Belastingdienst België helpt buitenlandse belastingbetaler

De Belgische belastingdienst biedt hulp bij aangifte aan Nederlanders en Duitsers die in België werken.

Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij het team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (team GWO).

De Belgische belastingdienst biedt hulp bij aangifte aan Nederlanders en Duitsers die in België werken.

 

Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij het team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (team GWO).

Nederlanders die in België werken, krijgen voor hun inkomsten over 2008 het Belgische aangifteformulier voor niet-inwoners. De Belgische Federale Overheidsdienst Financiën biedt hulp bij het invullen van die aangifte.

Locatie hulp bij invullen:
• Eupen, 22 oktober, Gemeentehuis, Rathausplatz 14
• Zelzate, 15 en 27 oktober, Gemeentehuis, Grote Markt 1
• Lanaken, 6 oktober, 16 oktober en 28 oktober, Werkwinkel (EURES) Pastorijlaan 7
• Bergen op Zoom, 19 en 29 oktober, Stadskantoor, Jacob Obrechtlaan 4
Vooraf afspraak maken
Belangstellenden kunnen vooraf een afspraak maken via het team GWO. Zij worden dan met voorrang geholpen. Het team GWO is op de volgende nummers bereikbaar:
• vanuit Nederland: 0800 – 024 12 12
• vanuit België: 0800 – 90 220
• vanuit Duitsland: 0800 – 10 11 352
Gegevens meenemen
Om goed geholpen te kunnen worden, moeten klanten een aantal gegevens meenemen naar de afspraak. Ook de gegevens van hun partner zijn nodig.
• de eigen inkomensgegevens over 2008 en eventueel die van de partner
• het Belgische, Nederlandse of Duitse aangifteformulier
• loonbrieven
jaaropgaven
• jaaropgave of fiches van overige inkomsten
• gegevens en bewijzen van gemaakte kosten
• gegevens over het bezit van onroerende zaken
• leningakten
• betalingsbewijzen
Bron: De Belastingdienst >>

Ongelijke fiscale behandeling fiscale aftrekposten van Nederlandse grensarbeiders in Duitsland en België?

Het (nieuwe) belastingverdrag met België bevat onder meer een compensatieregeling voor in Nederland wonende grensarbeiders, die in België werken en daaruit inkomsten verdienen waarover België heffingsbevoegd is.

Het (nieuwe) belastingverdrag met België bevat onder meer een compensatieregeling voor in Nederland wonende grensarbeiders, die in België werken en daaruit inkomsten verdienen waarover België heffingsbevoegd is. Volgens deze regeling verleent Nederland in bepaalde situaties een fiscale tegemoetkoming waardoor deze grensarbeiders hun fiscale aftrekposten (o.a. hypotheekrente van de eigen woning) kunnen verzilveren óók in situaties dat voor de Nederlandse belastingheffing te weinig belastbaar inkomen overblijft om de aftrekposten daarop volledig in mindering te kunnen brengen. Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën op Kamervragen geantwoord dat Nederland in de onderhandelingen met Duitsland over een nieuw belastingverdrag ernaar streeft eenzelfde soort compensatieregeling te treffen. Duitsland heeft echter al aangegeven hiervoor weinig te voelen. De staatssecretaris gaf daarom aan dat de verwachtingen op dit punt niet te hoog gespannen moeten zijn. Daarbij speelt een rol dat nog over een groot aantal andere verdragsthema’s gesproken moet worden en tussen beide landen omvangrijke economische betrekkingen bestaan.

 

Volledig bericht

Het (nieuwe) belastingverdrag met België bevat onder meer een compensatieregeling voor in Nederland wonende grensarbeiders, die in België werken en daaruit inkomsten verdienen waarover België heffingsbevoegd is. Volgens deze regeling verleent Nederland in bepaalde situaties een fiscale tegemoetkoming, waardoor grensarbeiders hun fiscale aftrekposten (o.a. hypotheekrente van de eigen woning) kunnen verzilveren, óók in situaties dat voor de Nederlandse belastingheffing te weinig belastbaar inkomen overblijft om de aftrekposten daarop volledig in mindering te kunnen brengen. De compensatieregeling leidt ertoe dat de in Nederland wonende grensarbeiders die in België werken voor wat betreft hun fiscale aftrekposten voor de Nederlandse inkomstenbelasting niet slechter af zijn dan inwoners van Nederland van wie de inkomsten in Nederland belast zijn. Dit staat ook wel bekend als ‘gelijke behandeling met de buurman’.
 
