In 2010 en 2011 ingrijpende vereenvoudiging loonbegrip

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen.

In 2010 en 2011 gaat het kabinet het huidige loonbegrip fors wijzigen. BDO-partner Marcel Kawka juicht de vereenvoudigingsvoorstellen toe, maar spreekt ook van ‘eerst zien dan geloven’.

Werkgevers en werkgevers en werknemers betalen momenteel over ‘het loon’ loonbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen en bijdragen voor de zorgverzekeringswet. Maar ‘het loon’ bestaat niet, zo stelt BDO. ‘Voor alle drie de heffingen geldt een ander loonbegrip,’ aldus het accountantskantoor.’Zo telt de auto van de zaak bijvoorbeeld wel mee voor de berekening van de loonbelasting en de premies volksverzekeringen (onder andere de AOW) maar niet voor de premies werknemersverzekeringen (WW/WIA). Wie meedoet aan de levensloopregeling betaalt op het moment dat hij spaart over het bedrag dat hij spaart wel minder loonbelasting maar de WW-premie bijvoorbeeld daalt niet.’ Het kabinet wil nu dat voor alle heffingen hetzelfde loonbegrip gaat gelden. Ook wil het kabinet al per 1 januari 2010 het mes zetten in de vergoedingen en verstrekkingen’ die werknemers nu (nog) onbelast kunnen krijgen van hun werkgever.’

Marcel Kawka, partner van de Adviesgroep Loon- & Premieheffing en werkzaam voor het Bureau Vaktechniek van BDO maakte ruim 10 jaar geleden deel uit van de Werkgroep De Boer, die ook pogingen deed om tot één loonbegrip te komen. Maar mede als gevolg van interne onenigheid kwam daar niet zoveel van terecht. Kawka juicht de vereenvoudingsvoorstellen toe, maar spreekt ook ‘van eerst zien, dan geloven’.

Kawka: ‘Het kabinet mag het dan eens zijn, nu de ambtenaren nog. En er moeten nog heel wat knopen worden doorgehakt. Gaat de auto van de zaak weer uit de loonbelasting, terug naar de inkomstenbelasting, wat veel beter is? Of gaan er straks ook premies worden betaald over de auto, en telt de auto ook mee voor een eventuele WW-uitkering, of uitkering bij ziekte? Wie nu deelneemt aan de levensloopregeling (spaart) krijgt als hij ziek of werkloos wordt evenveel als zijn collega’s die niet deelnemen. Gaat hij straks minder ontvangen? Ook dat de koopkrachteffecten beperkt zullen blijven tot 0,5% moet nog maar worden bezien. De invoering van de Zorgverzekeringswet die veel eenvoudiger was heeft laten zien dat sommige loonstroken wel heel erg anders uitpakten. Daarnaast is het zo dat de discussies in de praktijk met de Belastingdienst niet zo zeer om deze zaken gaan maar om zaken als kostenvergoedingen, werkkleding, maaltijden enzovoorts. Het lijkt er op dat het kabinet die discussies wil beëindigen door te regelen dat dit soort zaken niet meer belastingvrij kan worden verstrekt. Al met al kunnen de wijzigingen net zo goed voor hogere werkgeverslasten en lagere netto lonen leiden. Werkgevers doen er dan ook goed aan op de hoogte te zijn van de plannen en de gevolgen daarvan. Dramatische discussies met werknemers kunnen dan mogelijk worden voorkomen, door tijdig nieuwe afspraken te maken.’

Wachtdagen bij ziekte mogelijk?

Het is inderdaad mogelijk de eerste twee ziektedagen als zogenoemde wachtdagen aan te merken. Over deze dagen bestaat voor de werknemer dan geen aanspraak op doorbetaling van zijn loon.

Is het mogelijk de eerste ziektedag(en) voor eigen risico van de werknemer te laten komen?

 

Het is inderdaad mogelijk de eerste twee ziektedagen als zogenoemde wachtdagen aan te merken. Over deze dagen bestaat voor de werknemer dan geen aanspraak op doorbetaling van zijn loon. Voorwaarde is dat werkgever en werknemer dit nadrukkelijk zijn overeengekomen. In de praktijk komt dit maar weinig voor. Als werkgever en werknemer hierover wel afspraken hebben gemaakt betekent dit dat de werkgever bij elk nieuw ziektegeval twee wachtdagen kan rekenen, tenzij dit nieuwe ziektegeval zich voordoet binnen vier weken na het herstel van de werknemer. Er bestaat namelijk een samentelregeling die inhoudt dat perioden van ziekten worden samengeteld als zij elkaar opvolgen met een onderbreking van minder dan vier weken.

