Zelftest Belastingdienst voor internetondernemers

Ondernemers die internet gebruiken als verkoopkanaal zijn vaak onvoldoende op de hoogte van de voorwaarden die gesteld worden door de Belastingdienst. Vanaf vandaag kunnen internetondernemers een zelftest doen via de website van de Belastingdienst.

Ondernemers die internet gebruiken als verkoopkanaal zijn vaak onvoldoende op de hoogte van de voorwaarden die gesteld worden door de Belastingdienst. Vanaf vandaag kunnen internetondernemers een zelftest doen via de website van de Belastingdienst.

Bescherming consumentVoor ondernemers die zaken doen met consumenten gelden er ook wettelijke bepalingen die kopers beschermen. De Consumentenautoriteit ziet hier op toe. Het gaat dan o.a. over elektronisch factureren, digitale administratie en het wettelijk verplicht vermelden van btw- en Kamer van Koophandelnummer. Maar er zijn ook regels op het gebied van informatie over vestigingsadres, klachtenafhandeling en dergelijke.

Flinke omzetcijfers verkoopsites

Verkoopsites zijn vaak gestart vanuit hobbyisme en doorgegroeid naar professionele kanalen met flinke omzetcijfers. Daarom hebben de Consumentenautoriteit en de Belastingdienst het initiatief genomen om de test te ontwikkelen en internetondernemers te informeren. Door vijf vragen te beantwoorden wordt duidelijk of zij hun website moeten aanpassen of dat deze voldoet.

Test

De test en informatie zijn te vinden op www.belastingdienst.nl/internetondernemers. 

 

 

 

 

 

Nieuw convenant horizontaal toezicht Belastingdienst en NOAB

De Belastingdienst en De Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB) sloten woensdag een convenant horizontaal toezicht. Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers tekende de overeenkomst namens de Belastingdienst.

De Belastingdienst en De Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB) sloten woensdag een convenant horizontaal toezicht. Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers tekende de overeenkomst namens de Belastingdienst.Kwaliteit aangifteprocesIn de overeenkomst staan afspraken met de aangesloten NOAB-kantoren over de wijze waarop zij het aangifteproces inrichten. Met als doel de kwaliteit van de aangiften te verbeteren. Ook door vooroverleg te voeren over fiscale risico’s kan de Belastingdienst de controles achteraf beperken.

 VoordelenVertrouwen, begrip en transparantie staan aan de basis van deze samenwerking op het gebied van toezicht, die voordelen biedt voor klanten van de NOAB-kantoren. Hun aangifte wordt sneller verwerkt, waardoor zij eerder financiële zekerheid hebben.

 Verbeterde kwaliteitssystemenDe Belastingdienst en de NOAB sluiten met dit definitieve convenant een proefperiode van 2 jaar af. Dit na doorgevoerde verbeteringen van de kwaliteitssystemen door de NOAB.

 Nieuwe convenantgesprekkenDe Belastingdienst voert momenteel gesprekken met verschillende partijen om te komen tot samenwerking op het gebied van horizontaal toezicht. Het uitgangspunt is dat elk kwalitatief goed belastingadvieskantoor hieraan moet kunnen deelnemen.

 

 

 

 

 

 

Rittenregistratie voor bestelauto afgeschaft

De rittenregistratie voor bestelauto’s wordt afgeschaft. Dat schrijft staatssecretaris van Financiën Weekers in antwoord op Kamervragen. In juni komt de staatssecretaris met voorstellen voor een alternatieve regeling, zonder rittenregistratie

De rittenregistratie voor bestelauto’s wordt afgeschaft. Dat schrijft staatssecretaris van Financiën Weekers in antwoord op Kamervragen. In juni komt de staatssecretaris met voorstellen voor een alternatieve regeling, zonder rittenregistratie.

Aanleiding voor de Kamervragen waren publicaties in onder meer De Telegraaf en Het Financieele Dagblad over de ergernis bij vooral kleinere bedrijven over het door werknemers moeten bijhouden van een rittenadministratie om geen bijtelling te krijgen voor privégebruik van een bestelauto.

 Wanneer geen toepassing rittenregistratie?

Staatssecretaris Weekers geeft aan dat er al een aantal mogelijkheden zijn om de rittenregistratie niet toe te hoeven passen.

