Dividenduitkering na jaarwisseling kan dga veel heffingsrente besparen

Over de dividenduitkering van een bv aan haar directeur-grootaandeelhouder (dga) is de dga inkomstenbelasting verschuldigd in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang). De inkomstenbelasting wordt verrekend met de dividendbelasting die de uitkerende bv op het dividend moet inhouden. Er is echter nog een belangrijke wettelijke regeling waarmee de dga rekening moet houden: de heffingsrente. Deze wordt berekend over de verschuldigde inkomstenbelasting over een positief belastbaar inkomen vanaf 1 juli van het kalenderjaar tot en met de dagtekening van het aanslagbiljet. Dit aanvangstijdstip geldt ook als een bv pas in december van het jaar dividend uitkeert, zo bleek uit een recente uitspraak van Rechtbank Arnhem.

 

Volledig bericht

Net als veel werknemers in december een extraatje tegemoet kunnen zien in de vorm van een eindejaarsuitkering, zal een directeur-grootaandeelhouder (dga) van een bv zichzelf ook graag aan het eind van het jaar beloond willen zien voor bewezen diensten. De bv kan dan een dividenduitkering doen. Over die dividenduitkering is de dga inkomstenbelasting verschuldigd in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang). De inkomstenbelasting wordt verrekend met de dividendbelasting die de uitkerende bv op het dividend moet inhouden. Er is echter nog een belangrijke wettelijke regeling waarmee de dga rekening moet houden: de heffingsrente. Deze wordt berekend over de verschuldigde inkomstenbelasting over een positief belastbaar inkomen vanaf 1 juli van het kalenderjaar tot en met de dagtekening van het aanslagbiljet. Dit aanvangstijdstip geldt ook als een bv pas in december van het jaar dividend uitkeert, zo bleek uit een recente uitspraak van Rechtbank Arnhem.
 
In de desbetreffende procedure had de dga in december 2007 van zijn bv een dividend ontvangen van € 500.000. Begin februari 2008 verzocht hij de inspecteur om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De voorlopige aanslag werd met dagtekening 5 april 2008 aan de dga opgelegd. Tegelijkertijd is een bedrag van € 1.722 aan heffingsrente in rekening gebracht over de periode 1 juli 2007 tot 5 april 2008.
 
De dga was het hier niet mee eens, omdat de dividendbelasting volgens hem pas was verschuldigd op het moment dat hij aangifte dividendbelasting had ingediend op 31 januari 2008. Volgens goed koopmansgebruik en de verkeersopvattingen mag pas rente in rekening worden gebracht vanaf het moment dat de schuld ontstaat. Door al eerder rente in rekening te brengen had de wetgever een onrechtmatige daad jegens de dga gepleegd.
 
De rechtbank stelde voorop dat dividendbelasting al is verschuldigd vanaf het moment dat het dividend in december 2007 is ontvangen. Op grond van de wet wordt heffingsrente berekend vanaf 1 juli van het desbetreffende belastingjaar. De rechtbank leidde uit de wetsgeschiedenis af dat de wetgever voor de berekening van de heffingsrente om redenen van uitvoerbaarheid en doelmatigheid is uitgegaan van de fictie dat het belastbare inkomen gedurende het hele jaar gelijkmatig aangroeit en dat dus geen rekening hoeft te worden gehouden met het tijdstip waarop de inkomsten worden genoten. De nadelen die hieraan zijn verbonden, heeft de wetgever kennelijk van onvoldoende gewicht bevonden om af te zien van de gehanteerde berekeningsmethode. De rechtbank constateerde namelijk dat er geen uitvoeringsregeling is vastgesteld, waarin dergelijke nadelige effecten zijn gerepareerd. Daarom geldt volgens de rechtbank de wet en die gaat uit van 1 juli. Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen of sprake is van een onrechtmatige daad. Daarvoor moet de dga bij de burgerlijk rechter zijn. Het beroep van de dga wordt ongegrond verklaard.
 
Opmerking
Uit deze procedure valt een les te trekken. Bij een hoge dividenduitkering loont het de moeite om deze uit te stellen tot na de jaarwisseling. Dat kan u veel heffingsrente besparen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld in geval van verkoop van een onderneming en de daarbij behaalde stakingswinst (zie ons bericht van 4 december 2008).  

Bron: Rechtbank Arnhem, 27-2-2009, nr. 08/4222 (gepubliceerd 5-3-2009).

Kwart dupe dure opvang

Een op de vier gezinnen betaalt dit jaar fors meer aan kinderopvang en buitenschoolse opvang.

Gemiddeld gaan zij er enkele honderden euro’s op achteruit. Gezinnen met lagere inkomens worden verhoudingsgewijs hard getroffen.