Voorbeeld samentelregeling
De werknemer wordt ziek op 1 februari 2008. Op 18 maart 2008 is de werknemer weer hersteld en meldt zich beter. Op 12 april 2008 breekt werknemer zijn been en moet hij zich opnieuw ziek melden. Nu er minder dan vier weken zit tussen de hersteldatum (18 maart) en de nieuwe ziektedatum (12 april) wordt de periode vanaf 1 februari 2008 als één ziekteperiode beschouwd. De twee ziekteperioden worden samengeteld en er kan niet opnieuw sprake zijn van twee wachtdagen. Als de werknemer bijvoorbeeld pas op 1 mei 2008 zijn been breekt, is de periode tussen hersteldmelding en uitval langer dan vier weken en kunnen opnieuw twee wachtdagen worden gerekend.

 

Bron: De SalarisAdviseur >>

Aanspraak is belastbaar

Pensioenregeling met mogelijkheid tot afkoop is geen pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting, zo oordeelde Rechtbank Breda in deze zaak.

Pensioenregeling met mogelijkheid tot afkoop is geen pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting, zo oordeelde Rechtbank Breda in deze zaak.

 

Casus

Een uit het buitenland afkomstige man (de werknemer) is vanaf 1 juni 1996 werkzaam bij een in Nederland gevestigde besloten vennootschap (BV). Tot 1 juni 2002 werkt hij daar op basis van een uitzendcontract met een in het buitenland gevestigd bedrijf. Vanaf 1 juni 2002 heeft hij een (Nederlandse) arbeidsovereenkomst met de BV.

De werknemer heeft vanaf 1 juni 1996 tot en met 2004 via de pensioenregeling van het buitenlandse bedrijf een pensioen opgebouwd bij een in het buitenland gevestigde pensioenverzekeraar. In de pensioenregeling is onder meer bepaald dat een deel van het pensioen kan worden afgekocht.

Voor het jaar 2004 heeft de inspecteur een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Daarbij heeft hij de door de BV voor de man betaalde pensioenpremies tot het belastbaar inkomen uit werk en woning gerekend. In bezwaar heeft de inspecteur de aanslag gehandhaafd. De werknemer heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.

 

Geschil

Het gaat in deze zaak om de vraag of de betaalde pensioenpremies terecht zijn aangemerkt als belastbaar loon. De inspecteur vindt vanzelfsprekend van wel. De man is het daarmee niet eens.

 

Beoordeling

De rechtbank beoordeelt allereerst of de pensioenregeling voldoet aan de in de Nederlandse wet (op de loonbelasting (LB)) gestelde eisen.

In artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet LB is bepaald dat aanspraken ingevolge een pensioenregeling, een en ander volgens de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet gestelde normeringen en beperkingen, niet tot het loon behoren. De rechtbank is van oordeel dat de pensioenregeling van de werknemer niet voldoet aan deze normeringen en beperkingen. Immers, in de pensioenregeling van de werknemer is geen verbod op afkoop, vervreemding of prijsgeven als bedoeld in artikel 18, eerste lid, letter b, van de Wet LB opgenomen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de Wet LB daarom geen grond biedt om de aanspraak niet tot het fiscale loon te rekenen.

Vervolgens beoordeelt de rechtbank de vraag of het belasten van de aanspraak in strijd is met artikel 39, eerste en tweede lid, van het EG-Verdrag (vrij verkeer van werknemers en discriminatieverbod). Van discriminatie is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, omdat zowel voor Nederlandse werknemers als voor uit het buitenland afkomstige werknemers dezelfde voorwaarden gelden voor belastingheffing van pensioenpremies.

Voor wat betreft een eventuele belemmering in het vrije verkeer van werknemers ten gevolge van de verschillen in nationale bepalingen omtrent pensioen heeft Nederland voldoende maatregelen getroffen. In artikel 19b van de Wet LB en het daarop gebaseerde Besluit is namelijk voor uitgezonden werknemers de mogelijkheid opgenomen om hun buitenlandse pensioenregelingen nog 5 jaar voort te zetten.

