Per 1 juli 2009: btw-aangifte per kwartaal

Per 1 juli 2009 introduceert de Belastingdienst de mogelijkheid om per kwartaal aangifte te doen en de verschuldigde omzetbelasting af te dragen.

Als u daarvoor in aanmerking komt ontvangt u begin mei een brief van de Belastingdienst. Het kabinet stelt u op deze manier in staat om de afdracht van btw uit te stellen.

Per 1 juli 2009 introduceert de Belastingdienst de mogelijkheid om per kwartaal aangifte te doen en de verschuldigde omzetbelasting af te dragen.

 

Als u daarvoor in aanmerking komt ontvangt u begin mei een brief van de Belastingdienst. Het kabinet stelt u op deze manier in staat om de afdracht van btw uit te stellen.
Wilt u voor deze regeling in aanmerking komen, vul dan uw gegevens in op de toegezonden brief en stuur vóór 4 juni 2009 een kopie daarvan naar uw belastingkantoor. De eerstvolgende aangifte die u dan doet is over het 3e kwartaal van 2009. U ontvangt geen apart bericht over het wijzigen van het aangiftetijdvak. U mag er op vertrouwen dat de Belastingdienst de wijziging tijdig doorvoert.
Als u per maand aangifte wil blijven doen, omdat u bijvoorbeeld regelmatig een teruggave ontvangt, dan hoeft u hoeft de brief niet terug te sturen. Voor u wijzigt er dan niets.
Waarom deze maatregel
Dit is één van de maatregelen van het kabinet om de liquiditeitspositie van bedrijven te ondersteunen. Met aangifte doen per kwartaal kunt u betalingsuitstel realiseren en rentevoordeel creëren. Overleg eventueel hierover met uw belastingadviseur om de juiste keuze voor u te bepalen.
Niet automatisch
Als u u doorgaans meer dan € 15.000 aan btw per kwartaal afdraagt, dan wordt uw aangiftetijdvak voor de duur van deze maatregel niet automatisch teruggezet op maandaangifte. U ontvangt een bericht wanneer deze maatregel eindigt.
Schattingsvergunning
Als u toestemming hebt om maandaangifte te doen naar geschatte bedragen, dan vervalt deze vergunning als u gebruik maakt van de mogelijkheid om per kwartaal aangifte te doen.
Wijzigen
U kunt het aangiftetijdvak altijd weer laten wijzigen. Daarvoor doet u een schriftelijk verzoek bij uw belastingkantoor.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u terecht bij de BelastingTelefoon.

 

Bron: De Belastingdienst

Verwerking teruggaaf bijdrage ZVW en premies

Teruggave van te veel betaalde premies ZVW en werknemersverzekeringen vergen nogal wat handelingen in de loonadministratie. Dit besluit vereenvoudigt de administratieve verwerking.

Teruggave van te veel betaalde premies ZVW en werknemersverzekeringen vergen nogal wat handelingen in de loonadministratie. Dit besluit vereenvoudigt de administratieve verwerking.

 

De werkgever houdt de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: bijdrage Zvw) en het werknemersdeel van de premies werknemersverzekeringen in op het loon van de werknemer en draagt deze af. Voor de bijdrage Zvw en de premies werknemersverzekeringen gelden maximumbedragen.

Als een werknemer meer dan een dienstbetrekking heeft, kan het voorkomen dat in totaal meer dan die maximumbedragen wordt ingehouden en afgedragen. De Belastingdienst betaalt teveel betaalde bedragen dan terug na afloop van het kalenderjaar (zie de paragrafen 5.6 en 6.3 van het Handboek loonheffingen).

Deze teruggaven vergen nogal wat handelingen in de loonadministratie. De teruggaaf kan zo laag zijn dat de administratieve last van de werkgever niet in verhouding staat tot het voordeel van de werknemer.

Zoals aangekondigd in de brief van 18 januari 2008 aan de Tweede Kamer is in onderzoek of een doelmatigheidsgrens kan worden ingevoerd. Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft voor deze teruggaven 2006 en 2007 een eenvoudige regeling getroffen.

Voor 2007 is deze neergelegd in het beleidsbesluit van 30 juni 2008, nr. CPP2008/1230, Stcrt. nr.124. In dit beleidsbesluit geeft hij een gelijke regeling voor de teruggaven 2008 om tegemoet te komen aan de administratieve laten van de werkgever.

Bron en meer informatie: Ministerie van Financiën

Schatting Ondernemers 2009 met VA-programma

Ondernemers en intermediairs kunnen nu de Schatting Ondernemers (SO) 2009 voor de inkomensheffing en Zorgverzekeringswet digitaal doen.

Dit is mogelijk met het programma voorlopige aanslag 2009 (VA-programma 2009).