Dat blijkt uit cijfers van het FNV Meldpunt Kinderopvang. Ouders konden daar sinds januari melden hoeveel duurder de opvang van hun kinderen was geworden.

Een op de vier gezinnen betaalt dit jaar fors meer aan kinderopvang en buitenschoolse opvang.

 

Gemiddeld gaan zij er enkele honderden euro’s op achteruit. Gezinnen met lagere inkomens worden verhoudingsgewijs hard getroffen.

Dat blijkt uit cijfers van het FNV Meldpunt Kinderopvang. Ouders konden daar sinds januari melden hoeveel duurder de opvang van hun kinderen was geworden.

Vakcentrale FNV bevestigt met de cijfers zijn voorspellingen van vorig jaar. Het kabinet besloot toen dat ouders vanaf 2009 meer moeten bijdragen aan de kinderopvang. Ook werd het geld dat zij per uur kinderopvang van de belasting zouden terugkrijgen, bevroren op € 6,10.

Ruim twintig procent van de kinderdagverblijven rekent echter een hoger uurtarief. Ouders draaien voor die extra kosten op. Een kwart van hen betaalt per kind gemiddeld vijfentwintig cent meer per uur opvang dan vorig jaar. Een gezin met twee kinderen, die drie dagen per week naar de kinderopvang gaan en waarvan beide ouders werken, kan zo ruim vijfhonderd euro per jaar duurder uit zijn.

Het ministerie van Onderwijs heeft een onderzoek ingesteld naar de tarieven.

Dat sommige ouders meer geld kwijt zijn dan andere jaren heeft volgens het ministerie vooral te maken met buitensporige verhoging van de uurtarieven. „We moeten kijken of die verhogingen echt noodzakelijk waren. Voor € 6,10 per uur kan prima kinderopvang worden gerealiseerd”, aldus een woordvoerder.

Volgens vakcentrale FNV denken ouders zelf dat zij nog meer geld kwijt zijn. Velen beseffen niet dat zij via de Belastingdienst compensatie kunnen ontvangen. Naast het kindgebonden budget, dat ieder gezin met kinderen jonger dan achttien jaar en met een inkomen tot ongeveer 50.000 euro automatisch krijgt, hebben zij ook recht op een hogere inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Die moeten ouders zelf aanvragen en wordt aan het eind van het jaar met de belastingaangifte verrekend. Veel vaders en moeders hebben dat nog niet gedaan. Zij kunnen nu al een voorlopige teruggaaf indienen, en een deel van de gemaakte extra kosten meteen terugkrijgen.

„Ouders die die korting nog niet hebben aangevraagd, kunnen weliswaar aan het eind van het jaar alsnog een deel terugclaimen, maar op dit moment voelen ze het wel in de portemonnee”, aldus Linda Rigters van vakcentrale FNV.

De vakcentrale vindt daarom dat de bekostiging van de kinderopvang makkelijker gemaakt moet worden.

 

Bron: BN De Stem

Voorlopige aanslag aanpassen met wijzigingsverzoek

Als u voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en ZVW 2009 wilt aanpassen, kunt u dit doen met een wijzigingsverzoek. U hoeft niet langer direct bezwaar te maken.

Als u voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en ZVW 2009 wilt aanpassen, kunt u dit doen met een wijzigingsverzoek. U hoeft niet langer direct bezwaar te maken.

 

U kunt een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet 2009 en latere jaren wijzigen met behulp van:

• uw eigen software en het BAPI-kanaal
• een speciale versie van het VA-programma 2009, de zogenoemde pinvariant, die vanaf 11 april 2009 beschikbaar is
• het VA-programma 2009
• het formulier ‘Verzoek of wijziging VA 2009’

Het voordeel van het gebruik van een van deze mogelijkheden is dat deze procedure snel gaat en dat de kans op fouten klein is.


Verzoek volledig invullen
Het is belangrijk dat u uw verzoek volledig invult. Dan kan de Belastingdienst de aanslag voor het juiste bedrag opleggen. De Belastingdienst drukt de ingevulde gegevens ook af op de aangepaste aanslag, zodat u gemakkelijk kunt nagaan of de aanslag juist is.


Uitstel van betaling bij voorlopige aanslagen met een te betalen bedrag?

U krijgt niet automatisch uitstel van betaling als de voorlopige aanslag verandert. U blijft verplicht om het bedrag van de oorspronkelijke voorlopige aanslag te betalen.

U kunt op de gebruikelijke manier om uitstel van betaling vragen of toch maar vast betalen. Alle betaalde bedragen worden verrekend met de gewijzigde aanslag. Een eventueel restantbedrag van de nieuwe aanslag kunt u voldoen in de resterende maandtermijnen.

