Uitstel Wet uniformering loonbegrip

De invoering van het wetsvoorstel Uniformering loonbegrip moet worden verschoven van 1 januari 2012 naar 1 januari 2013, dat stelt Staatssecretaris Weekers van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer.

De invoering van het wetsvoorstel Uniformering loonbegrip moet worden verschoven van 1 januari 2012 naar 1 januari 2013, dat stelt Staatssecretaris Weekers van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer.

 Uitstel wegens hoge druk Belastingdienst “Directe aanleiding voor mijn verzoek om uitstel van de plenaire behandeling was de mededeling van de directeur generaal Belastingdienst dat hij goede mogelijkheden ziet dit jaar live te gaan met het Nieuwe Toeslagen Systeem (NTS)”, aldus Weekers. Dat brengt naast vereenvoudigingen ook veel veranderingen met zich mee. Als gelijktijdig de Wet Uniformering loonbegrip wordt ingevoerd, betekent dat een nog hogere druk op de Belastingdienst, met de vrees voor meer ongemak voor toeslaggerechtigden.

 Nieuwe Toeslagen Systeem

 Na de introductie van NTS kunnen alle toeslagen met één systeem worden verwerkt. Inkomensmutaties en mutaties in huishoudsamenstelling kunnen in NTS daarom in één keer voor alle toeslagen tegelijk worden doorgevoerd. Verder is een groot voordeel van NTS dat toeslaggerechtigden de mogelijkheid krijgen door middel van een webportaal mutaties in hun persoonlijke gegevens door te geven.

 Administratievelastenverlichting

In het Regeerakkoord is afgesproken het wetsvoorstel Wet uniformering loonbegrip deze kabinetsperiode in werking te laten treden. Daarmee is een potentieel forse administratievelastenverlichting voor het bedrijfsleven te behalen en voor burgers het loonstrookje begrijpelijk te maken.

 

 

 

 

 

 

 

Zelftest Belastingdienst voor internetondernemers

Ondernemers die internet gebruiken als verkoopkanaal zijn vaak onvoldoende op de hoogte van de voorwaarden die gesteld worden door de Belastingdienst. Vanaf vandaag kunnen internetondernemers een zelftest doen via de website van de Belastingdienst.

Ondernemers die internet gebruiken als verkoopkanaal zijn vaak onvoldoende op de hoogte van de voorwaarden die gesteld worden door de Belastingdienst. Vanaf vandaag kunnen internetondernemers een zelftest doen via de website van de Belastingdienst.

Bescherming consumentVoor ondernemers die zaken doen met consumenten gelden er ook wettelijke bepalingen die kopers beschermen. De Consumentenautoriteit ziet hier op toe. Het gaat dan o.a. over elektronisch factureren, digitale administratie en het wettelijk verplicht vermelden van btw- en Kamer van Koophandelnummer. Maar er zijn ook regels op het gebied van informatie over vestigingsadres, klachtenafhandeling en dergelijke.

Flinke omzetcijfers verkoopsites

Verkoopsites zijn vaak gestart vanuit hobbyisme en doorgegroeid naar professionele kanalen met flinke omzetcijfers. Daarom hebben de Consumentenautoriteit en de Belastingdienst het initiatief genomen om de test te ontwikkelen en internetondernemers te informeren. Door vijf vragen te beantwoorden wordt duidelijk of zij hun website moeten aanpassen of dat deze voldoet.

Test

De test en informatie zijn te vinden op www.belastingdienst.nl/internetondernemers. 

 

 

 

 

 

Intermediairs verarmen snel

Directeuren-eigenaren van de ongeveer achtduizend financiële tussenpersonen in Nederland hebben vorig jaar veel minder inkomen uit hun zaak gehaald. Salaris in te leveren is een overlevingstechniek aldus adviesbureau D&O.

Directeuren-eigenaren van de ongeveer achtduizend financiële tussenpersonen in Nederland hebben vorig jaar veel minder inkomen uit hun zaak gehaald. Salaris in te leveren is een overlevingstechniek aldus adviesbureau D&O.

 

 

Beloning achteruit

Dit blijkt uit een analyse van het adviesbureau D&O gepubliceerd in het Financieele Dagblad. In 2009 werd er voor gemiddeld € 78.215 bruto aan beloning toegekend, in 2010 was dat gezakt tot € 57.082. In 2006, het jaar voor het begin van de grote financiële crisis, kwam de gemiddelde beloning van de eigenaren nog uit op € 86.195.

Provisie-inkomsten

Een kwart van de ongeveer 8000 financiele adviseus heeft vorig jaar verlies gelden. De ingezakte markt voor hypotheken en levensverzekeringen is de grote boosdoener. Daarnaast heeft de strengere financiële wetgeving een drukkende werking op de provisie-inkomsten van de bedrijven en dus op de beloning van de eigenaren. Volgens Oosterbaan, directeur van het adviesbureau D&O, kunnen faillissementen in deze bedrijfstak niet uitblijven.