Ondernemers en intermediairs kunnen nu de Schatting Ondernemers (SO) 2009 voor de inkomensheffing en Zorgverzekeringswet digitaal doen.

 

Dit is mogelijk met het programma voorlopige aanslag 2009 (VA-programma 2009).
Begin mei zijn zo’n 900.000 ondernemers uitgenodigd de SO te doen. Het VA-programma 2009 heeft controles die invulfouten voorkomen. De schatting wordt daardoor nauwkeuriger. Bovendien kunnen ondernemers en intermediairs met het VA-programma 2009 nu ook eenvoudig tussentijdse wijzigingen in de schatting digitaal doorgeven.
Het blijft mogelijk om de schatting over 2009 op papier door te geven. Daarvoor kunt u het formulier Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2009 bij de BelastingTelefoon bestellen.
Schatting 2008
De ondernemers moeten ook voor 2008 een schatting van hun inkomen inleveren. Zij ontvangen daarvoor een formulier. Intermediairs kunnen de schatting 2008 (net als vorig jaar) wel digitaal doen.
Campagne
Een bescheiden mediacampagne loopt tot medio juni. Daarin wijzen banners op diverse internetsites en advertenties in dag- en vakbladen op de mogelijkheid de SO 2009 digitaal te doen en om deze zo nodig tussentijds aan te passen.

Bron: De Belastingdienst

Voor aftrek lijfrentepremie wegens pensioentekort is goede onderbouwing vereist

Bij een tekort in de pensioenopbouw kunt u in beginsel een bedrag aan lijfrentepremie in aftrek brengen. De extra lijfrentepremieaftrek wegens een tekort in de pensioenopbouw is afhankelijk van jaarlijkse pensioenaangroei. Een pensioenuitvoerder is verplicht om een werknemer eens per jaar een overzicht met daarop aangegeven de pensioenaangroei van het voorafgaande jaar (ook wel bekend als “factor A”) toe te zenden

 

Volledig bericht

Lijfrentepremies die u betaalt voor bijvoorbeeld een oudedagsvoorziening kunt u onder voorwaarden in aftrek brengen op het inkomen. Als u kunt aantonen dat u een pensioentekort heeft (jaarruimte) of dat u in de voorgaande zeven jaren lijfrentepremies had kunnen aftrekken maar die aftrekmogelijkheid niet (volledig) heeft benut (reserveringsruimte), dan bestaat recht op een lijfrentepremieaftrek. Voor 2009 bedraagt het maximumbedrag voor de jaarruimte € 26.490 en het maximumbedrag voor de reserveringsruimte bedraagt € 6.703. Voor mensen die op 1 januari 2009 van 55 jaar en ouder zijn wordt laatstgenoemd maximumbedrag verhoogd tot € 13.238.

De extra lijfrentepremieaftrek wegens een tekort in de pensioenopbouw is afhankelijk van jaarlijkse pensioenaangroei.  Een pensioenuitvoerder is verplicht om een pensioenverzekerde eens per jaar een overzicht met daarop aangegeven de pensioenaangroei van het voorafgaande jaar (ook wel bekend als “factor A”) toe te zenden. De pensioenaangroei moet daarbij uitsluitend zijn terug te voeren op de extra pensioengevende diensttijd in het voorafgaande jaar en niet op andere factoren zoals bijvoorbeeld inkoop van dienstjaren.

De formule voor de jaarruimte luidt in zijn grondvorm: maximaal 17% van de ‘premiegrondslag’ -/- 7,5 maal “factor A” -/- bepaalde dotaties aan fiscale oudedagsreserve -/- het bedrag dat aan spaarloon is opgenomen voor voldoening van vrijwillig te betalen premies voor een pensioenregeling. Onder omstandigheden kan de berekening van de jaarruimte een ingewikkelde aangelegenheid zijn. Uit de formule blijkt dat hoe hoger factor A is, hoe minder ruimte overblijft voor de extra lijfrentepremieaftrek wegens pensioentekort.

Voor het in aftrek kunnen brengen van een lijfrentepremie wegens pensioentekort moet men het pensioentekort en de voor de berekening daarvoor noodzakelijk gegevens (waaronder de jaarlijkse pensioenaangroei) aannemelijk kunnen maken. In voorkomende gevallen kan men zijn recht op lijfrentepremieaftrek pas echt effectueren als men inzichtelijke bewijsstukken (van bijvoorbeeld de pensioenuitvoerder) daartoe overlegt. Illustratief hiervoor zijn de recent gepubliceerde uitspraken van Rechtbank Haarlem en in hoger beroep Hof Amsterdam.
 
In de betreffende procedure had de man bij zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2004 een bedrag van € 612 aan lijfrentepremie wegens pensioentekort in aftrek gebracht. Het bedrag van € 612 was opgebouwd uit twaalf maandpremies van € 51 voor een bijspijkerpensioen afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij.
 
