Start aangescherpte deeltijd-WW op 20 juli 2009

Bedrijven kunnen vanaf 20 juli 2009 gebruikmaken van de nieuwe, aangescherpte deeltijd-WW. Daarnaast gaan strengere regels tegen fraude gelden. Het budget is verhoogd naar 950 miljoen euro.

Bedrijven kunnen vanaf 20 juli 2009 gebruikmaken van de nieuwe, aangescherpte deeltijd-WW. Daarnaast gaan strengere regels tegen fraude gelden. Het budget is verhoogd naar 950 miljoen euro. Dat schrijft minister Donner (SZW) in een brief aan de Tweede Kamer.

Op 1 april 2009 werd de regeling voor deeltijd-WW geïntroduceerd om vakkrachten bij bedrijven te behouden die anders door de crisis zouden worden ontslagen. De regeling sloot op 23 juni 2009 omdat het maximumbedrag voor deeltijd-WW was bereikt. Donner scherpt de regels aan na een evaluatie over deze periode. Hieruit bleek dat veel bedrijven deeltijd-WW aanvroegen voor het overgrote deel van hun personeel. De regeling kan dan maar door weinig bedrijven worden gebruikt.

 

Aanpassing

Bedrijven kunnen zelf bepalen in welke mate zij deeltijd-WW nodig hebben en voor welk deel van hun personeel. Wel moeten zij de werktijd van hun werknemers met minimaal 20% verkorten en van plan zijn de regeling minimaal zes maanden te gebruiken. Hoe meer werknemers een bedrijf in de deeltijd-WW plaatst, hoe korter de uitkering duurt:

  • meer dan 60% van de werknemers: 9 maanden;
  • tussen 30 en 60%: 12 maanden;
  • minder dan 30%: 15 maanden.

Ook gaat de verlenging niet meer in periodes van zes maanden, maar in drie maanden. 

Fraude

Ook de regels tegen fraude worden strenger. Als fraude wordt geconstateerd, wordt de deeltijd-WW voor het hele bedrijf stopgezet en moeten alle uitkeringen worden terugbetaald. Dat geldt ook voor de uitkeringen die terecht zijn ontvangen. De werknemer betaalt de uitkering terug waarvan vaststaat dat die onterecht is verkregen. De werkgever moet alle overige uitkeringen terugbetalen. 

Scholing

Bedrijven kunnen geen verlenging van de deeltijd-WW meer krijgen, als niet duidelijk is dat de deeltijders ook echt scholing (gaan) krijgen. Bij onjuiste opgave van scholing geldt ook de frauderegeling. Verder mogen de deeltijders in het bedrijf scholing gaan geven aan stagiairs en werknemers die korter dan een jaar in dienst zijn.

Inkoopregeling AOW van 5 naar 10 jaar

Mensen die over een onvolledige AOW-opbouw beschikken, krijgen langer de tijd om te beslissen of ze extra AOW willen inkopen.

De periode wordt verlengd van 5 naar 10 jaar.

Mensen die over een onvolledige AOW-opbouw beschikken, krijgen langer de tijd om te beslissen of ze extra AOW willen inkopen.

 

De periode wordt verlengd van 5 naar 10 jaar. De regeling geldt voor mensen die na hun 15e verjaardag voor het eerst in Nederland komen wonen of werken.

 

Mensen bouwen in Nederland een AOW pensioen op tussen 15 en 65 jaar: 2 procent voor ieder jaar dat iemand in Nederland woont of werkt. Mensen die na hun 15de voor het eerst in Nederland komen wonen of werken, krijgen te maken met een onvolledige opbouw. Met de inkoopregeling AOW krijgen mensen langer de tijd om te beslissen of zij dit tekort vanaf hun 15e verjaardag tot zij in Nederland kwamen, willen aanvullen.

 

Het kabinet streeft ernaar de nieuwe regel op 1 januari 2010 in te laten gaan.

Bron: SVB >>

Volledige dienstbetrekking elders leidde tot forse beperking gebruikelijk loon

Rechtbank Haarlem heeft in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de hoogte van het gebruikelijk loon dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) voor zijn werkzaamheden voor zijn bv bij zijn belastingaangifte over 2004 in aanmerking moest nemen.