‘Sombere stemming’

Oosterbaan spreekt van een ‘sombere stemming’ in de bedrijfstak. “De resultaten over 2010 zijn niet florissant. Dat zal het gevoel dat men in de steek is gelaten door politiek en verzekeraars versterken.” Het totale provisieverbod moet per 1 januari 2013 ingaan. Vanaf die datum betalen verzekeraars geen provisie meer en moeten tussenpersonen rechtstreeks met de klant hun adviesbeloning afspreken.

Eigenrisicodrager voor WGA en re-integratieplicht

Een evaluatie van de Wet WIA gaat dit voorjaar naar de Tweede Kamer waarin aandacht voor de vraag in hoeverre de WIA heeft bevorderd dat personen na instroom in de WIA blijven of gaan werken naar vermogen.

Een evaluatie van de Wet WIA gaat dit voorjaar naar de Tweede Kamer waarin aandacht voor de vraag in hoeverre de WIA heeft bevorderd dat personen na instroom in de WIA blijven of gaan werken naar vermogen. Dit schrijft staatssecretaris Krom van Sociale Zaken in een brief naar aanleiding van vragen over eigenrisicodragen voor WGA.

De staatssecretarisvan Sociale Zaken stelt het volgende:

Verplichtingen werkgever

Artikel 42 van de Wet WIA bevat de wettelijke re-integratieverplichtingen voor de eigenrisicodrager.

De eigenrisicodrager dient op grond van artikel 42 te bevorderen dat de werknemer met een WGA-uitkering waarvoor hij verantwoordelijk is aan het werk komt en blijft in zijn eigen bedrijf of een ander bedrijf. De eigenrisicodrager is ook verplicht daarvoor de noodzakelijke maatregelen te treffen. Ook dient de eigenrisicodrager periodiek het plan van aanpak te evalueren dat is opgesteld om de werkhervatting van de betrokken werknemer te bevorderen.

De wet legt deze verplichtingen aan de werkgever op die eigenrisicodrager is geworden.

De werkgever heeft de mogelijkheid om de re-integratietaken zelf uit te voeren (met hulp van een bedrijfsarts en/of re-integratiebedrijf) of hiervoor een private verzekeraar in te schakelen. Beiden hebben een intrinsiek financieel belang tot schadelastbeperking en tot een geslaagde re-integratie.

Verantwoordelijkheid werkgever

De wetgever heeft niet gekozen voor een wettelijke sanctie voor de eigenrisicodrager. Aan het eind van de eerste twee jaar van ziekte en voorafgaande aan de WIA-claimbeoordeling toetst UWV wel of de werkgever voldoende re-integratieverplichtingen heeft verricht; wanneer dit niet zo is, kan de loondoorbetalingsperiode maximaal een jaar worden verlengd.

De eigenrisicodrager heeft vervolgens gedurende tien jaar de verantwoordelijkheid voor zijn werknemer met een WGA-uitkering. Deze verantwoordelijkheid omvat zowel het financiële risico (de betaling van de uitkering) als de re-integratie. De eigenrisicodrager heeft er dus alle belang bij om al het mogelijke te doen om zijn re-integratieverplichtingen na te komen.

Restverdiencapaciteit

Het blijft voor de werkgever van belang om ook als iemand al meer dan 50 procent van zijn restverdiencapaciteit benut, de dan nog resterende arbeidsmogelijkheden verder te bevorderen. Dit kan tot een verdere verlaging van kosten voor de werkgever leiden.

Rechtsmiddelen

De werknemer met een WGA-uitkering die meent dat de eigenrisicodrager onvoldoende invulling geeft aan zijn re-integratietaak kan bezwaar maken bij de eigenrisicodrager en, zo nodig, in beroep komen bij de bestuursrechter. Hierdoor is een sluitend stelsel van rechtsbescherming geborgd. Daarnaast kunnen de eigenrisicodrager en de WGA-gerechtigde via een deskundigenoordeel aan het UWV vragen om een uitspraak te doen over de vraag of de eigenrisicodrager voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht, voor zover de eigenrisicodrager hierover geen besluit heeft afgegeven.

Fiscale aftrek pensioenpremie zzp’ers naar 10 jaar

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) kunnen binnenkort langer fiscaal gefaciliteerd meeliften in de pensioenregeling van het bedrijf waar ze het laatst in loondienst waren.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) kunnen binnenkort langer fiscaal gefaciliteerd meeliften in de pensioenregeling van het bedrijf waar ze het laatst in loondienst waren.

Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers is van plan de maximale termijn voor de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies te verlengen van 3 naar 10 jaar. Weekers schrijft dat in antwoord op Kamervragen.

Het is de bedoeling dat de langere termijn voor de fiscale faciliteit in 2012 ingaat. Zzp’ers kunnen dan maximaal 10 jaar de pensioenpremie fiscaal aftrekken. De maatregel wordt opgenomen in het fiscale eindejaarsbesluit. “In de Pensioenwet stond al een termijn van 10 jaar, maar de fiscale voordelen waren beperkt tot 3 jaar. Dat is een situatie die we nu recht trekken. Voor ZZP’ers in Nederland betekent dat een forse verbetering van hun pensioenvoorwaarden”, aldus Weekers, die met de verruiming tevens invulling geeft aan een advies van de Sociaal-Economische Raad.[ Bron: Ministerie van Financiën ]