Volgens de compensatieregeling verleent Nederland aan een grensarbeider een belastingvermindering voor zover het totaal van de verschuldigde Nederlandse en Belgische belasting en de verschuldigde Nederlandse premie volksverzekeringen of daarmee vergelijkbare Belgische premies, meer bedraagt dan het bedrag dat aan Nederlandse belasting en premie volksverzekeringen zou zijn geheven, als de grensarbeider inkomsten uit Nederland zou hebben verkregen waarover Nederland heffingsbevoegd is. Voor zover de berekende vermindering meer bedraagt dan de berekende verschuldigde belasting en premies volksverzekeringen wordt die vermindering aan de inwoner van Nederland uitbetaald. Door deze vermindering wordt bij een in België werkzame en in Nederland woonachtige grensarbeider in feite rekening gehouden met de Nederlandse fiscale aftrekposten (zoals de hypotheekrenteaftrek).
 
Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën op Kamervragen geantwoord dat Nederland in de onderhandelingen met Duitsland over een nieuw belastingverdrag ernaar streeft eenzelfde soort compensatieregeling te treffen. Duitsland heeft echter al aangegeven dat op grond van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (met name het Schumacker-arrest) en de aanpassing van de Duitse inkomstenbelastingwet in dat kader al voldoende is gedaan wat de fiscale behandeling van grensarbeiders betreft. De staatssecretaris gaf daarom aan dat de verwachtingen op dit punt niet te hoog gespannen moeten zijn. Daarbij speelt een rol dat nog over een groot aantal andere verdragsthema’s gesproken moet worden en tussen beide (buur)landen omvangrijke economische betrekkingen bestaan.
 
Bron: Ministerie van Financiën, 31-8-2009, nr. IFZ/2009/477U

In 2010 en 2011 ingrijpende vereenvoudiging loonbegrip

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen.

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen. BDO-partner Marcel Kawka juicht de vereenvoudigingsvoorstellen toe, maar spreekt ook van ‘eerst zien dan geloven’.

Werkgevers en werkgevers en werknemers betalen momenteel over ‘het loon’ loonbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen en bijdragen voor de zorgverzekeringswet. Maar ‘het loon’ bestaat niet, zo stelt BDO. ‘Voor alle drie de heffingen geldt een ander loonbegrip,’ aldus het accountantskantoor.’Zo telt de auto van de zaak bijvoorbeeld wel mee voor de berekening van de loonbelasting en de premies volksverzekeringen (onder andere de AOW) maar niet voor de premies werknemersverzekeringen (WW/WIA). Wie meedoet aan de levensloopregeling betaalt op het moment dat hij spaart over het bedrag dat hij spaart wel minder loonbelasting maar de WW-premie bijvoorbeeld daalt niet.’ Het kabinet wil nu dat voor alle heffingen hetzelfde loonbegrip gaat gelden. Ook wil het kabinet al per 1 januari 2010 het mes zetten in de vergoedingen en verstrekkingen’ die werknemers nu (nog) onbelast kunnen krijgen van hun werkgever.’

Marcel Kawka, partner van de Adviesgroep Loon- & Premieheffing en werkzaam voor het Bureau Vaktechniek van BDO maakte ruim 10 jaar geleden deel uit van de Werkgroep De Boer, die ook pogingen deed om tot één loonbegrip te komen. Maar mede als gevolg van interne onenigheid kwam daar niet zoveel van terecht. Kawka juicht de vereenvoudingsvoorstellen toe, maar spreekt ook ‘van eerst zien, dan geloven’.