Rechtbank Haarlem heeft in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de hoogte van het gebruikelijk loon dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) voor zijn werkzaamheden voor zijn bv bij zijn belastingaangifte over 2004 in aanmerking moest nemen. De dga was op 9 april 2004 voltijds in dienst getreden bij een werkgever. Zijn drukke werkzaamheden daar lieten nog weinig tijd over om te besteden aan zijn bv. Hij overlegde enige weekstaten van zijn dienstverband en ook een verklaring van de werkgever, waarin deze laatste aangaf dat het zonder officiële toestemming medewerkers niet was toegestaan om nevenactiviteiten te verrichten. De dga maakte bezwaar tegen het in aanmerking nemen van 100% van het voor 2004 geldende gebruikelijk loon van € 38.118. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de dga vanaf 9 april 2004 inderdaad nog slechts op beperkte schaal werkzaamheden voor de bv had verricht. De rechtbank verklaarde het beroep van de dga uiteindelijk toch ongegrond. De reden hiervan was dat het door de rechtbank vast te stellen belastbaar bedrag niet zou leiden tot een lager bedrag dan de inspecteur al had vastgesteld.

 

Volledig bericht

Op grond van de gebruikelijkloonregeling in de Wet op de loonbelasting wordt voor de heffing van loonbelasting en premie volksverzekeringen in specifieke situaties een bepaald bedrag aan loon in aanmerking genomen, los van wat feitelijk aan loon wordt uitbetaald. Het betreft de situatie waarin een werknemer arbeid verricht voor een lichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft of waaraan hij vermogensbestanddelen ter beschikking stelt (waardoor de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is). De gebruikelijkloonregeling komt in de praktijk vooral voor bij bv’s met een directeur-grootaandeelhouder (dga). Een dga moet op grond van de gebruikelijkloonregeling ten minste een loon in aanmerking nemen dat niet in belangrijke mate afwijkt van het loon van vergelijkbare werknemers die geen dga zijn. Hierbij geldt een ondergrens van € 40.000 (jaar 2009) of, indien aannemelijk is dat een lager loon gebruikelijk is bij vergelijkbare werknemers die geen dga zijn, dit lagere loon. In dat geval rust de bewijslast op de dga.
 
Rechtbank Haarlem heeft in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de hoogte van het gebruikelijk loon dat een dga voor zijn werkzaamheden voor zijn bv bij zijn belastingaangifte over 2004 in aanmerking moest nemen. De zaak was kort weergegeven als volgt.
 
Een man was in 2004 directeur en enig aandeelhouder van een bv. Deze bv hield tot 30 juli 2004 50% van de aandelen in een andere vennootschap. Op die datum werden de aandelen in de vennootschap geleverd aan een derde vennootschap.
 
Op 9 april 2004 was de dga voltijds in loondienst bij een werkgever getreden. Het salaris uit die dienstbetrekking bedroeg over dat jaar € 76.511. De inspecteur legde de dga wegens het ontbreken van zijn aangifte inkomstenbelasting over 2004 een ambtshalve aanslag op met een verzuimboete. Daarbij nam hij een gebruikelijk koon in aanmerking van € 38.118 (het standaardbedrag voor 2004). De dga was echter van mening dat het door de inspecteur in aanmerking genomen gebruikelijk loon op een aanzienlijk lager bedrag moest worden bepaald. Hij gaf onder meer aan dat naast zijn drukke werkzaamheden in zijn dienstverband nog weinig tijd overbleef om te kunnen besteden aan zijn bv. Hij overlegde daartoe enige weekstaten van zijn dienstverband en ook een verklaring van de werkgever, waarin deze aangaf dat het zonder officiële toestemming medewerkers niet was toegestaan om nevenactiviteiten te verrichten.
 
De rechtbank stelde voorop dat de bewijslast bij de dga lag om aannemelijk te maken dat een lager gebruikelijk loon van toepassing was dat het wettelijk (standaard)bedrag van € 38.118.  Alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemend vond de rechtbank dat de dga erin was geslaagd om aannemelijk te maken dat hij vanaf 9 april 2004 inderdaad nog slechts op beperkte schaal werkzaamheden voor de bv had verricht. Voor de periode tot 9 april 2004 moest wel het volledige gebruikelijk loon naar evenredigheid in aanmerking worden genomen.
 
De rechtbank verklaarde het beroep van de dga daarom uiteindelijk toch ongegrond. Ook al was namelijk het beroep inhoudelijk wel gegrond, het gebruikelijk loon over de periode 1 januari tot 9 april 2004 zou echter tezamen met het overige inkomen uit werk en woning niet uitkomen op een lager belastbaar bedrag dan de inspecteur in de belastingaanslag al had vastgesteld.

Bron: Rechtbank Haarlem, 24-6-2009, nr. 08/2404 (gepubliceerd 30-6-2009).

Belangrijkste wetswijzigingen per 1 juli / 3 juli 2009

Op 1 juli 2009 zijn enkele belangrijke wetswijzigingen in werking getreden

Op 1 juli 2009 zijn enkele belangrijke wetswijzigingen in werking getreden.