     

  • Als de bestelauto door aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen of er geldt een verbod voor werknemers om privé gebruik te maken van de bestelauto dan wel er sprake is van een bestelauto die buiten werktijd niet gebruikt kan worden, is er geen sprake van bijtelling en hoeft er ook geen rittenregistratie te worden bijgehouden.
  •  

  • Er hoeft ook geen rittenregistratie te worden bijgehouden bij afkoop vanwege doorlopend afwisselend gebruik door verschillende werknemers.
  •  

Autobrief

Deze bijzondere regelingen voor de bestelauto’s bieden niet altijd voldoende soelaas. Weekers gaat dan ook ook de mogelijkheden onderzoeken om te komen tot een regeling voor bestelauto’s waarin een rittenregistratie niet langer noodzakelijk is. Het gaat dan met name om de werknemers die hun bestelauto voor minder dan 500 kilometer privé per jaar gebruiken, maar geen gebruik (kunnen) maken van voornoemde bijzondere regelingen.

Daarbij kijkt de staatssecretaris ook naar de bijtelling voor de bestelauto van de ZZP-er.

In de zogenoemde autobrief die Weekers begin juni aan de Kamer stuurt, legt Weekers een of meer alternatieve regelingen zonder rittenregistratie voor.

Fiscale aftrek pensioenpremie zzp’ers naar 10 jaar

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) kunnen binnenkort langer fiscaal gefaciliteerd meeliften in de pensioenregeling van het bedrijf waar ze het laatst in loondienst waren.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) kunnen binnenkort langer fiscaal gefaciliteerd meeliften in de pensioenregeling van het bedrijf waar ze het laatst in loondienst waren.

Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers is van plan de maximale termijn voor de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies te verlengen van 3 naar 10 jaar. Weekers schrijft dat in antwoord op Kamervragen.

Het is de bedoeling dat de langere termijn voor de fiscale faciliteit in 2012 ingaat. Zzp’ers kunnen dan maximaal 10 jaar de pensioenpremie fiscaal aftrekken. De maatregel wordt opgenomen in het fiscale eindejaarsbesluit. “In de Pensioenwet stond al een termijn van 10 jaar, maar de fiscale voordelen waren beperkt tot 3 jaar. Dat is een situatie die we nu recht trekken. Voor ZZP’ers in Nederland betekent dat een forse verbetering van hun pensioenvoorwaarden”, aldus Weekers, die met de verruiming tevens invulling geeft aan een advies van de Sociaal-Economische Raad.[ Bron: Ministerie van Financiën ]

 

Woonplaats van sterk moeiende aandeelhouder was beslissend voor vestigingsplaats beleggingsvennootschap

De rechtbank onderschreef het standpunt van de bv dat bij de vaststelling van de vestigingsplaats van een lichaam in het algemeen ervan moet worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn (statutaire) bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Echter volgens een arrest van de Hoge Raad uit 1993 kan dit anders zijn als de daadwerkelijke leiding niet door het bestuur maar door een ander wordt uitgeoefend.

Samenvatting

Rechtbank Den Haag heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vestigingsplaats van een zuivere beleggingsvennootschap die haar zetel eind 2001 had verplaatst naar de Nederlandse Antillen. Daarbij rees de vraag of de vennootschap na de zetelverplaatsing in Nederland als beperkt buitenlands belastingplichtige belast kon worden over een aan Nederland toegewezen (bescheiden) belastbare winst of onbeperkt binnenlands belastingplichtig was. De rechtbank onderschreef het standpunt van de bv dat bij de vaststelling van de vestigingsplaats van een lichaam in het algemeen ervan moet worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn (statutaire) bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Echter volgens een arrest van de Hoge Raad uit 1993 kan dit anders zijn als de daadwerkelijke leiding niet door het bestuur maar door een ander wordt uitgeoefend. Dat was in de onderhavige procedure het geval. Er was sprake van een alles overheersende bemoeienis van de in Nederland woonachtige aandeelhouder. Dit bracht de rechtbank tot het oordeel dat de bv voor de jaren 2002 en 2003 onbeperkt binnenlands belastingplichtig was in Nederland.