Kawka: ‘Het kabinet mag het dan eens zijn, nu de ambtenaren nog. En er moeten nog heel wat knopen worden doorgehakt. Gaat de auto van de zaak weer uit de loonbelasting, terug naar de inkomstenbelasting, wat veel beter is? Of gaan er straks ook premies worden betaald over de auto, en telt de auto ook mee voor een eventuele WW-uitkering, of uitkering bij ziekte? Wie nu deelneemt aan de levensloopregeling (spaart) krijgt als hij ziek of werkloos wordt evenveel als zijn collega’s die niet deelnemen. Gaat hij straks minder ontvangen? Ook dat de koopkrachteffecten beperkt zullen blijven tot 0,5% moet nog maar worden bezien. De invoering van de Zorgverzekeringswet die veel eenvoudiger was heeft laten zien dat sommige loonstroken wel heel erg anders uitpakten. Daarnaast is het zo dat de discussies in de praktijk met de Belastingdienst niet zo zeer om deze zaken gaan maar om zaken als kostenvergoedingen, werkkleding, maaltijden enzovoorts. Het lijkt er op dat het kabinet die discussies wil beëindigen door te regelen dat dit soort zaken niet meer belastingvrij kan worden verstrekt. Al met al kunnen de wijzigingen net zo goed voor hogere werkgeverslasten en lagere netto lonen leiden. Werkgevers doen er dan ook goed aan op de hoogte te zijn van de plannen en de gevolgen daarvan. Dramatische discussies met werknemers kunnen dan mogelijk worden voorkomen, door tijdig nieuwe afspraken te maken.’

Dga mocht lening aan eigen bv in jaar van verstrekking afwaarderen ten laste van box 1-inkomen

De rechtbank stelde de inspecteur op alle punten in het ongelijk en oordeelde dat de dga de afwaardering op de lening op grond van de tbs-regeling ten laste van zijn inkomen in box 1 mocht brengen.

Als een directeur-grootaandeelhouder (dga) een lening verstrekt aan zijn eigen bv geldt de zogenoemde terbeschikkingstellingsregeling (‘tbs-regeling’). Het belastbare inkomen uit de tbs-regeling wordt in box 1 belast met inkomstenbelasting. In het onderhavige geval had een dga in 2005 een lening verstrekt aan zijn bv en later in datzelfde jaar afgewaardeerd ten laste van zijn inkomen in box 1. De inspecteur was het hiermee niet eens en hield bij het opleggen van de aanslag geen rekening met de afwaardering. Rechtbank Breda oordeelde dat sprake was van het ter beschikking stellen van een vermogensbestanddeel in de zin van de tbs-regeling, omdat de lening zowel in civielrechtelijke als fiscale zin een lening was. De dga mocht de afwaardering daarom ten laste van zijn box 1-inkomen brengen. De lening was in civielrechtelijke zin een lening, onder meer omdat uit de overeenkomst bleek dat de bv een terugbetalingsverplichting had ten opzichte van haar dga. Daarnaast was de lening ook in fiscale zin een lening. De dga had namelijk aangetoond dat hij met de lening de bv en haar dochtervennootschap door een moeilijke tijd wilde helpen, terwijl de inspecteur niet kon aantonen dat de situatie zo uitzichtloos was dat sprake was van een bodemloze put. Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de gehele lening onder de tbs-regeling viel, zonder onderscheid naar eventuele (on)zakelijkheid daarvan.

 

Volledig bericht

Indien u als directeur-grootaandeelhouder (hierna: ‘dga’) een privé-vermogensbestanddeel aan uw bv ter beschikking stelt, worden de inkomsten uit deze terbeschikkingstelling in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden met inkomstenbelasting belast. Dit volgt uit de zogenoemde terbeschikkingstellingsregeling (hierna: ‘tbs-regeling’). Een voorbeeld daarvan is wanneer geldmiddelen ter beschikking worden gesteld in de vorm van een lening aan de eigen bv. Een lening kan worden afgewaardeerd door de geldverstrekker als er een reëel risico is dat de vordering niet of deels niet zal worden afgelost. Rechtbank Breda heeft onlangs een uitspraak gedaan over een lening die in hetzelfde jaar van verstrekking werd afgewaardeerd door de dga van een bv. De zaak was als volgt.

Een dga had in 2005 een lening van € 174.233 verstrekt aan zijn bv. Door deze lening nam de vordering in rekening-courant van de dga op zijn bv toe. De dga had in zijn aangifte inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen 2005 de vordering met een bedrag van € 148.866 afgewaardeerd en dit ten laste van zijn inkomen gebracht.

