behoefte aan een mogelijkheid om werknemers voor wie economisch onvoldoende werk is, te kunnen behouden voor het bedrijf. Daartoe is naast al bestaande mogelijkheden om het aantal contracturen te verminderen een nieuwe mogelijkheid voor deeltijd WW worden gecreëerd.
Per 1 april 2009 wordt de  regeling voor deeltijd-WW geïntroduceerd om vakkrachten te behouden voor bedrijven die voldoende gezond zijn om, ondanks een tekort aan orders en omzet, door de crisis heen te komen.
Bron: Ministerie van SZW

Badwill alleen in aanmerking te nemen bij aannemelijke onderrentabiliteit

Rechtbank Breda heeft onlangs geoordeeld dat een bv geen passiefpost badwill in aanmerking mocht nemen nadat de bv diverse activa uit een faillissementsboedel had gekocht. De bv had niet aannemelijk gemaakt dat in verband met onderrentabiliteit minder voor de activa was betaald dan de intrinsieke waarde daarvan.

 

Volledig bericht

Als er een verschil bestaat tussen de aankoopprijs van een onderneming (activa en passiva) en de hogere intrinsieke waarde en dat zijn oorzaak vindt in onderrentabiliteit (te verwachten verliezen en lasten), is in beginsel sprake van badwill. De badwill zou op de fiscale balans op verschillende manieren kunnen worden verwerkt: hetzij door het opnemen van een passiefpost die in enkele jaren ten gunste van het resultaat vrijvalt, hetzij door de badwill evenredig af te boeken op daarvoor in aanmerking komende (veelal slijtende) activa. Over de wijze waarop badwill tot uitdrukking moet worden gebracht, zijn de meningen in de literatuur verdeeld. Het fiscale belang bij de keuze voor het passiveren van badwill kan onder meer zijn gelegen in het ‘naar voren halen van winsten’ door de vrijval van badwill – voor zover de (door de passivering) hoger gewaardeerde activa een langere afschrijvingstermijn hebben dan de termijn waarin de badwill ten gunste van de fiscale winst wordt gebracht – hetgeen weer van belang kan zijn voor de verliesverrekening.
 
Rechtbank Breda heeft onlangs een uitspraak gedaan over de vraag of een bv een passiefpost badwill in aanmerking mocht nemen nadat de bv in 2003 diverse activa (inventaris en voorraden) uit een faillissementsboedel van een andere bv had gekocht. De bv had de activa gekocht voor een prijs van € 75.000, maar stelde dat de werkelijke waarde daarvan € 498.557 was. Voor het verschil van beide bedragen (€ 423.557) wilde de bv op de fiscale balans van 31 december 2003 een passiefpost badwill in aanmerking nemen. De inspecteur ging daarmee niet akkoord.
 
De rechtbank was van oordeel dat de bv er niet in was geslaagd aannemelijk te maken dat de bv minder dan de intrinsieke waarde voor de activa had betaald in verband met onderrentabiliteit. De rechtbank vond het daarbij van belang dat de curator van de gefailleerde bv had verklaard dat geen korting was gegeven voor onderrentabiliteit en dat daarover geheel niet was gesproken.
 
De bv overlegde nog een fax van een taxateur waarin stond aangegeven dat de overgenomen inventaris een waarde had van € 285.000 en de overgenomen voorraad een waarde van € 250.000. De taxatie was gedaan in opdracht van een verzekeringsmaatschappij. De rechtbank vond de taxatie wegens gebrek aan detaillering en informatie over de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten niet van doorslaggevend belang voor de waardering van de activa. Verder merkte de rechtbank nog op dat -ook al zouden de activa de door de bv bepleite intrinsieke waarde hebben- dan stond daarmee nog niet vast dat onderrentabiliteit de reden was om hiervoor minder te betalen.
 
Opmerking
In de fiscale vakliteratuur bestaan diverse omschrijvingen van badwill. Een secure omschrijving van het begrip ‘echte badwill’ is als volgt. Echte badwill is het verschil tussen de aankoopprijs en de hogere intrinsieke waarde van (een deel van) een onderneming dat wordt veroorzaakt door de in de toekomst te verwachten onderrentabiliteit, voor zover dit verschil:

  1. niet kan worden beschouwd als een correctie op de waarde van specifieke vermogensbestanddelen;
  2. niet kan worden beschouwd als een ‘vergoeding’ voor op korte termijn te maken reorganisatiekosten en
  3. niet kan worden toegerekend aan slechts een specifiek activum.

