Fiscale gevolgen terugbetaalde Zvw en zorgtoeslag

Fiscale gevolgen voor vanaf 2008 ontvangen en terugbetaalde zorgtoeslag en betaalde en terugontvangen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over eerdere jaren.

Fiscale gevolgen voor vanaf 2008 ontvangen en terugbetaalde zorgtoeslag en betaalde en terugontvangen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over eerdere jaren.

 

Staatssecretaris De Jager van Financiën beschrijft in een besluit de fiscale gevolgen voor vanaf 2008 ontvangen en terugbetaalde zorgtoeslag en betaalde en terugontvangen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de jaren 2006 en/of 2007.

In 2006 en 2007 maakten de zorgtoeslag en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) onderdeel uit van de buitengewone uitgaven (ziektekosten) die in aftrek gebracht konden worden in de aangifte inkomstenbelasting. Vanaf 2008 maken deze bedragen geen onderdeel meer uit van de buitengewone uitgaven (met ingang van 2009: specifieke zorgkosten). Dit besluit beschrijft de gevolgen voor de buitengewone uitgaven/specifieke zorgkosten van de zorgtoeslag en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw die nog betrekking heeft op de jaren 2006 en/of 2007 maar die betaald of ontvangen is vanaf 2008.

 

De volledige tekst van het besluit: De website van het ministerie van Financiën >>

Aanspraak is belastbaar

Pensioenregeling met mogelijkheid tot afkoop is geen pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting, zo oordeelde Rechtbank Breda in deze zaak.

Pensioenregeling met mogelijkheid tot afkoop is geen pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting, zo oordeelde Rechtbank Breda in deze zaak.

 

Casus

Een uit het buitenland afkomstige man (de werknemer) is vanaf 1 juni 1996 werkzaam bij een in Nederland gevestigde besloten vennootschap (BV). Tot 1 juni 2002 werkt hij daar op basis van een uitzendcontract met een in het buitenland gevestigd bedrijf. Vanaf 1 juni 2002 heeft hij een (Nederlandse) arbeidsovereenkomst met de BV.

De werknemer heeft vanaf 1 juni 1996 tot en met 2004 via de pensioenregeling van het buitenlandse bedrijf een pensioen opgebouwd bij een in het buitenland gevestigde pensioenverzekeraar. In de pensioenregeling is onder meer bepaald dat een deel van het pensioen kan worden afgekocht.

Voor het jaar 2004 heeft de inspecteur een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Daarbij heeft hij de door de BV voor de man betaalde pensioenpremies tot het belastbaar inkomen uit werk en woning gerekend. In bezwaar heeft de inspecteur de aanslag gehandhaafd. De werknemer heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.

 

Geschil

Het gaat in deze zaak om de vraag of de betaalde pensioenpremies terecht zijn aangemerkt als belastbaar loon. De inspecteur vindt vanzelfsprekend van wel. De man is het daarmee niet eens.

 

Beoordeling

De rechtbank beoordeelt allereerst of de pensioenregeling voldoet aan de in de Nederlandse wet (op de loonbelasting (LB)) gestelde eisen.

In artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet LB is bepaald dat aanspraken ingevolge een pensioenregeling, een en ander volgens de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet gestelde normeringen en beperkingen, niet tot het loon behoren. De rechtbank is van oordeel dat de pensioenregeling van de werknemer niet voldoet aan deze normeringen en beperkingen. Immers, in de pensioenregeling van de werknemer is geen verbod op afkoop, vervreemding of prijsgeven als bedoeld in artikel 18, eerste lid, letter b, van de Wet LB opgenomen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de Wet LB daarom geen grond biedt om de aanspraak niet tot het fiscale loon te rekenen.

Vervolgens beoordeelt de rechtbank de vraag of het belasten van de aanspraak in strijd is met artikel 39, eerste en tweede lid, van het EG-Verdrag (vrij verkeer van werknemers en discriminatieverbod). Van discriminatie is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, omdat zowel voor Nederlandse werknemers als voor uit het buitenland afkomstige werknemers dezelfde voorwaarden gelden voor belastingheffing van pensioenpremies.

Voor wat betreft een eventuele belemmering in het vrije verkeer van werknemers ten gevolge van de verschillen in nationale bepalingen omtrent pensioen heeft Nederland voldoende maatregelen getroffen. In artikel 19b van de Wet LB en het daarop gebaseerde Besluit is namelijk voor uitgezonden werknemers de mogelijkheid opgenomen om hun buitenlandse pensioenregelingen nog 5 jaar voort te zetten.

Kortom, de inspecteur heeft een juiste aanslag opgelegd.

 

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

 

 

Bron: Rechtbank Breda, d.d. 6-04-2009, AWB 07/113 >>

De Jager wil opvoeren leaseauto aanpakken

Staatssecretaris De Jager (Financiën) pakt het opvoeren van leaseauto’s met lage bijtelling aan. Op Prinsjesdag komt hij met maatregelen.

Staatssecretaris De Jager (Financiën) pakt het opvoeren van leaseauto’s met lage bijtelling aan. Op Prinsjesdag komt hij met maatregelen.

 

Voor heel zuinige leaseauto’s bestaat een gunstig belastingtarief. Voor bestuurders bestaat nu nog de mogelijkheid om na aankoop van zo’n wagen het motorvermorgen op te voeren en op die manier tegen een laag fiscaal tarief toch meer CO2 uit te stoten.

De Jager zint op maatregelen, zo meldt zijn ministerie woensdag na berichtgeving in het autoblad Autoweek. Hoe die er uitzien, moet op Prinsjesdag blijken.