De inspecteur was het niet eens met deze afwaardering ten laste van het inkomen in box 1 en corrigeerde de aangifte. Nadat de aandeelhouder in bezwaar was gegaan, moest Rechtbank Breda oordelen of de dga de afwaardering ten laste van zijn inkomen in box 1 mocht brengen. De inspecteur had diverse standpunten waarom hij vond dat de vordering niet onder de tbs-regeling viel. Ten eerste vond hij dat de lening geen lening in civielrechtelijke zin was. De rechtbank oordeelde dat wel sprake was van een lening in civielrechtelijke zin, onder meer omdat de bv een terugbetalingsverplichting had ten opzichte van haar dga, die door de dga ook kon worden afgedwongen. Dat bleek namelijk uit de rekening-courantovereenkomst tussen de dga en zijn bv.

Ten tweede stelde de inspecteur dat als toch sprake was van een lening in civielrechtelijke zin, de lening geen lening in fiscale zin zou zijn. De inspecteur was in dat geval van mening dat sprake was van een zogenoemde bodemlozeputlening, omdat de bv vanaf 2001 een negatief eigen vermogen had en met uitzondering van 2004 ieder jaar een negatief resultaat had behaald. Bij een bodemlozeputlening verstrekt een aandeelhouder een lening aan zijn bv, waarbij voor hem op het moment van verstrekking al duidelijk moest zijn geweest dat de lening niet of niet volledig zou worden terugbetaald. De rechtbank oordeelde dat in dit geval geen sprake was van een bodemlozeputlening. De dga had aangetoond dat hij de lening had verstrekt om zijn bv door een moeilijke tijd te helpen en om de bv en haar dochtervennootschap na een reorganisatie van de bedrijfsactiviteiten weer voldoende financiële armslag te geven. Volgens de rechtbank was de verstrekking van de lening daarom niet zonder reële economische motieven. Daarnaast had de inspecteur niet aangetoond dat de situatie zo uitzichtloos was dat sprake was van een bodemloze put.

Omdat zowel in civiele als fiscale zin sprake was van een lening verstrekt door de dga (als aanmerkelijkbelanghouder) aan zijn bv, was de tbs-regeling van toepassing op de lening. Ten slotte overwoog de rechtbank dat volgens de wettekst van de tbs-regeling in dat geval de gehele vordering onder de tbs-regeling valt, zonder onderscheid naar de (on)zakelijkheid daarvan. Daarom was het volgens de rechtbank niet meer van belang om de laatste stelling van de inspecteur, namelijk dat de lening zou moeten worden aangemerkt als onzakelijk, na te gaan.

De rechtbank stelde de inspecteur op alle punten in het ongelijk en oordeelde dat de dga de afwaardering op de lening op grond van de tbs-regeling ten laste van zijn inkomen in box 1 mocht brengen.

Bron: Rechtbank Breda, 19-8-2009, nr. AWB09/1356 (gepubliceerd op 25-8-2009).

Belastingontduikers biechten half miljard op buitenlandse rekeningen op

De afgelopen acht maanden hebben Nederlanders met geld op buitenlandse bankrekeningen zich massaal bij de Belastingdienst gemeld. In totaal hebben ze inmiddels voor een half miljard euro aan vermogen opgegeven

De afgelopen acht maanden hebben Nederlanders met geld op buitenlandse bankrekeningen zich massaal bij de Belastingdienst gemeld. In totaal hebben ze inmiddels voor een half miljard euro aan vermogen opgegeven, meldde het ministerie van Financiën vrijdag.
Twee weken geleden stond de teller al op ruim 425 miljoen. De verwachting was toen dat de score wel zou oplopen tot een half miljard. De Belastingdienst maakt in opdracht van staatssecretaris De Jager van Financiën actief jacht op Nederlanders met zwart geld in het buitenland. De Jager heeft met een reeks landen verdragen gesloten over het opheffen van het bankgeheim. Mensen die zich vrijwillig melden, krijgen geen boete. De meeste mensen die tot inkeer zijn gekomen, hebben geld staan op rekeningen in Zwitserland, België en Luxemburg.