Volledig artikel

Nederland heft vennootschapsbelasting van lichamen – bijvoorbeeld nv’s en bv’s – die in Nederland zijn gevestigd (binnenlands belastingplichtigen) en van niet in Nederland gevestigde lichamen die Nederlands inkomen genieten (buitenlands belastingplichtigen). De vestigingsplaats van een lichaam wordt bepaald naar de feiten en omstandigheden van het geval. De plaats van de werkelijke leiding van de vennootschap bepaalt doorgaans de vestigingsplaats.
 
Naast bovengenoemde feitelijke omstandigheden die de vestigingsplaats van een lichaam bepalen, kan een lichaam in Nederland belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting op basis van de zogeheten woonplaatsfictie. Deze fictie houdt kort gezegd in dat de oprichting van een lichaam naar Nederlands recht ertoe leidt dat het opgerichte lichaam steeds geacht wordt in Nederland te zijn gevestigd. Er gelden hierbij nog enige aanvullende bepalingen. Ingeval de werkelijke leiding van een naar Nederlands recht opgericht lichaam niet in Nederland is gelegen, heeft het lichaam in beginsel een dubbele vestigingsplaats. Een regeling ter voorkoming van dubbele belasting -veelal een belastingverdrag met het land waar de werkelijke leiding is gevestigd- moet in dat geval uitsluitsel bieden over de vestigingsplaats. Anders ontstaat dubbele heffing. 
 
Rechtbank Den Haag heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vestigingsplaats van een vennootschap waarbij de (toenmalige) Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) met de Nederlandse Antillen regels bevatte over de vestigingsplaats van een vennootschap. De zaak was als volgt.
 
Een naar Nederlands recht opgerichte bv had haar zetel eind 2001 verplaatst naar de Nederlandse Antillen. De bv was kort daarvoor een zuivere beleggingsvennootschap geworden. Een aldaar gevestigd trustkantoor werd als statutair bestuurder aangesteld en werd formeel belast met het vermogensbeheer. De diverse bijlagen van de beheerovereenkomst met het trustkantoor bevatten voor de directie veel richtlijnen waardoor de directie feitelijk geen vrije hand meer had in het vermogensbeheer. De richtlijnen hielden in essentie in dat alle essentiële directiebeslissingen -zoals onder meer over het te voeren beleggingsbeleid- voorafgaande goedkeuring bij aandeelhoudersbesluit behoefden. De bv had in 2002 en 2003 (als beperkt buitenlandse belastingplichtige) aangifte vennootschapsbelasting gedaan naar belastbare winsten van bescheiden omvang. De inspecteur week van de aangiften af en stelde zich op het standpunt dat de bv (nog steeds) in Nederland was gevestigd en legde de bv als onbeperkt binnenlands belastingplichtige aanslagen vennootschapsbelasting op die een veelvoud beliepen van de aangegeven belastbare bedragen. De zaak kwam voor Rechtbank Den Haag.
 
De rechtbank stelde vast dat de bv in ieder geval tot december 2001 feitelijk in Nederland werd geleid en dat de bv het standpunt innam dat haar feitelijke leiding in 2002 en 2003 in de Nederlandse Antillen was gevestigd. Onder meer op basis van de regels uit de toenmalige BRK was de rechtbank van oordeel dat de bv de bewijslast had om haar standpunt te onderbouwen. De rechtbank onderschreef het standpunt van de bv dat bij de vaststelling van de vestigingsplaats van een lichaam in het algemeen ervan moet worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn (statutaire) bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. De rechtbank wees vervolgens op een arrest van de Hoge Raad uit 1993. Daarin had de Hoge Raad aangegeven dat wanneer het aannemelijk is dat de werkelijke leiding van het lichaam door een ander wordt uitgeoefend dan dat bestuur, dit aanleiding kan zijn voor de conclusie dat als vestigingsplaats van het lichaam wordt aangemerkt de plaats van waaruit die ander de leiding uitoefent. 
 
Op basis van eerdergenoemde feiten en omstandigheden was de rechtbank van oordeel dat de aandeelhouder de daadwerkelijke leiding uitoefende. Dit leidde ertoe dat de bv voor de jaren 2002 en 2003 onbeperkt belastingplichtig was in Nederland. De rechtbank stelde verder vast dat de inspecteur terecht enige correcties had aangebracht in de aanslagen en verklaarde het beroep van de bv ongegrond.
 
Bron: Rechtbank Den Haag, 22-12-2010, nrs. 08/5802 en 08/5803 (gepubliceerd 17-2-2011).