1. Fiscaal stimuleringspakket

Het kabinet heeft een fiscaal stimuleringspakket doorgevoerd, om de gevolgen van de economische crisis te beperken. Deze nieuwe regels gelden per 1 juli, waarvan enkele met terugwerkende kracht. Voor ondernemers zijn de volgende maatregelen van belang:

2. Tijdelijke versoepeling invorderingsbeleid belastingen

Er zijn twee nieuwe maatregelen om ondernemers tegemoet te komen, die hun betalingsverplichtingen aan de Belastingdienst niet kunnen voldoen. Zij kunnen onder voorwaarden uitstel krijgen van betaling. Ook zal de Belastingdienst soepeler omgaan met de uiterste executiedatum bij beslag en verkoop van bezittingen van ondernemers. De maatregelen zijn op 30 mei 2009 ingegaan(zie: Tijdelijke versoepeling invorderingsbeleid bij ondernemers).

Uitstel van betaling

Een ondernemer die zijn belastingaanslag niet kan betalen, kan uitstel van betaling krijgen als:

  • dit het directe gevolg is van de economische crisis;
  • de betalingsproblemen tijdelijk zijn;
  • er een tijdstip bepaald kan worden waarop de betalingsproblemen opgelost zijn.

Ondernemers komen in aanmerking voor de regeling als zij een verklaring van een deskundige kunnen overleggen, waarin staat dat aan de gestelde eisen is voldaan.

Opschorten executiedatum bij beslag

Als een ondernemer zijn belastingschulden niet meer kan betalen, dan legt de belastingdeurwaarder in het uiterste geval beslag op zijn bezittingen en wordt de datum van openbare verkoop vastgesteld. De ondernemer krijgt hooguit 4 maanden om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Deze maximumtermijn wordt tijdelijk verruimd. Voorwaarde is dat het bedrijf levensvatbaar is en er een goed vooruitzicht is op betaling van de achterstallige belastingen in de nabije toekomst.

3. Vereenvoudiging inkomensschatting voor ondernemers

Ondernemers kunnen de schatting van hun inkomsten voor de zorgverzekeringswet en inkomensheffing voortaan digitaal doorgeven. De schatting van de inkomsten over 2009 moet, op papier, voor 1 augustus 2009 plaatsvinden. Het kan ook digitaal via het programma ‘Voorlopige aanslag 2009’. Hiermee is ook direct zichtbaar of en hoeveel de ondernemer moet betalen(zie: Verduidelijking schattingen IB/VpB 2009). Voor digitale schattingen 2009 is de uiterste inlevertermijn 31 augustus 2009.

4. Versoepeling terugwenteling verliezen

Ondernemers mogen hun fiscaal verlies over 2008 sneller terugwentelen. Hiermee wil het kabinet de liquiditeitspositie van ondernemers verbeteren. Ondernemers kunnen verlies over 2008 met de winst van 2005, 2006 of 2007 verrekenen. De Belastingdienst mag een verlies voorlopig terugwentelen vóórdat de aangifte over 2008 is gedaan. De ondernemer moet dan aannemelijk maken dat er sprake is van fiscaal verlies. Bijvoorbeeld door een voorlopige jaarrekening te overleggen.
­
Ook mag de Belastingdienst een voorschot op de voorlopige verliesverrekening geven als er slechts een voorlopige aanslag is opgelegd over het kalenderjaar waarnaar wordt teruggewenteld. De versoepelingen geldt ook voor vpb-belastingplichtigen. Een vpb-verlies mag echter slechts 1 jaar worden teruggewenteld en niet 3 jaar zoals bij de ib-ondernemer. Het besluit gaat met terugwerkende kracht in op 8 april 2009 en vervalt op 1 juli 2010(zie: Snellere terugwenteling verlies 2008 van start).

5. Versoepelingen technische eisen bestelauto’s

De technische inrichtingseisen voor bestelauto’s zijn versoepeld. Het gaat om eisen aan de vaste wand tussen de bestuurderscabine en de laadruimte. Voor de aanschafbelasting op auto’s (BPM) gelden strenge eisen voor het onderscheid tussen personen- en bestelauto’s. De BPM wordt opgelegd bij de eerste ingebruikname van een auto, of bij invoer uit het buitenland. De vraag of er sprake is van een bestel- of personenauto, is van invloed op de vrijstelling BPM voor ondernemers en de willekeurige afschrijving. De eisen aan de vaste wand tussen de bestuurderscabine en laadruimte zijn minder strikt geworden. Hierdoor kunnen fabrikanten en importeurs een bestelauto eenvoudiger aanpassen aan de Nederlandse fiscale bepalingen(zie verder: De Jager wil regeling voor bestelauto’s versoepelen).
­
Het belang van een strenge naleving van de eisen bleek recent weer, toen een ondernemer ter vereenvoudiging van zijn bedrijfsvoering het tussenschot enigszins had aangepast. Een naheffing BPM en een boete (samen € 12.000) hangen hem boven het hoofd(zie: Bestelauto wordt auto door kliksysteem: naheffing bpm)[Nieuwsarchief].