Als de Belastingdienst uitstel van betaling verleent, wordt de automatische incasso stopgezet.


Bezwaar maken

Het blijft mogelijk om schriftelijk bezwaar te maken tegen een voorlopige aanslag vanaf 2009. Bijvoorbeeld als de Belastingdienst is afgeweken van een wijzigingsverzoek. Maar ook als het niet mogelijk is om met een van de bovengenoemde mogelijkheden een wijzigingsverzoek te doen.

Voor de afhandeling van uw bezwaar is het belangrijk dat daaruit duidelijk blijkt welk onderdeel van de aanslag gewijzigd moet worden: bijvoorbeeld de hypotheekrente of een specifieke heffingskorting.
Proceskostenvergoedingen aanvragen
Het beleid voor (het aanvragen van) proceskostenvergoedingen is niet veranderd. Deze verzoeken kunt u op de gebruikelijke manier indienen.
Bron: De Belastingdienst

Percentage heffingsrente en invorderingsrente tweede kwartaal 2009 met 1,40 procentpunt omlaag tot 3,50%

De belastingdienst kan bij het opleggen van belastingaanslagen heffingsrente en/of invorderingsrente in rekening brengen of vergoeden. Bij een belastingaanslag kunt u onder meer denken aan een voorlopige aanslag, een gewone (definitieve) aanslag, een naheffingsaanslag en een navorderingsaanslag. Voorafgaand aan elk kwartaal maakt de staatssecretaris van Financiën het percentage heffingsrente en invorderingsrente bekend. Voor het tweede kwartaal 2009 gaat het percentage met 1,40 procentpunt omlaag tot 3,50%.

 

Volledig bericht

De berekening van in rekening te brengen of te vergoeden heffingsrente voor de aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is per 1 januari 2005 gewijzigd. Voor de inkomstenbelasting geldt dit voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2006 en voor de vennootschapsbelasting voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2005. Aangrijpingspunt is niet meer de dag na afloop van het kalenderjaar maar de dag na het midden van een belastingjaar/boekjaar. Het tijdvak waarover heffingsrente wordt berekend, eindigt op de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet. Voor een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar vormt 1 juli het aangrijpingspunt.
 
Voor het kenmerkende verschil tussen heffingsrente en invorderingsrente verwijzen we naar ons bericht van 31 maart 2004.

Voorafgaand aan elk kwartaal maakt het ministerie van Financiën het percentage heffingsrente en invorderingsrente bekend. Voor het tweede kwartaal 2009 gaat het percentage met 1,40 procentpunt omlaag tot 3,50%.

Percentages heffingsrente en invorderingsrente uit voorgaande jaren per kwartaal:
2001: 4,70%; 4,10%; 4,45%; 4,20%;
2002: 3,45%; 3,25%; 3,25%; 3,25%;
2003: 3,25%; 3,10%; 2,50%; 2,00%;
2004: 3,50%; 3,50%; 3,50%; 3,50%;
2005: 5,00%; 5,00%; 5.00%; 5,00%.
2006: 3,50%; 3,75%; 4,00%; 4,25%.
2007: 4,70%; 5,00%; 5,25%; 5,40%.
2008: 5,30%; 4,75%; 5,15%; 5,45%.
2009: 4,90%; 3,50%
 
Bron: Ministerie van Financiën, 20-2-2009, nr. DB2009/57M (gepubliceerd 6-3-2009).

Fiscale stimulans bij in dienst nemen hbo-student

Het ministerie van OCW publiceert informatie over bewerktrajecten voor hbo-studenten en de fiscale stimulans voor bedrijven die een hbo-student in dienst nemen.

Het ministerie van OCW publiceert informatie over bewerktrajecten voor hbo-studenten en de fiscale stimulans voor bedrijven die een hbo-student in dienst nemen.

 

In een brochure vindt u informatie voor werkgevers, studenten en hogescholen: over de fiscale stimulans en over de extra faciliteiten van enkele branche-organisaties voor werkgevers die in zee gaan met een hbo-student.

Werken en leren tegelijk, dat kan in het hoger beroepsonderwijs. In een zogenoemde ‘duale leerweg’ doen studenten een deel van hun hbo-opleiding in de vorm van een leerwerktraject. Bedrijven, studenten én hogescholen kunnen hier veel voordeel van hebben.


Belastingvoordeel

De fiscus komt bovendien werkgevers die een student in zo’n leerwerktraject in dienst nemen, financieel tegemoet. Het belastingvoordeel kan oplopen tot € 2.655 per jaar per student-werknemer.

Bron: De voorlichtingsbrochure van het Ministerie van OCW