Mkb betaalt teveel rente aan grote banken

Mkb-ondernemers betalen de grote banken al jaren een extra opslag van 0,75 procent op rekening-courant kredieten. Dit blijkt uit onderzoek door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Mkb-ondernemers betalen de grote banken al jaren een extra opslag van 0,75 procent op rekening-courant kredieten. Dit blijkt uit onderzoek door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Toch constateert de organisatie geen overtreding van de mededingingswet.

 

Bij de Mkb-kredieten wordt meestal een basisrente, waarin een vaste renteopslag zit, gehanteerd die in de periode 1990 tot medio 2007 bij alle banken voor alle MKB-klanten gelijk was. Deze renteopslag wordt echter niet in rekening gebracht bij grote bedrijven. Volgens de NMa kan dit veroorzaakt worden door individuele marktmacht of  oligopolisch volggedrag van de drie grote banken.


Groot marktaandeel

De drie grote banken hebben samen een marktaandeel van 85% in de Mkb-markt. Bovendien is overstappen naar een andere bank niet makkelijk: het rekening-courant krediet is gekoppeld aan een rekening die de ondernemer niet mee krijgt. Het bedrijf moet dan dus al zijn zaken via een nieuwe bankrekening laten lopen. De NMa dringt er dan ook op aan dat een mkb’er zijn banknummer moet kunnen houden.


Onverklaarbaar
De drie grote banken kunnen zelf niet verklaren waarom in de basisrente voor mkb’ers een extra opslag van 0,75 procent zit. Op een krediet van 1 miljoen euro betaalt de ondernemer dus 7500 euro te veel.

 

Bron: ANP en Zibb.nl

Een op de acht zelfstandigen kampt met laag inkomen

Zelfstandige ondernemers hebben vaker een laag inkomen dan andere groepen in de Nederlandse economie.

In 2006 had 12,4 procent van alle huishoudens met een zelfstandige ondernemer als hoofdkostwinner een inkomen onder de lage-inkomensgrens

Zelfstandige ondernemers hebben vaker een laag inkomen dan andere groepen in de Nederlandse economie.

 

In 2006 had 12,4 procent van alle huishoudens met een zelfstandige ondernemer als hoofdkostwinner een inkomen onder de lage-inkomensgrens, terwijl het percentage voor heel Nederland op 9,3 procent lag. In totaal betrof het 85.100 zelfstandigen. Dit en meer blijkt uit de eerste editie van de Monitor Inkomens Ondernemers van EIM. De Monitor Inkomens Ondernemers schetst een totaalbeeld van de inkomenspositie van ondernemers en bevat analyses van de belangrijkste trends in de periode 1990-2006.
Geen verbetering inkomenspositie van zelfstandigen
Het percentage zelfstandigen met een laag inkomen is nauwelijks afgenomen ten opzichte van 2005, terwijl landelijk wel sprake was van een duidelijke afname. In conjuncturele dieptepunten als 1993 en 2003 liep het aandeel op tot 16 à 17 procent. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat het aandeel zelfstandigen met een laag inkomen in het huidige economische klimaat zal toenemen tot vergelijkbare hoogte of mogelijk zelfs hoger. Verder zijn veel zelfstandigen met een laag inkomen te vinden in de grote steden. Dit is deels te verklaren door de sterke concentratie van allochtone ondernemers in de grote steden, een groep met een relatief hoger risico op een laag inkomen.
Armoede onder ondernemers beperkt zich niet tot de stedelijke gebieden. Ook in landelijke provincies zoals de noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe is het aantal zelfstandigen met een laag inkomen relatief hoog.
Alleenstaanden, allochtonen en starters meest kwetsbaar
Vooral onder alleenstaande zelfstandigen met of zonder kinderen is het percentage lage inkomens hoog, 1,5 tot 2 keer hoger dan gemiddeld. Ook onder eerste generatie westerse en niet-westerse allochtone ondernemers is het percentage relatief hoog: respectievelijk 21 en 27 procent. Onder startende ondernemers bedraagt het percentage lage inkomens 23 procent, en daarmee behoren zij ook tot de risicogroepen. Armoede onder zelfstandige ondernemers is verder geconcentreerd in de landbouw, horeca en detailhandel. De lage-inkomensgrenzen waren in 2006 op jaarbasis: alleenstaande 10.560 euro, paar zonder kind 14.520 euro, paar met 1 kind 17.640 euro en een eenoudergezin met 1 kind 14.040 euro.
Grote gevolgen voor sociale positie en bedrijf
Een laag inkomen kan voor zelfstandigen grote gevolgen hebben voor het voortbestaan van de onderneming. De overlevingskansen van zelfstandigen die in een bepaald jaar met een laag inkomen worden geconfronteerd, zijn consequent lager dan die van ondernemers met een inkomen boven de lage-inkomensgrens. Een deel van de zelfstandigen met weinig inkomsten, kiest ervoor om te bezuinigen op noodzakelijk levensonderhoud om noodzakelijke investeringen in de onderneming te doen. Daarmee wordt de sociale positie in de maatschappij van deze zelfstandigen en hun gezinnen verzwakt. Ongeveer 6 à 7 procent van de zelfstandigen heeft structureel te maken met meerdere jaren achtereen een laag inkomen.
Meer informatie vindt u de rapportage ‘Monitor Inkomens Ondernemers”. U kunt de rapportage kosteloos downloaden (pdf).
 