     
(c) ANP 2009 alle rechten voorbehouden

 

Zie ook: Tool Bijtelling leaseauto 2009 >>

Fiscus legt 76 amateurvoetbalclubs onder vergrootglas

Veel voetbalclubs die in de hoofdklasse van het amateurvoetbal spelen zijn eigenlijk (semi)profclubs. Deze conclusie kan men trekken uit het onderzoek van de fiscus onder 84 hoofdklassers in het amateurvoetbal.

Veel voetbalclubs die in de hoofdklasse van het amateurvoetbal spelen zijn eigenlijk (semi)profclubs. Deze conclusie kan men trekken uit het onderzoek van de fiscus onder 84 hoofdklassers in het amateurvoetbal. De onderzoeken hebben betrekking op vijf jaar en leverden in totaal ruim € 6,5 miljoen aan correcties op. Gemiddeld werd per club € 55.500 aan loonbelasting en € 28.500 aan BTW gecorrigeerd. Niet bij alle clubs: acht clubs hadden de zaken op orde. Vijftien clubs kregen te maken met meer dan € 100.000 aan correcties.

De onderzoeken zijn in 2005 gestart en vonden in overleg met de KNVB plaats. Aanleiding voor de onderzoeken was onder meer de mogelijk oneerlijke concurrentie tussen de amateurclubs onderling en tussen amateur- en betaald voetbal. Een belangrijk doel van de onderzoeken is de verbetering op administratief en belastingterrein bij de clubs.

Grote financiële belangen
De financiële belangen in de hoofdklasse zijn relatief groot. Sommige clubs zijn vergelijkbaar met het niveau van clubs in de Jupiler League in het betaald voetbal. De ontwikkeling van een club naar dat niveau gaat soms sneller dan de ontwikkeling op bestuurlijk niveau. Na de eerste bevindingen heeft de Belastingdienst de clubs voorgelicht over de meest voorkomende fiscale aspecten op het terrein van de loon- en omzetbelasting. Deze voorlichting zal vanaf het najaar van 2009 in samenwerking met de KNVB ook aan de voetbalclubs in de lagere klassen worden aangeboden.

Correcties’
Veruit de meeste correcties in de loonbelasting hebben betrekking op betalingen aan spelers. Als een betaling geen onkostenvergoeding maar een beloning is voor de werkzaamheden als speler, is in de meeste gevallen sprake van een dienstbetrekking en moet de club loonbelasting inhouden.
De correcties omzetbelasting hebben veelal betrekking op het zogeheten gemengde ondernemerschap van de voetbalclub. Een voetbalclub is een gemengde ondernemer omdat over het gelegenheid geven tot sportbeoefening geen omzetbelasting hoeft te worden afgedragen, maar wel over activiteiten als de exploitatie van de kantine (als deze omzet een bepaald bedrag te boven gaat), reclame en de verkoop van toegangskaartjes. De clubs hebben van de Belastingdienst richtlijnen voor de splitsing ontvangen, zodat deze voortaan op de juiste wijze plaatsvindt.

Over de eindresultaten gaan de KNVB en de Landelijke Doelgroep Sport van de Belastingdienst in gesprek om te zien of de voorlichting en begeleiding van de voetbalclubs verder kan worden ontwikkeld.

Start aangescherpte deeltijd-WW op 20 juli 2009

Bedrijven kunnen vanaf 20 juli 2009 gebruikmaken van de nieuwe, aangescherpte deeltijd-WW. Daarnaast gaan strengere regels tegen fraude gelden. Het budget is verhoogd naar 950 miljoen euro.

Bedrijven kunnen vanaf 20 juli 2009 gebruikmaken van de nieuwe, aangescherpte deeltijd-WW. Daarnaast gaan strengere regels tegen fraude gelden. Het budget is verhoogd naar 950 miljoen euro. Dat schrijft minister Donner (SZW) in een brief aan de Tweede Kamer.

Op 1 april 2009 werd de regeling voor deeltijd-WW geïntroduceerd om vakkrachten bij bedrijven te behouden die anders door de crisis zouden worden ontslagen. De regeling sloot op 23 juni 2009 omdat het maximumbedrag voor deeltijd-WW was bereikt. Donner scherpt de regels aan na een evaluatie over deze periode. Hieruit bleek dat veel bedrijven deeltijd-WW aanvroegen voor het overgrote deel van hun personeel. De regeling kan dan maar door weinig bedrijven worden gebruikt.

 

Aanpassing

Bedrijven kunnen zelf bepalen in welke mate zij deeltijd-WW nodig hebben en voor welk deel van hun personeel. Wel moeten zij de werktijd van hun werknemers met minimaal 20% verkorten en van plan zijn de regeling minimaal zes maanden te gebruiken. Hoe meer werknemers een bedrijf in de deeltijd-WW plaatst, hoe korter de uitkering duurt:

  • meer dan 60% van de werknemers: 9 maanden;
  • tussen 30 en 60%: 12 maanden;
  • minder dan 30%: 15 maanden.

Ook gaat de verlenging niet meer in periodes van zes maanden, maar in drie maanden. 

Fraude

Ook de regels tegen fraude worden strenger. Als fraude wordt geconstateerd, wordt de deeltijd-WW voor het hele bedrijf stopgezet en moeten alle uitkeringen worden terugbetaald. Dat geldt ook voor de uitkeringen die terecht zijn ontvangen. De werknemer betaalt de uitkering terug waarvan vaststaat dat die onterecht is verkregen. De werkgever moet alle overige uitkeringen terugbetalen. 

Scholing

Bedrijven kunnen geen verlenging van de deeltijd-WW meer krijgen, als niet duidelijk is dat de deeltijders ook echt scholing (gaan) krijgen. Bij onjuiste opgave van scholing geldt ook de frauderegeling. Verder mogen de deeltijders in het bedrijf scholing gaan geven aan stagiairs en werknemers die korter dan een jaar in dienst zijn.