Bij het regelen van de aanslag over 2004 weigerde de inspecteur de lijfrentepremieaftrek omdat geen berekening van de jaarruimte was toegezonden. Rechtbank Haarlem volgde hierin de inspecteur. De man had weliswaar de rechtbank een brief toegezonden met daarin gegevens over de jaarlijkse pensioenaangroei over 2004, maar de benodigde bewijsstukken ontbraken. Pas in hoger beroep voor Hof Amsterdam overlegde de man wel de vereiste bewijsstukken en kon hij uiteindelijk de lijfrentepremie in aftrek brengen.

Opmerking
De berekening van de jaarruimte kan in voorkomende gevallen gecompliceerd zijn, met name als men nog niet de beschikking heeft over de opgaaf van zijn pensioenverzekeraar van zijn pensioenaangroei. Voor fiscaal eenvoudigere gevallen kan een rekenprogramma van de belastingdienst uitkomst bieden. De belastingdienst heeft op zijn site ‘www.belastingdienst.nl’ een hulpprogramma opgenomen voor de berekening van de jaarruimte en/of de reserveringsruimte. Uit de toelichting daarbij volgt dat de belastingdienst een aldus berekende jaarruimte kennelijk eveneens accepteert als maximaal aftrekbaar bedrag, ook indien met behulp van het rekenprogramma de omvang van de pensioenaangroei is berekend. Voor ingewikkelder situaties verdient het aanbeveling om contact op te nemen met uw adviseur.
 
Bron: Rechtbank Haarlem

Pensioendrama voor zzp’ers dreigt

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) dreigen de armen van de toekomst te worden. De meerderheid van de naar schatting 700.000 Nederlandse zzp’ers heeft in het geheel geen aanvullende pensioenvoorziening of een heel slechte.

DEN HAAG – Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) dreigen de armen van de toekomst te worden. De meerderheid van de naar schatting 700.000 Nederlandse zzp’ers heeft in het geheel geen aanvullende pensioenvoorziening of een heel slechte. Dat zeggen pensioendeskundigen.

 

,,Veel zzp’ers komen als ze ophouden met werken in problemen, omdat ze alleen van een AOW-uitkering moeten rondkomen”, zegt Maarten Post, bestuurder van CNV Zelfstandigen.

Ook Fieke van der Lecq, bijzonder hoogleraar pensioenmarkten aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit, voorziet grote problemen omdat veel zzp’ers hun pensioen niet of onvoldoende geregeld hebben. ,,Maar lang niet alle zzp’ers ervaren het zelf ook als een probleem”, relativeert ze.

Volgens Van der Lecq wordt het hoog tijd dat er oplossingen komen voor de pensioenvoorziening van zzp’ers. Want steeds meer mensen kiezen voor een bestaan als zelfstandige, blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel. Vorig jaar schreef 89 procent van alle 107.400 startende ondernemers zich in als zzp’er.

Het probleem is dat zzp’ers werknemer en werkgever tegelijk zijn. Ze kunnen daarom niet deelnemen in de klassieke pensioenfondsen. Het alternatief is een dure particuliere pensioenverzekering. ,,De kosten daarvan zijn veel hoger, terwijl de opbrengst veel minder zeker is dan bij een normaal pensioenfonds”, weet Van der Lecq.

Zij en haar collega-onderzoeker Alwin Oerlemans pleiten voor een aanpassing van de wetgeving, zodat ook zzp’ers eigen, collectieve pensioenfondsen kunnen oprichten. Tweede Kamerlid Mei Li Vos (PvdA) steunt dat idee. Tegelijkertijd kunnen ook de verzekeraars bijdragen aan betere pensioenalternatieven voor zzp’ers. Van der Lecq: ,,De meeste verzekeraars hebben vrij simpele producten, zoals lijfrentepolissen. Die zijn weinig flexibel en voor veel zzp’ers te duur. Innovatie van de verzekeraars is broodnodig, want zzp’ers hebben nu geen passende keuzemogelijkheden.”

Een ‘zelfstandige zonder personeel’ kan een kapper zijn, timmerman, journalist of adviseur. Het is iemand die eigen baas is en zijn eigen arbeid verkoopt. Hoeveel zzp’ers er precies zijn in Nederland, is onduidelijk. De schattingen variëren van 200.000 tot één miljoen. Dat komt doordat verschillende definities worden gebruikt. FNV Zelfstandigen schat het aantal zzp’ers op 600.000 tot 700.000. Wel duidelijk is dat er steeds meer nieuwe zzp’ers bijkomen.

Volgens cijfers van de Kamer van Koophandel Nederland schreven zich in het jaar 2004 59.600 nieuwe zzp’ers in. Vorig jaar waren dat er maar liefst 95.600; een stijging van 60 procent in vijf jaar tijd.