(c) ANP 2009 alle rechten voorbehouden

Overzicht belangrijkste crisismaatregelen kabinet

Het kabinet heeft vandaag een pakket maatregelen gepresenteerd om de gevolgen van de economische crisis zo goed mogelijk op te vangen. Eén van de onderdelen van het pakket is liquiditeitsverruiming voor het bedrijfsleven, zoals btw-afdracht per kwartaal.

25-03-2009 18:45 • ANP/Regering.nl

Het kabinet heeft vandaag een pakket maatregelen gepresenteerd om de gevolgen van de economische crisis zo goed mogelijk op te vangen. Eén van de onderdelen van het pakket is liquiditeitsverruiming voor het bedrijfsleven, zoals btw-afdracht per kwartaal.

Persbureau ANP heeft de belangrijkste punten uit het pakket op een rijtje gezet:

 

Investeringen, in totaal 17,3 miljard euro de rest van deze kabinetsperiode, als volgt verdeeld:

  • arbeidsmarkt (scholing, deeltijd WW, reintegratie, jeugdwerkloosheid, schuldhulpverlening) in totaal 1080 miljoen
  • onderwijs (mbo, zij-instromers, wijkscholen) in totaal 250 miljoen
  • kennis 280 miljoen
  • innovatie 720 miljoen
  • duurzaamheid en milieu (ondernemen, agrarische sector) 340 miljoen
  • energie (energiebesparing woningen, sloopregeling, windmolens) 550 miljoen
  • ruimtelijke economie (wegen, spoorwegen, industrieterreinen) 545 miljoen
  • (woning) bouw en onderhoud (zorg en awbz-instellingen, jeugdzorg, scholen) 760 miljoen
  • infrastructuur (zandsuppleties, bruggen, wegen, vaarwegen, sluizen, binnenhavens) 445 miljoen
  • liquiditeitsverruiming bedrijfsleven (btw per kwartaal, vliegtaks, loonkostensubsidie) 1230 miljoen
  • eigen stimuleringen door gemeenten en provincies 1500 miljoen
  • werkloosheidsuitgaven 9,4 miljard

Kamer van Koophandel start sociaal netwerk

De Kamer van Koophandel startte vandaag een nieuwe community voor ondernemers: Hallo.

De Kamer van Koophandel startte vandaag een nieuwe community voor ondernemers: Hallo.
Op www.kvk.nl/hallo kunnen ondernemers ervaringen uitwisselen, vragen stellen, contacten leggen, groepen vormen, tips geven en netwerken. Vraag is echter of ondernemers nog op een nieuw sociaal netwerk zitten te wachten naast Linkedin, Xing en Plaxo.
De Hallo! community geeft ondernemers de gelegenheid om van elkaar en van de ontwikkelingen in hun eigen regio of branche op de hoogte te blijven. Een bedrijf dat hinder ondervindt van bepaalde wetten en regels kan bij collega’s te rade gaan over mogelijke oplossingen. Een startende zzp’er krijgt er tips over hoe hij in zijn branche het beste te werk kan gaan. Een ondernemer die zijn zaak wil verkopen, komt er misschien geïnteresseerde kopers tegen. En de Kamer van Koophandel zorgt ervoor dat ondernemers er op de hoogte blijven van de seminars of themadagen die zij voor ondernemers organiseren.