Kortom, de inspecteur heeft een juiste aanslag opgelegd.

 

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

 

 

Bron: Rechtbank Breda, d.d. 6-04-2009, AWB 07/113 >>

Nieuwe btw-correcties auto van de zaak

Heeft u aan uw personeel auto’s ter beschikking gesteld die ook voor privé worden gebruikt, dan moet u de btw die u in eerste instantie geheel in aftrek heeft gebracht corrigeren.

Heeft u aan uw personeel auto’s ter beschikking gesteld die ook voor privé worden gebruikt, dan moet u de btw die u in eerste instantie geheel in aftrek heeft gebracht corrigeren.

 

Let echter op, deze btw-correctie is onlangs gewijzigd. Dat is het gevolg van een recent besluit van de staatssecretaris.

U heeft als werkgever alleen recht op btw-aftrek als er sprake is van ondernemerskosten. Dit betekent dat de btw die aan het privégebruik van de auto van uw werknemer kan worden toegerekend niet aftrekbaar is. Hoe bepaalt u nu dat privégebruik? U kunt uw werknemers vragen het privégebruik door middel van een rittenadministratie bij te houden. De aan het privégebruik toe te rekenen btw is dan niet aftrekbaar. De rechter heeft echter bepaald dat een werkgever het bijhouden van een rittenadministratie niet kan afdwingen.

In veel gevallen zal een rittenadministratie dus niet voorhanden zijn. Om dit probleem op te lossen mag een werkgever voor de btw-correctie gebruikmaken van de regeling zoals die geldt voor ondernemers, de zogenoemde forfaitaire regeling.

Forfaitaire regeling

Deze regeling houdt in dat u de btw op kosten van aanschaf, gebruik en onderhoud van de auto in eerste instantie volledig in aftrek brengt. Vervolgens maakt u in de laatste btw-aangifte van het boekjaar een correctie voor privégebruik van uw werknemer. Onlangs maakte de staatssecretaris bekend dat de btw-correctie met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 12% bedraagt van de correctie in de inkomsten- en loonbelasting. Kortom, voor de btw-correctie wordt volledig aangesloten bij de inkomsten- en loonbelasting.

Dit was tot voor kort anders. Tot 1 januari 2008 was het zo dat een werkgever voor een werknemer die minder dan 500 km privé reed geen bijtelling in de loonbelasting in aanmerking hoefde te nemen, maar nog wel een btw-correctie moest berekenen (12% x 10% x cataloguswaarde).

 

Woon-werkverkeer

Het verschil zat in een andere kwalificatie van privégebruik. Voor de btw werden namelijk woon-werkkilometers wél als privé aangemerkt, terwijl dit voor de inkomsten- en loonbelasting niet het geval was. Dit verschil is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 opgeheven. De goedkeuring van de staatssecretaris zorgt voor een aanzienlijke vereenvoudiging, omdat de werkgever nu geheel kan uitgaan van de bijtelling in de loonbelasting.

Ook is hiermee een ander verschil opgeheven, namelijk het verschil tussen ambulante en niet-ambulante werknemers. Vóór 2008 gold voor ambulante werknemers die meer dan 500 km privé reden voor de btw een correctie van 12% x 22% x cataloguswaarde. Nu is dat 12% x 25% x cataloguswaarde.

 

Let op!

Tot 1 januari 2008 gold woon-werkverkeer voor de btw als privé, terwijl dit voor de inkomsten- en loonbelasting niet zo was. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 is dit verschil opgeheven.

 

Percentages

Door de goedkeuring van de staatssecretaris kan de werkgever voor de btw-correctie dezelfde percentages hanteren die gelden voor de inkomsten- en loonbelasting. Dit betekent dus dat een werkgever in principe 12% x 25% x cataloguswaarde auto moet corrigeren. Wordt er in een (semi)zuinige auto gereden, dan kan de werkgever uitgaan van 12% x 20% of 12% x 14%.