Bron: Rechtbank Breda, 28-1-2009, nr. 07/4163 (gepubliceerd 19-3-2009).

Fiscus stort €40,5 miljoen terug op foute rekeningen

De fiscus heeft afgelopen twee jaar voor 40,5 miljoen euro belastinggeld naar verkeerde particulieren overgeboekt. De fout blijkt mogelijk, omdat de Belastingdienst niet altijd vooraf controleert of een terugbetaling wel bij de goede persoon of rekeningnummer past.

AMSTERDAM –  De fiscus heeft afgelopen twee jaar voor 40,5 miljoen euro belastinggeld naar verkeerde particulieren overgeboekt. De fout blijkt mogelijk, omdat de Belastingdienst niet altijd vooraf controleert of een terugbetaling wel bij de goede persoon of rekeningnummer past. Vorig jaar kregen 19.000 belastingbetalers ten onrechte geld terug, het jaar ervoor 25.000.
 Het bedrag van 40,5 miljoen euro was door een interne fout aanvankelijk vastgesteld op slechts 8,1 miljoen euro.

De terugbetalingen door de fiscus gaan relatief vaak fout als mensen geen rekeningnummer voor de terugstorting opgeven. De Belastingdienst gebruikt dan als service de laatst bekende rekening. Dat kan het verkeerde zijn. Belastingbetalers die er totaal niet op rekenen, krijgen dan een tijdelijke meevaller.

Want als de fiscus het geld op een rekeningnummer stort dat niet door de belastingbetaler is opgegeven, dan moet de dienst de juiste particulier of ondernemer alsnog uitbetalen op het goede nummer én het geld van het foute adres terughalen. „Dat doen we natuurlijk”, aldus de zegsman.

Btw uit het buitenland terugvragen eenvoudiger voor ondernemers

Voor veel ondernemers wordt het makkelijker om btw terug te vragen die in rekening is gebracht in een andere Europese lidstaat. Vanaf 1 januari 2010 kunnen zij deze btw terugvragen via de Nederlandse Belastingdienst.

Voor veel ondernemers wordt het makkelijker om btw terug te vragen die in rekening is gebracht in een andere Europese lidstaat. Vanaf 1 januari 2010 kunnen zij deze btw terugvragen via de Nederlandse Belastingdienst. Ook hoeven ondernemers die grensoverschrijdende diensten aan andere ondernemers verrichten doorgaans geen btw meer te factureren. Btw-fraude wordt aan de hand van nieuwe regels scherper aangepakt.

Op voorstel van staatssecretaris De Jager van Financiën heeft de ministerraad ingestemd met een wijziging van de Wet op de omzetbelasting. Hierdoor hoeven ondernemers voor het doen van een verzoek om teruggaaf vanaf 1 januari 2010 niet meer in contact te treden met buitenlandse belastingdiensten en wordt er sneller uitbetaald. Buitenlandse belastingdiensten moeten rente vergoeden als ze de gestelde termijn niet halen.

 

Vanaf 2010 wordt de omzetbelasting veelal geheven op de plaats waar de afnemende ondernemer is gevestigd. Hierdoor hoeft er doorgaans geen buitenlandse btw op de factuur in rekening gebracht te worden. Deze ondernemers dienen periodiek een overzicht bij de Belastingdienst in van diensten die zij hebben verricht aan buitenlandse ondernemers. Zij kunnen er zelf voor kiezen dit maandelijks of eenmaal per kwartaal te doen. Ondernemers die meer dan € 100.000 per kwartaal aan goederen aan andere lidstaten leveren, moeten per maand een opgave verstrekken. Hiermee wordt btw-fraude tegengegaan. De wetswijziging vloeit voort uit afspraken die de Europese ministers van Financiën maakten in het zogenaamde btw-pakket en de frauderichtlijn. De richtlijnen verschenen begin 2008 en begin 2009.