6. Afschaffing bijzondere eisen aan elektronische facturen

Er gelden geen specifieke verplichtingen meer bij het versturen van elektronische facturen(zie: Beleidsbesluit e-factureren)[Nieuwsarchief]. Ook melding bij de Belastingdienst is niet langer nodig. Ondernemers mogen hun facturen daardoor nu bijvoorbeeld als PDF-document versturen via e-mail. Ondernemers kunnen zelf bepalen op welke manier ze hun elektronische facturen beveiligen. Bijvoorbeeld door een beveiligde PDF te gebruiken.
­
Om elektronisch factureren te vergemakkelijken, is de website www.ViaMijnBank.nl gelanceerd. Klanten van ABN AMRO, ING en Rabobank kunnen hun rekeningen voortaan online ontvangen en betalen in hun eigen beveiligde omgeving via internetbankieren(zie: Bankklant kan nota’s nu digitaal krijgen)[Nieuwsarchief].

7. Btw-gevolgen bij bodembeslag

Het beleid over de omzetbelastinggevolgen van de levering van goederen die vallen onder het ‘bodembeslag’ is ingetrokken. Daardoor is de belastingschuldige van wie de belastingdeurwaarder executoriaal roerende zaken verkoopt, geen omzetbelasting verschuldigd voor de levering van bodembeslaggoederen. 

8. Strengere regels voor betaalde telefoondiensten

Ondernemers die een 0900-, 0906-, 0909-, of 18-nummer gebruiken, moeten zich vanaf 1 juli verplicht aansluiten bij de Geschillencommissie Informatiedienstaanbieders. Consumenten kunnen hier terecht bij conflicten met een nummergebruiker. Een consument met een klacht, hoeft de kosten van de rekening waarover de klacht gaat niet te betalen tot het conflict is opgelost(zie: Beschermingsmaatregelen consumenten voor informatienummers).
­
Verder kan de abonnee vanaf 1 juli 2009 een stilzwijgend verlengd abonnement na de eerste contractsperiode (meestal 1 tot 2 jaar) op elk moment opzeggen met een opzegtermijn van een maand(zie: Telecomcontracten vanaf 1 juli makkelijker op te zeggen).

9. Aangepaste Algemene wet bestuursrecht

Voortaan kan de Belastingdienst ook een bestuurlijke boete opleggen aan de belastingadviseur als ‘medepleger’ bij een onjuiste aangifte. De aangepaste Algemene wet bestuursrecht is namelijk per 1 juli 2009 in werking getreden(zie: Belastingadviseur voortaan ‘medepleger’ bij onjuiste aangifte).

10. Communautaire wetgeving

Op 1 juli 2009 wordt een groot aantal wijzigingen in de communautaire wetgeving van toepassing. In Nederland worden zij over het algemeen per 31 januari 2010 ingevoerd(zie: Groot aantal wijzigingen eCustoms op komst).

Overige nieuwe wetgeving per 1 juli:

[ Bron: Kamer van Koophandel/Redactie Plein+ ]

Nederland gaat voor elektrische auto

Het kabinet trekt tot 2011 65 miljoen euro uit om juist in Nederland de marktdoorbraak te bereiken van met stroom aangedreven auto’s.

Het kabinet trekt tot 2011 65 miljoen euro uit om juist in Nederland de marktdoorbraak te bereiken van met stroom aangedreven auto’s. De ministers Eurlings van Verkeer en Cramer van Milieu hopen dat er in 2025 ruim een miljoen van deze schone, zuinige en stille wagens in Nederland zullen rondrijden.
Vrijdag buigt de ministerraad zich over dit voorstel. Volgens Eurlings lokt de subsidie van 65 miljoen euro zo`n half miljard aan nieuwe investeringen uit. De subsidie zal besteed worden aan de ontwikkeling van batterijen en auto`s, de aanschaf van een vloot stroomauto`s door het rijk en aan de infrastructuur van mogelijk 10.000 laadpunten.
Voor de industrie is Nederland als proeftuin interessant vanwege het solide elektriciteitsnet. De relatief korte afstanden tussen steden maken de overstap op elektrische auto`s ook gemakkelijker. De batterijen hebben nu namelijk nog een beperkte actieradius.

Bron : De Telegraaf