 

De btw-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak bedraagt:

  • 12% x 14% x cataloguswaarde auto ingeval er in een zeer zuinige auto wordt gereden en het aantal privékilometers meer dan vijfhonderd bedraagt;
  • 12% x 20% x cataloguswaarde auto ingeval er in een semizuinige auto wordt gereden en het aantal privékilometers meer dan vijfhonderd bedraagt;
  • 12% x 25% x catalogusprijs ingeval er sprake is van ambulant personeel en het aantal privékilometers meer dan vijfhonderd bedraagt. Tot 1 januari 2008 gold voor deze situatie nog een btw-correctie van 12% x 22% x catalogusprijs;
  • 12% x € 300 per bestelauto per werknemer per jaar ingeval de bestelauto doorlopend afwisselend wordt gebruikt door twee of meer werknemers (en waarvoor in de loonbelasting de eindheffing van € 300 per bestelauto geldt);
  • nihil voor werknemers die de auto minder dan vijfhonderd kilometer privé gebruiken. Tot 1 januari 2008 gold voor deze situatie nog een btw-correctie van 12% x 10% x cataloguswaarde auto;
  • nihil voor werknemers die in een bestelauto rijden die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer of in een bestelauto die niet buiten werktijd mag worden gebruikt;
  • 12% x 25% x cataloguswaarde auto in alle overige situaties.

Voorbeeld

Stel een werknemer rijdt voor zijn woon-werkverkeer in een auto van de zaak. Hij rijdt jaarlijks minder dan vijfhonderd kilometer privé, waardoor er voor de loonbelasting geen bijtelling voor het privégebruik geldt. Tot 1 januari 2008 moest de werkgever nog wel een btw-correctie toepassen van 12% x 10% x catalogusprijs auto.

Vanaf 1 januari 2008 hoeft dit niet meer.

 

Eigen bijdrage

Stel u ontvangt van uw werknemer een eigen bijdrage voor het privégebruik. Over deze vergoeding bent u btw verschuldigd. De btw die u verschuldigd bent bij toepassing van de bijtelling voor privégebruik kunt u verminderen met de btw die u moet voldoen over de vergoeding die u van uw werknemer heeft ontvangen.

Stel u heeft van uw werknemer een bedrag van € 3000 ontvangen voor het privégebruik van de auto van de zaak. De in dat bedrag begrepen btw (19/119 x 3000 = € 479) heeft u op aangifte voldaan. De auto heeft een cataloguswaarde van € 25.000. Het gaat om een zuinige auto zodat de btw-correctie in eerste instantie 12% x 20% x € 25.000 = € 600 bedraagt.

Dat bedrag mag u vervolgens verminderen met de al voldane € 479. Per saldo geeft u dus in het laatste tijdvak van het jaar een bedrag van € 121 aan.

 

Advies

Het besluit van de staatssecretaris over de btw-correctie heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2008. Werkgevers die een te hoge correctie hebben toegepast kunnen bezwaar maken tegen de eigen aangifte of – als de termijn is verstreken is – amtbshalve teruggaaf claimen.

Dat geldt voor niet-ambulante werknemers zonder bijtelling in de loonbelasting. Tot 2008 gold voor hen een correctie van 12% x 10% x cataloguswaarde, maar vanaf 2008 is geen correctie meer nodig.

Dat geldt ook voor werknemers die in een zuinige auto rijden en waarvoor vanaf 2008 een correctie van 14% of 20% (in plaats van 25%) mag worden toegepast.

 

Bron: De SalarisAdviseur >>

Massamailing privégebruik auto

De Belastingdienst is deze week begonnen met het versturen van brieven naar belastingplichtigen die een Verklaring geen privégebruik auto hebben.

De Belastingdienst is deze week begonnen met het versturen van brieven naar belastingplichtigen die een Verklaring geen privégebruik auto hebben.

 

Deze personen moeten wijzigingen in hun situatie zo snel mogelijk doorgeven aan de Belastingdienst.
De verklaringhouders hebben namelijk een verklaring voor onbepaalde tijd, die geldt zolang de situatie niet veranderd.
Werknemers moeten wijzigingen, zoals gebruik van een andere auto of meer dan 500 privékilometers rijden, zo snel mogelijk doorgeven.  Bij de verstuurde brieven zit een wijzigingsforumlier. Ook is het mogelijk om het forumlier op de website van de Belastingdienst te downloaden.
Bron: De Belastingdienst >>