De komende maanden zal de Kamer van Koophandel op diverse manieren ingeschreven ondernemers voor deze nieuwe community uitnodigen. De verwachting is dat deze nieuwe dienst grote groepen ondernemers met elkaar in contact brengt. De doelstelling is om binnen een jaar 15.000 leden te hebben.

Overname bedrijfsmiddelen tegen lagere prijs dan waarde economisch verkeer was toch zakelijk: geen schenkingsrecht

De Hoge Raad heeft onlangs twee interessante arresten gewezen over schenkingsrecht en bedrijfsopvolging binnen familieverband. In beide procedures zette de zoon en de dochter de onderneming voort die voorheen in maatschapsverband met de ouders was gedreven.

 

Volledig bericht

De Hoge Raad heeft onlangs twee interessante arresten gewezen over schenkingsrecht en bedrijfsopvolging binnen familieverband. In beide procedures zette de zoon en de dochter de onderneming voort die voorheen in maatschapsverband met de ouders was gedreven. Zij gaven daarbij uitvoering aan het voortzettingsbeding in hun maatschapsakte. De voortzettende zoon/dochter nam de bedrijfsmiddelen van de uittredende ouders over voor een lagere prijs dan de waarde in het economische verkeer. De inspecteur legde een aanslag voor het recht van schenking op omdat volgens hem sprake was van een schenking. Hof Den Haag en de Advocaat-Generaal van de Hoge Raad waren het daarmee eens omdat er een verschil bestond tussen de waarde in het economische verkeer en de betaalde overnameprijs voor de bedrijfsmiddelen.
 
De Hoge Raad heeft beide hofuitspraken echter vernietigd. De Hoge Raad bepaalt dat het wetsartikel in de Successiewet over de heffingsgrondslag geen rol speelt bij de vraag of er sprake is van een schenking. Om een schenking te kunnen aannemen is niet maatgevend of sprake is van een waardeverschil tussen de waarde in het economische verkeer en de overnameprijs voor de overgenomen bedrijfsmiddelen, maar of sprake is van een schenking volgens het Burgerlijk Wetboek. Volgens het Burgerlijk Wetboek is sprake van een schenking als aan een bepaalde handeling een bedoeling tot bevoordeling ten laste van het eigen vermogen ten grondslag ligt.
 
Voorts wees de belastingkamer van de Hoge Raad naar een arrest van de civiele kamer van de Hoge Raad uit 2004. In dat arrest was sprake van een voorheen door vader en zoon in maatschapsverband uitgeoefend agrarisch bedrijf dat werd voortgezet door de zoon. De Hoge Raad had daarbij onder meer overwogen dat de rechtsbetrekkingen tussen deelgenoten in een gemeenschap worden beheerst door de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Deze maatstaven staan in het algemeen in de weg aan een waardering van ondernemingsgoederen die voortzetting van een (nog juist lonend) bedrijf onmogelijk maakt.
 
De belastingkamer van de Hoge Raad verbond hieraan de conclusie dat hieruit voortvloeit dat in het algemeen sprake zal zijn van nakoming van een verplichting – en niet van de bedoeling tot bevoordeling – voor zover de waardering op een lagere waarde dan de economische waarde noodzakelijk is om de voortgezette bedrijfsuitoefening te verzekeren.
 
In beide procedures had de inspecteur niet weersproken dat de overnamesom op een zodanig bedrag was gesteld om de onderneming nog juist lonend te kunnen voortzetten. Ook waren niet van omstandigheden gebleken die aanleiding zou kunnen geven dat het uitgangspunt van het civiele arrest uit 2004 niet van toepassing was.
 
Bron: Hoge Raad, 20-3-2009, nr. 43393 en 43394.